Universiteit

Huwelijksrecht op de helling

Veilig trouwen met Leon

Na twintig jaar is het gelukt: het huwelijksvermogensrecht is herzien en in een modern jasje gestoken. Leon Verstappen, RUG-hoogleraar notarieel recht, was er vanaf de eerste punten en komma’s bij betrokken.
Door Anne Floor Lanting / Foto Reyer Boxem

De herzieningsprocedure voor het huwelijks­vermogensrecht is na twintig jaar afgerond.

Leon Verstappen, RUG-hoogleraar notarieel recht, heeft er al die jaren aan gewerkt.

De procedure begon in 1997 naar aanleiding van een discussie in de Tweede Kamer over het geregistreerd partnerschap, waarop het huwelijks­vermogensrecht ook van toepassing is.

Bij het derde wetsvoorstel schakelde Verstappen een aantal collega-experts in, onder wie RUG-hoogleraar Wouter Burgerhart. Die nam de fiscale vragen voor zijn rekening.

Wetswijzigingen beslaan doorgaans meerdere decennia, omdat het vaak beladen kwesties betreft waar moeilijk consensus over te bereiken is.

Met de wetswijziging vallen erfenissen, schenkingen en wat iemand aan privévermogen had bij het aangaan van het huwelijk niet meer onder de gemeenschap.

Een ander belangrijk aspect van de nieuwe gemeenschap van goederen is dat partners beter beschermd worden tegen schuldeisers van de ander.

Leestijd: 6 minuten (1013 woorden)

Wie wetten wil vormgeven, moet geduld hebben. Dat is met de herzieningsoperatie van het huwelijks­vermogensrecht, waar vier wetswijzigingen voor nodig waren, wel duidelijk geworden. Het was voor Leon Verstappen, hoogleraar notarieel recht aan de RUG, dan ook een mooi moment toen het laatste door hem ontworpen wetsvoorstel eind maart door de Eerste Kamer werd aangenomen.

‘Daarmee zit twintig jaar wetgevingsarbeid erop. Het heeft ontzettend veel tijd en moeite gekost. Er is veel geschreven en gediscussieerd, soms fel. Dat deze vierde wet er dan toch doorkomt is heel fijn’, zegt Verstappen tevreden.

De vierde en laatste wet was volgens de hoogleraar notarieel recht de meest controversiële. Het ging namelijk om de vraag wat moet gelden als mensen trouwen zonder huwelijkse voorwaarden, wat partners delen en wat privé-eigendom blijft. ‘Dit onderwerp was voor het laatst bewaard omdat mensen daar toch uiteenlopende opvattingen over kunnen hebben. Uiteindelijk hebben we een voorstel kunnen ontwikkelen dat de goedkeuring kon wegdragen van de meerderheid in het parlement.’

Alternatief

Voor Verstappen begon het verhaal in 1997, toen de wetgeving rond het geregistreerd partnerschap werd besproken in de Tweede Kamer. ‘Men wilde mensen die niet konden of wilden trouwen een alternatief bieden. Toen was het homohuwelijk nog niet mogelijk. In het kader van die wetgeving rond het geregistreerd partnerschap, heeft de Tweede Kamer toen aangestuurd op een herziening van het huwelijksvermogensrecht. Dat was namelijk ook van toepassing op het geregistreerd partnerschap’, legt de hoogleraar notarieel recht uit.

Hij kreeg van het ministerie van Justitie de opdracht om drie wetsontwerpen en de toelichtingen daarbij te schrijven. Een grote eer voor Verstappen. ‘Als je zo’n opdracht eenmaal krijgt aangeboden, dan zeg je daar geen nee tegen. Het is een unieke kans, het komt simpelweg niet vaak voor dat je zoiets mag doen. In de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek wordt maatschappelijke impact belangrijk gevonden. Voor een jurist is er geen grotere invloed denkbaar dan dat je de wet zelf kunt schrijven.’

Niet in je eentje

Maar wetten maken doe je niet in je eentje. Vanaf het begin keken en schreven ambtenaren van Justitie mee. Toen Verstappen werd gevraagd om het laatste wetsvoorstel te ontwerpen, schakelde hij de hulp van een aantal andere experts in zodat het draagvlak wat breder zou zijn.

‘Je wilt er bij zo’n ingewikkeld onderwerp graag andere specialismen bij hebben. Met name de fiscale invalshoek was hierbij belangrijk.’ Wouter Burgerhart, bijzonder hoogleraar fiscale aspecten van de notariële rechtspraktijk aan de RUG, heeft al die fiscale vragen voor zijn rekening genomen.

Het ontwerpen van een wet gaat niet alleen om het schrijven van de wettekst, ook het consulteren, discussiëren, onderzoeken, notities schrijven, rechtsvergelijkende studies doen en het maken van rapporten zijn belangrijke onderdelen van een wetsherzieningoperatie. ‘Uiteindelijk moet je uit die hele berg informatie iets bedenken en opschrijven waarvan jij denkt: daar kan Nederland de komende decennia wel mee vooruit’, zegt Verstappen.

Emotioneel

Het is niet ongewoon dat wetsherzieningoperaties over ingewikkelde onderwerpen meerdere decennia beslaan. ‘De herziening van het erfrecht, dat begin 2003 is ingevoerd, heeft vijftig jaar geduurd. Het zijn emotioneel beladen onderwerpen die verbonden zijn met hoe mensen tegen het leven aankijken. Het is vaak heel moeilijk om over zulke onderwerpen consensus te bereiken’, legt Verstappen uit.

Ook de herzieningsprocedure voor het huwelijksvermogensrecht ging niet zonder slag of stoot. Wat nu uiteindelijk is geregeld in het vierde wetsvoorstel, stond eigenlijk al in het derde wetsvoorstel. ‘Dat is destijds weg geamendeerd in de Tweede Kamer. Toen bleef er maar een rompvoorstel over, zonder het belangrijkste onderdeel. Dat was wel om verdrietig van te worden, vooral omdat ik mijn twijfels had of dit was gebeurd op basis van goede argumenten.’ Begin januari 2012 trad deze gemankeerde wetswijziging in werking.

Bijzonder

De vreugde was groot toen in datzelfde jaar D66, en later ook PvdA en VVD, Verstappen benaderden met de vraag of het weg geamendeerde onderdeel niet toch nog een keer op de agenda kon worden gezet.

‘Dat was heel bijzonder. Ineens zeggen partijen in de Tweede Kamer: wij zijn eigenlijk niet tevreden over ons eigen besluit’, vertelt de hoogleraar. Hoewel deze wending goed uitpakte voor Verstappen, realiseert hij zich dat het eindresultaat altijd een compromis blijft. ‘Het is zeker niet zo dat je uiteindelijk je eigen ideale wet ontwerpt. De wetswijziging moet immers wel weer op een meerderheid kunnen rekenen in de Tweede Kamer.’

Daarnaast is het uiteraard ook van groot belang wat juridisch haalbaar is en in de praktijk hanteerbaar is. ‘Al met al hebben we, zij het na discussie, goed aangevoeld waaraan in de maatschappij behoefte bestaat. De praktijk zal nu moeten uitwijzen hoe het zal gaan. De nieuwe wet zal naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari 2018 in werking treden.’

Wat verandert er aan het huwelijksvermogensrecht?

Onder de huidige regels (voor de inwerkingtreding van de wetswijziging) houdt trouwen zonder het maken van huwelijkse voorwaarden in dat een algehele gemeenschap van goederen ontstaat. Alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden van beide partners gaan tot het gezamenlijke vermogen (de gemeenschap) behoren. Ook schenkingen en erfenissen die voor en gedurende het huwelijk aan een van de echtgenoten worden gedaan vallen in die gemeenschap.

Bij een echtscheiding wordt deze gemeenschap verdeeld, waarbij iedere echtgenoot recht heeft op de helft. Onder de nieuwe regels trouwen partners nog steeds in gemeenschap van goederen als ze geen huwelijkse voorwaarden maken.

Het grote verschil is dat nu erfenissen, schenkingen en wat iemand aan privévermogen had bij het aangaan van het huwelijk niet meer in de gemeenschap vallen. Alleen de inkomsten, bezittingen en schulden die de echtgenoten tijdens het huwelijk verkrijgen of maken gaan tot de gemeenschap behoren, evenals alle voorhuwelijkse mede-eigendom en gemeenschappelijke schulden.

Dat betekent dus dat je bij een echtscheiding minder moet delen, maar dat je wel moet delen met elkaar wat je samen hebt opgebouwd. Dat is de kern van het wetsvoorstel.

Een ander belangrijk aspect van de nieuwe gemeenschap van goederen is dat partners beter beschermd worden tegen schuldeisers van de ander. Omdat schulden gemaakt voor het huwelijk door de wetswijziging niet meer onder de gemeenschap vallen, kunnen schuldeisers de partner daarop niet aanspreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in