Onderwijs

Je moet het maar durven

Intiem en professioneel

Dokter word je in de praktijk, dus ook gynaecologisch onderzoek doen moet je leren. Studenten geneeskunde oefenen op hun eigen docenten. ‘Haal die vinger daar weg!’
Door Lucia Grijpink / Foto Reyer Boxem

Stel je voor: je laat vreemden naar je vagina kijken, hem aanraken ook nog. Studenten weliswaar. Maar toch. Best intiem. Tegelijk: ook gynaecologen moeten het vak leren.

En daar komt Annelies Berends to the rescue. Negen jaar geleden alweer las ze een advertentie waarin gezocht werd naar een docent gynaecologisch onderzoek (DGO).

Ze was wel toe aan iets nieuws. Ze werkte als verpleegkundige op de intensive care in het UMCG, maar wilde graag minder werken en er dan iets anders bij doen. Een baantje in een winkel misschien? Maar toen stuitte dus op de advertentie. Jij liever dan ik, dachten haar collega’s toen ze erover vertelde. ‘Maar wat geweldig dat je dat gaat doen!’

Gezond

Ruim twee maanden moest ze meelopen met andere DGO’s en theoretische scholing volgen. Ook moest ze langs een gynaecoloog voor een controle, omdat je als DGO op dat gebied gezond moet zijn. ‘Dat is voor jezelf en de student fijn,’ legt Berends uit. ‘Een student moet de basis leren en als je op dat gebied afwijkt, is het niet meer de basis.’

Ik moet er niet aan denken, maar wat geweldig dat je dat gaat doen

Ook Yvonne is DGO. Tijdens de opleiding tot verloskundige had ze dit onderwijs gevolgd. Toen intrigeerde het haar al, maar ze merkte ook dat het gynaecologische onderzoek niet altijd respectvol verliep. ‘Ik heb ooit bij een barende gestaan die in het ziekenhuis beviel. Bij de artsen had ik aangegeven dat de vrouw moeite had met het inwendige onderzoek, maar zij hielden hier totaal geen rekening mee.’ Voor haar een belangrijke reden om zich aan te melden.

Achter het gordijntje vandaan

Twee tot zes keer per maand geven de dames les aan geneeskundestudenten en verloskundigen en huisartsen in opleiding. Een sessie duurt drie uur. Daarin geven ze in tweetallen les aan twee of drie studenten.

‘Vrijwel altijd zijn studenten nieuwsgierig hoe we hier terecht zijn gekomen’, vertelt Berends. ‘Zij vragen zich af wat voor vrouwen dit in vredesnaam doen. Dat is alleen maar leuk.’ De grote drijfveer? Yvonne: ‘Ik vind het prachtig om bij te dragen aan kennisoverdracht. Ook het coachen spreekt mij erg aan.’

Zij vragen zich af wat voor vrouwen dit in vredesnaam doen

Na het doorspreken van de casus, doet een van de docenten de onderkleding uit en gaat ze in de gynaecologische stoel zitten. Een ongemakkelijk moment, ook na negen jaar. Berends: ‘Maar zodra ik in de stoel zit, is het gewoon een medisch onderzoek. Eigenlijk net als het onderzoek van de knie.’

Koekeloeren

Berends ziet wel in dat dit voor veel mensen lastig te begrijpen is. ‘Als je erover na gaat denken, is het ook heel komisch: drie mensen die zo naar me staan te koekeloeren. Maar omdat het in een klinische setting gebeurt, voelt het voor mij niet gek.’

Yvonne knikt. ‘Ik wist wat me te wachten stond, omdat ik het onderwijs zelf gevolgd had. Ik koppel het puur aan onderwijs, dus ik heb er geen problemen mee.’

Eerst doen de docenten het gynaecologisch onderzoek –  met een speculum (eendenbek) en het vaginaal toucher – op elkaar voor. Daarna voeren de studenten het onderzoek op de docent uit, die dan aanwijzingen kan geven. ‘Dat is voor studenten heel fijn’, aldus Berends. ‘De meeste patiënten geven geen feedback. Alleen als het echt heel erg pijn doet.’

Realiteit

Tenslotte wordt alles geëvalueerd. Wat vonden de studenten ervan? Wat ging er goed en wat kon er beter? ‘Ik hoor vaak van studenten dat ze het zo fijn vonden om een echte vrouw te onderzoeken,’ vertelt Liesbeth Koenderink die het onderwijs organiseert. ‘In het klinisch trainingscentrum oefenen ze wel op fantomen, maar daarmee worden ze niet echt voorbereid op de realiteit.’

Dan zei de docent: ‘Haal die vinger daar weg!’

Dat is waar Annelies Berends het voor doet. ‘Het is misschien een truttig woord, maar die dankbaarheid geeft zo’n goed gevoel. Mensen gaan naar huis met het gevoel van: Yes, ik heb het gedaan.’

Volgens eerstejaars coassistent Aniek Jonkers helpt het praktijkonderwijs inderdaad. ‘Het was heel leerzaam en ik vind het knap dat die vrouwen dit doen’, zegt ze.

Als ze daarna onderzoek bij een patiënt uitvoerde, hield ze haar verbeterpunten in het achterhoofd. ‘Tijdens de DGO-sessie heb ik bijvoorbeeld geleerd dat ik de clitoris niet mag aanraken, maar soms deed ik dat per ongeluk toch met mijn duim. Dan zei de docent meteen: “Haal die vinger daar weg!”.’

Een tikkeltje ongemakkelijk was het soms wel. Ik heb op de klok gekeken en volgens mij heb ik drie kwartier met mijn hand in de vagina van mijn docent gezeten.’

Herkennen

Lachend vertelt Berends: ‘Soms kom ik studenten die mij onderzocht hebben later in een restaurant tegen. Dan zie je heel diep nadenken en plots herkennen ze me. Dat vind ik geen enkel probleem.’

De DGO’s krijgen betaald voor het onderwijs, maar dit loon ligt niet hoger dan dat van een ‘normale’ docent. Voor Annelies Berends was het een motivatie om haar eigen potje met geld te hebben. ‘Het geld van mijn baan op de intensive care ging op aan mijn gezin, maar van mijn eerste DGO-centen ben ik vijf weken naar Australië gegaan.’

Van mijn eerste DGO-centen ben ik vijf weken naar Australië gegaan

In het UMCG werken tien DGO’s van verschillende leeftijden en achtergronden. ‘De jongste is 30 en de oudste is 65+, zoals ze dat zelf noemt,’ grinnikt Yvonne. Er zitten dames tussen met medische achtergrond, maar één DGO is bijvoorbeeld docent op een middelbare school.

Vertrouwensband

Het belangrijkste van de sessie is dat de studenten leren om professioneel met het onderzoek om te gaan. Berends: ‘Het technische aspect leer je toch wel, maar wij proberen ze de correcte bejegening van de patiënt bij te brengen. Veiligheid is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Studenten moeten zich veilig voelen om fouten te maken en vragen te stellen en de DGO mag zich niet geïntimideerd voelen.’

Mocht die vertrouwensband er niet zijn, dan mag een DGO te allen tijde de sessie afbreken. In vijf jaar tijd is dit slechts één keer gebeurd.

Inmiddels biedt elke medische faculteit van Nederland deze vorm van onderwijs aan. In Utrecht wordt ook het onderzoek van de man op deze manier onderwezen. Maar lang niet allemaal doen ze zulk kleinschalig onderwijs als in het UMCG. Berends: ‘Ik heb weleens gehoord dat er universiteiten zijn waar ze het met acht studenten tegelijk doen. Daar zou ik geen zin in hebben. Dan voel ik me echt een kijkdoos.’

De naam Yvonne is om privacyreden gefingeerd. Echte naam bij de redactie bekend.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here