Studenten

Student en ondernemer #3

Net zoals Elon Musk

De ondernemers van Envitron. Van links naar rechts: Marro Mijnans, Thijs de Jonge, Leonard de Vries en Rein Schuil. 

Matt Mullenweg begon als student met het ontwikkelen van WordPress. Elon Musk startte PayPal, SpaceX en Tesla na zijn studie natuurkunde. Wie wil dat niet? De UK volgt een jaar drie veelbelovende ondernemingen van studenten. Zij namen deel aan VentureLab, een initiatief van de RUG en Hanzehogeschool voor jonge entrepreneurs. Deel 3: Durf te dromen.
Tekst en foto’s Menno van der Meer

Envitron

bouwt een energiemanagementsysteem (de studenten zijn van de Hanzehogeschool)

Marro Mijnans (afgestudeerd in Sustainable Energy System Management)
Niels Tammeling (afgestudeerd in Werktuigbouwkunde)
Thijs de Jonge (propedeuse Facilitair Management)
Jacco Koning (afgestudeerd in Technische Informatica)
Rein Schuil (pas afgestudeerd in International Business and Management)
Leonard de Vries (afgestudeerd in Elektrotechniek)

Volgens Marro Mijnans van Envitron is elk gebouw een energiefabriekje. Steeds meer Nederlanders wekken hun eigen energie op, maar we gebruiken hun huizen nog niet als energiebronnen. Envitron wil bijdragen aan een energiesysteem dat niet bestaat uit een paar grote energiecentrales, maar juist uit duizenden mini-fabriekjes van energie.

Envitron maakt een sensorplatform met allerlei applicaties om stromen van energie in de toekomst te meten, aan te sturen en te verdelen. De sensoren meten bijvoorbeeld elektriciteit, gas en temperatuur. Zo kan iedereen straks zijn eigen energie in de gaten houden en zelfs delen met de buren. ‘Ons product is de missende link in de energietransitie’, zegt Marro vol vertrouwen.

Drie maanden geleden hoopten de jongens dat hun apparaat snel gecertificeerd zou worden. Ook hadden ze als doelstelling om een start te maken met het energieneutraal maken van het terrein waarop hun kantoor zich bevindt, namelijk EnTranCe – het Energy Transition Centre – op Zernike.

De aanleg van dat autonome ‘microgrid’ zit nog in de pijplijn. En de certificering van het sensorplatform – die is er nog niet. De onderdelen op de printplaat, een drager van elektronische componenten, stonden volgens strenge regelgeving nog niet op de juiste plek. Dus moesten alle blokjes van techniek een nieuwe plaats krijgen op de plaat om de uitvinding betrouwbaar en veilig te maken.

Thijs, die over de prototypes gaat, heeft flink wat nachten doorgewerkt om de perfecte samenstelling te bepalen. Hij heeft nu een nieuw 3D-model van de printplaat op zijn computer staan. Dat model gaat weer grondig getest worden om de certificering rond te krijgen.

Marro geeft toe dat het allemaal wat langer heeft geduurd dan verwacht. ‘We hebben eerst uit idealisme en met veel fantasie ons product bedacht. Maar daarna krijg je te maken met regels en richtlijnen. Daar hebben we in het begin wat te makkelijk over gedacht.’

Toch blijven de jongens creatief denken, zoals bij het maken van de behuizing van het apparaat. Die behuizing willen ze zelf ontwerpen en van duurzaam materiaal produceren met 3D-printers. ‘Dat vinden we gewoon leuk’, zegt Marro. ‘We zijn een stel techneuten bij elkaar. Hier genieten we van.’

We willen niet te snel te veel en te groot

Marro verwacht dat het sensorplatform in juli in productie kan. En dan eerst op kleine schaal. ‘We willen niet te snel te veel en te groot. Eerst moeten de kinderziektes eruit.’ Vanaf de zomer moet het bedrijf ook inkomsten krijgen. Tot die tijd leeft Envitron nog van hun ontwikkelbudget uit investeringen.

Marro is ervan overtuigd dat Envitron gaat slagen. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het niet lukt, want we hebben een uniek product. Mensen produceren tegenwoordig zelf hun energie en wij gaan ze helpen om alles eruit te halen. Daar geloof ik vurig in.’

De droom is dat over een aantal jaren in vele meterkasten in Nederland een sensorplatform van Envitron is aangesloten om energiestromen perfect op elkaar af te stemmen. ‘We zijn niet begonnen voor het geld’, zegt Marro. ‘De energietransitie is pure noodzaak. En wij vinden het vet om er als energiebedrijf van de nieuwe generatie aan mee te werken.’

De studenten van Flocker. Van links naar rechts: Freya Liemburg, Stijn Eikelboom en Reinard van Dalen. 

Flocker

online marketingbedrijf

Reinard van Dalen (masterstudent Informatiekunde)
Freya Liemburg (masterstudent Marketing)
Stijn Eikelboom (bachelorstudent Informatiekunde)

Veel bedrijven rommelen maar wat aan met een verouderde website. En ze zien marketing als een eenmalige impuls als de zaken slecht gaan. Fout, weten de ondernemers van Flocker. Een mooie en functionele website is goud waard en je moet juist altijd reclame blijven maken, of het nou goed of slecht gaat met je bedrijf.

Flocker bouwt websites en doet aan marketing voor andere bedrijven. Hun jonge onderneming draait prima, maar het kan natuurlijk altijd beter. Zo moesten ze een kwartjaar geleden nog vaker dan hen lief was ‘nee’ verkopen aan interessante klanten, omdat ze het simpelweg te druk hadden.

In de afgelopen drie maanden hebben zo’n twintig bedrijven bij Flocker aangeklopt voor hun diensten. In ongeveer tien gevallen leidde dat tot het maken van een offerte en uiteindelijk heeft dat drie à vier klanten opgeleverd. Flocker stelde zich in februari als doel om zzp’ers aan te nemen om meer klanten te kunnen bedienen.

Die zzp’ers zijn er nog niet – daar vonden Freya, Stijn en Reinard het toch nog wat te vroeg voor. ‘Je moet eerst zelf aan de basis van je bedrijf werken’, legt Reinard uit. ‘Dan heb je een systeem waarin iemand kan werken. Dat maken we nu.’

Bovendien willen ze als ondernemers zo weinig mogelijk financieel risico lopen. Daarom hebben ze een nieuw idee bedacht om toch uit te breiden, namelijk met stagiairs. In de zomerperiode verwachten ze de eerste. ‘Zo kunnen we als bedrijf groeien, en kan de stagiair met ons meegroeien’, stelt Stijn.

In de afgelopen maanden heeft Flocker een kleine pas op de plaats moeten maken. Het combineren van hun bedrijf, andere baantjes, studies en sociale leven blijkt lastig. Reinard schrijft momenteel aan zijn masterscriptie en heeft besloten in mei een pauze van Flocker te nemen.

Freya en Stijn hebben er begrip voor en vinden het belangrijk dat iedereen op tijd zijn rust neemt. Stijn: ‘Als het even niet lukt, moet je niet proberen om toch alle ballen in de lucht te blijven houden. Dan moet je durven kiezen en het even naast je neerleggen.’

Flocker zit dus in een uitdagende periode. Om de koers van het bedrijf weer helder voor ogen te krijgen, organiseren de drie ondernemers in de zomer hun eigen ‘Flockerthon’. Het idee: een week in een hutje op de hei om te werken áán in plaats van vóór het bedrijf. ‘We gaan voor onszelf duidelijk maken hoe we onze toekomst zien’, zegt Freya.

Omdat we nog studeren, missen we nu kansen met het bedrijf

De studentondernemers zouden het fijn vinden om fulltime voor Flocker te werken. ‘Als we al onze tijd nu in Flocker steken, dan trekken we een gigantische sprint’, zegt Reinard. Toch kiezen ze ervoor om hun opleidingen keurig af te ronden. ‘Omdat we nog studeren, missen we nu kansen met het bedrijf. Maar zonder diploma kun je niks’, legt Freya uit.

Over vijf jaar hopen de ondernemers dat ze een flink kantoor met zo’n dertig medewerkers hebben op een mooie locatie in Groningen. ‘Eerst wilde ik altijd naar de Randstad’, bekent Freya. ‘Maar voorlopig in ieder geval niet, want Groningen gaat gigantisch groeien en deze stad past bij ons.’

De ondernemers van IVWear in hun eigen kantoor. Van links naar rechts: Max Heintzen, Melcher Frankema en Niels Weijermars.

IVWear

Ontwikkelt een draagbaar infuus

Max Heintzen (afgestudeerd in Geneeskunde)
Melcher Frankema (masterstudent Rechten)
Niels Weijermars (bachelorstudent Biomedische Technologie)

Hoe eerder een patiënt uit bed komt, hoe sneller het herstel verloopt. Maar met een logge infuuspaal is bewegen vervelend. Daar heeft IVWear wat op bedacht: een infuus dat te dragen is als heuptas.

Drie maanden geleden hoopten de jongens het octrooi op hun vinding gauw binnen te hebben. Ze wilden hun startup in het nieuwe kantoor ook snel uitbreiden met vier of vijf studentassistenten. IVWear stelde verder alles in het werk om investeerders te krijgen, om ziekenhuizen van het nut van hun vinding te overtuigen en om ontwikkelaars te vinden die de draagtas op grote schaal kunnen produceren.

Tot hun spijt is het octrooi op hun vinding er nog niet. ‘Het duurt langer dan verwacht’, geeft Melcher toe. ‘Het is echt een kunde om een technisch idee om te zetten in een patent.’ Max vult aan: ‘We moeten ons tijdpad steeds bijstellen, maar hebben nu wel een realistischer beeld.’

Het grote team van studentassistenten is er nog niet gekomen. Momenteel hebben ze een assistent in dienst om te werken aan het bedrijfsplan en om IVWear aan investeerders te presenteren. Er gaan nog twee vacatures uit, maar daar blijft het dan voorlopig ook bij. ‘We hebben liever wat minder mensen die juist wat meer uren kunnen maken’, verklaart Melcher.

Toch kunnen er nog geen zaken worden gedaan, zo zonder octrooi. De jongens kunnen immers nog niet alle technische details van hun draagtas verklappen, omdat ze nog geen alleenrecht hebben op hun uitvinding. En ziekenhuizen, investeerders en productontwikkelaars beginnen nergens aan als ze nog niet precies weten hoe het werkt.

De jongens gaan er wel van uit dat het octrooi er binnenkort is. En als de draagtas daarna is getest en gecertificeerd, dan kan het ook hard gaan. Melcher: ‘Als in ziekenhuizen blijkt dat de draagtas goed werkt en ertoe bijdraagt dat patiënten eerder uit bed komen, dan kunnen we opschalen. Eerst Nederland, daarna de rest van Europa.’

De grote droom: ‘Dat we ergens in Italië een ziekenhuis binnenlopen en daar iemand met onze draagtas zien’, zegt Melcher. Niels is het daar mee eens: ‘Dat zou heel erg vet zijn. Het doel is vooral dat de draagtas overal patiënten helpt. Dat vind ik belangrijker dan zelf rijk te worden van ons product.’

Voor nu is het vooral nog ome DUO

Tot die tijd blijft het bikkelen voor de jongens. ‘We verdienen hier nu zo goed als niks aan’, zegt Melcher. ‘Er komt hopelijk een moment dat je jezelf een serieus salaris kunt geven. Voor nu is het vooral nog ome DUO.’

De jongens zijn dankbaar voor alle hulp die ze ontvangen bij het verwezenlijken van hun droom. ‘Zonder VentureLab waren we half zo ver als nu’, stelt Niels. ‘Daar hebben we enorm veel aan gehad.’ Melcher is het daar mee eens: ‘We worden heel veel ondersteund. Veel ondernemers wisselen hun ervaringen met ons uit. Dat is onbetaalbaar.’

Maar wat als het allemaal toch misloopt, en de jongens over een jaar met lege handen staan? Als het octrooi er toch niet komt, of als een concurrent een beter product op de markt brengt? ‘Dan had ik dit nog steeds niet willen missen’, zegt Niels. ‘Dan was dit alsnog het meest leerzame jaar van ons leven. Maar van dat scenario gaan we natuurlijk niet uit.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in