Studenten

Student en ondernemer #2

Net zoals Bill Gates

De studenten van IVWear voor het Harmoniegebouw. Van links naar rechts: Max Heintzen, Niels Weijermars en Melcher Frankema.

Bill Gates bedacht Microsoft als student. Evan Spiegel startte Snapchat in zijn studententijd. Wie wil dat niet? De UK volgt een jaar drie veelbelovende ondernemingen van studenten. Zij namen deel aan VentureLab, een initiatief van de RUG en Hanzehogeschool voor jonge entrepreneurs. Deel 2: groei is nodig.
Tekst en foto’s Menno van der Meer

IVWear

Ontwikkelt een draagbaar infuus

Max Heintzen (afgestudeerd in Geneeskunde)
Melcher Frankema (masterstudent Rechten)
Niels Weijermars (bachelorstudent Biomedische Technologie)

Het doel van IVWear is duidelijk: de draagbare infuustas in de ziekenhuizen krijgen, zodat patiënten meer kunnen bewegen en sneller herstellen. Maar de weg naar dat doel is lang, omdat een medische innovatie aan ontzettend veel eisen moet voldoen.

Een halfjaar geleden hadden de mannen van IVWear het plan om de infuustas technisch beter te maken, octrooi te verkrijgen, subsidies te winnen, strategische partners te vinden en het bedrijf klaar te stomen voor de markt. Verder stonden er niet-invasieve tests, waarbij er nog geen apparatuur het lichaam binnendringt, op het programma in het UMCG.

Als eerste de tests: die zijn nog niet uitgevoerd. Ze beginnen over een paar weken in samenwerking met revalidatieartsen in drie afdelingen van het ziekenhuis. Het uitstel is niet erg, zegt Max: ‘Er is nog veel gewerkt aan het prototype. Als we toen al hadden getest, waren de uitkomsten minder waardevol geweest.’

Het aanvragen van octrooi kostte ook meer tijd dan gehoopt. Met hulp van de octrooigemachtigde van de RUG zal naar verwachting het exclusieve recht op de uitvinding binnenkort worden toegekend. ‘Je wilt vaak sneller dan je kan’, zegt Melcher. ‘Dit is echt een kwestie van de lange adem.’

Subsidies helpen op die lange weg naar succes. IVWear werd in november derde bij de Medische Inspirator Prijs van ZonMw en won daar 25.000 euro. Vanaf deze week komt daar 40.000 euro bij via Take-off, een stimulans van ZonMw en NWO voor ondernemerschap aan universiteiten. Met dat geld kan IVWear weer minstens een half jaar vooruit.

Prijzen winnen is een goed teken, maar nu moeten we de echte waarde van het bedrijf verhogen

En dan is er nog een mijlpaal: Vanaf volgende week hebben de mannen hun eigen kantoor in de Lutkenieuwstraat, vlakbij het Harmoniegebouw. Daar wordt het team uitgebreid met vier of vijf studentassistenten van verschillende studies. Die gaan onder supervisie van Melcher, Max en Niels werken aan de infuustas en ook een marktanalyse maken.

Voordat het product de markt op kan, zijn er na de zomer nog zogenaamde ‘clinical trials’ nodig. Dan wordt de infuustas langdurig en het liefst ook in verschillende ziekenhuizen volledig getest. Zulke tests zijn enorm duur; dat kan IVWear niet betalen zonder vermogende partners. ‘We moeten met grote partijen in zee’, zegt Melcher. ‘Die onderhandelingen worden superspannend.’

De mannen hebben het afgelopen halfjaar hun focus moeten verleggen. Eerst moesten ze vooral het idee van hun product verkopen. ‘We deden mee aan allerlei wedstrijden, pitches en masterclasses’, vertelt Melcher. ‘Dat heeft ons veel gebracht, maar nu komt de volgende fase.’

Nu gaat het meer over het verkopen van het product zelf. ‘Prijzen winnen is een goed teken, maar nu moeten we de echte waarde van het bedrijf verhogen, in het lab en achter de pc. Nu werken we aan het bereiken van ons einddoel: de draagtas in ziekenhuizen krijgen. Dat doen we nu met veel meer focus.’

Die focus zullen ze nodig hebben, want het komende halfjaar is cruciaal. Het octrooi moet rond, investeerders zijn nodig en de niet-invasieve tests moeten goed verlopen. Daar hangt allemaal veel van af. Maar Niels kan de druk relativeren: ‘Eigenlijk is ieder halfjaar cruciaal voor een startup. We schrikken daar niet meer van en gaan gewoon door.’

De ondernemers van Envitron. Van links naar rechts: Marro Mijnans, Thijs de Jonge en Rein Schuil.

Envitron

bouwt een energiemanagementsysteem (de studenten zijn van de Hanzehogeschool)

Marro Mijnans (pas afgestudeerd in Sustainable Energy System Management)
Niels Tammeling (afgestudeerd in Werktuigbouwkunde)
Thijs de Jonge (propedeuse Facilitair Management)
Jacco Koning (afgestudeerd in Technische Informatica)
Rein Schuil (pas afgestudeerd in International Business and Management)

Envitron wil de onbalans tussen vraag en aanbod van energiestromen als elektriciteit en warmte verhelpen. De droom is om energie eerst te meten, dan aan te sturen en uiteindelijk te verdelen om verspilling van duurzame energie tegen te gaan. Dat is nogal wat, want daar bouw je niet zomaar eventjes een product voor. Daar gaat een wereld van complexe techniek achter schuil.

Een halfjaar geleden had Envitron een aantal mikpunten om dichter bij het einddoel te komen. De studenten wilden een grote investeerder binnenhalen, energiestromen van landelijke bedrijven verbeteren en werken aan een energieneutraal en zelfvoorzienend ‘microgrid’ op het EnTranCe-terrein op het Zernikecomplex.

Die investeerder is gevonden: Envitron heeft de krachten gebundeld met IT-bedrijf New Nexus. Dat bedrijf heeft allerlei ontwikkelaars van software in huis, die nu ook voor Envitron aan de slag gaan. ‘Dat zorgt voor een heleboel extra denkkracht’, zegt Marro. ‘Nu kunnen we nog beter werken aan ons systeem.’

Waar bestaat dat systeem dan uit? Ten eerste uit een sensorplatform. Dat is een soort router die je kan inpluggen in de meterkast en die dan precies laat zien welke stromen aan energie er op dat moment door een gebouw heen trekken. Het platform brengt alle pieken en dalen qua energieverbruik in beeld.

‘Het eerste prototype dat klaar is voor certificering, is net binnen’, zegt Marro. Het is een printplaat met daarop elektronische onderdelen, zoals computers die ook hebben. ‘Het heeft onwijs veel tijd gekost om dit technische hoogstandje te maken en om het steeds compacter en beter te krijgen. De volgende stap is om het goedkoper te produceren.’

We moeten het nu waarmaken. Het is tijd om te laten zien dat het werkt

De gegevens die het sensorplatform ontvangt, wil je op een overzichtelijke manier kunnen uitlezen. Envitron ontwikkelt daarvoor besturingssystemen en applicaties, met hulp van New Nexus en met binnenkort ook een nieuwe medewerker van Envitron voor de techniek. Met de applicaties moet het uiteindelijk mogelijk worden om vanuit de meterkast het energieverbruik van individuele apparaten te herkennen en aan te passen.

Door de investering kunnen Marro en zijn kompanen nog zeker tot aan de herfst door. Ze willen hun product voor de zomer op de markt hebben, zodat ze dan hun eigen broek kunnen ophouden. ‘Dat is een grote verantwoordelijkheid voor Rein’, lacht Marro. ‘Hij moet de klanten binnenhalen. Maar dat komt goed, daar maak ik me geen zorgen om.’

De eerste grote klanten hebben al prototypes van het sensorplatform geïnstalleerd. Bij die bedrijven mag Envitron eerst op kleine schaal laten zien in hoeverre ze kunnen verduurzamen en kunnen besparen op de energierekening. ‘We moeten het nu waarmaken’, zegt Marro. ‘Het is tijd om te laten zien dat het werkt.’

Dat willen ze ook doen met hun eigen ‘microgrid’ – dat project is inmiddels opgestart. Als ze het EnTranCe-terrein energieneutraal en zelfvoorzienend maken, is dat een duidelijk voorbeeld van de mogelijkheden. Marro droomt al verder: ‘Het zou fantastisch zijn om daarna de hele campus van de Hanzehogeschool te verduurzamen.’

Het ondernemen bevalt de jongens nog altijd, maar het gaat niet altijd perfect. ‘We maken soms fouten’, geeft Marro toe. ‘Het is hoge pieken, diepe dalen. Iedereen verprutst weleens iets, en dan is er soms ruzie. Maar dan praten we het uit en zetten we de schouders er weer onder om ons gezamenlijke doel te bereiken.’

Aan het eind van de dag genieten ze vooral van hun avontuur. ‘We leren enorm veel’, zegt Marro. ‘We kunnen alles wat we bedenken gelijk doen. Het vraagt kneiterveel van je, maar het betekent ook totale vrijheid. Het is de beste keus die ik ooit heb gemaakt.’

De ondernemers van Flocker bijeen. Van links naar rechts: Freya Liemburg, Reinard van Dalen en Stijn Eikelboom.

Flocker

online marketingbedrijf

Reinard van Dalen (masterstudent Informatiekunde)
Freya Liemburg (masterstudent Marketing)
Stijn Eikelboom (3e-jaars bachelorstudent Informatiekunde)

Ieder bedrijf moet íets online. Maar om op internet indruk te maken, heb je veel nodig. Denk aan een gelikte website, een doordachte marketingstrategie en software om de ‘reis’ van klanten te sturen. Daar kun je allemaal aparte bedrijfjes voor inhuren, je kunt ook aankloppen bij de mensen van Flocker: zij willen het allemaal bedenken én uitvoeren.

Een halfjaar geleden spraken ze de ambitie uit om grotere klanten binnen te halen. En om bij die klanten dan ook meer te doen. Niet alleen een website bouwen, maar ook de socialemediakanalen bijwerken en posters maken. Maar waar haal je dat eerste bedrijf vandaan dat je toevertrouwt om alles anders te doen?

Via hun persoonlijke netwerk is dat gelukt. Voor een zaak met keukens en badkamers gebruikt Flocker nu allerlei digitale handigheden om klanten te vinden en aan de zaak te binden. ‘Dit is het leukste en meest leerzame dat we tot nu toe hebben gedaan’, zegt Reinard. ‘Hier kunnen we weer op voortbouwen. Het is een springplank voor ons.’

Als een grote klant mij vlak voor een tentamen belt, dan wordt het me even te gek

Flocker is gewild. Zo gewild dat de studenten aan zeker tien potentiële klanten ‘nee’ moesten verkopen. Dat hebben ze in het afgelopen halfjaar moeten leren. ‘In het begin heb je de neiging overal ‘ja’ op te zeggen’, zegt Freya. ‘Maar dat is niet goed. Niet iedere klant past bij ons. En we moeten ook nog gewoon studeren, natuurlijk.’

Die combinatie van studie en startup is niet altijd makkelijk. Alle drie proberen ze het te scheiden, maar soms loopt het toch hopeloos door elkaar. ‘Als een grote klant mij vlak voor een tentamen belt, dan wordt het me even te gek’, zegt Freya. Studeren vereist ook een ander soort discipline, legt Stijn uit. ‘Je kunt niet even een kwartiertje leren, wel even een kwartiertje een klant mailen.’ Zo schiet studeren er weleens bij in en ligt stress op de loer.

Om fris te blijven, heeft Freya moeten afleren om werkmails te beantwoorden tijdens colleges, kiest Reinard er voor om ’s avonds tijd te nemen voor zichzelf en maakt Stijn zijn afwegingen nu op een andere manier. Namelijk zo: ‘Als ik dit niet nu doe, gaat er dan iets fout? Als het antwoord ‘ja’ is, dan moet het toch gebeuren. Als het ‘nee’ is, dan kan het wel even wachten.’

Zo is Flocker zelfs gestopt met VentureLab, waardoor het geen topondernemersverklaring meer heeft. Die verklaring moest ze meer tijd geven voor de studie, maar die tijd waren ze juist weer kwijt aan VentureLab. Daar leerden ze bovendien niet zoveel bij: Flocker wist al wat het wilde en kreeg te weinig concrete tips and tricks.

Die tijd stoppen ze nu weer in het bedrijf, om te groeien. Want ze willen niet alleen werken vóór het bedrijf, maar ook áán het bedrijf. Niet alleen websites maken voor klanten, maar ook werken aan de eigen nieuwe website – die gepland stond voor de eerste week van 2018, maar deze week dan echt online komt.

Flocker wil ook groeien door in het komende halfjaar zzp’ers in te huren, zodat het meer klussen kan aannemen. ‘Wij kunnen de vraag nu niet helemaal aan’, zegt Reinard. ‘En groei is nodig. Anders blijven we steken. En dat willen we natuurlijk niet.’

De droom is nog altijd om na de studie van het bedrijf te leven. In het begin kregen ze er niks voor, nu gaat het financieel prima. ‘We zijn zeker nog niet rijk’, lacht Reinard. ‘Maar het verdient inmiddels beter dan bijvoorbeeld een bijbaan in de horeca. We zijn goed op weg.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in