Universiteit

Wie neemt het stokje over van Poppema?

RUG zoekt roerganger

Het aftellen is begonnen voor Sibrand Poppema, die nog heel eventjes de hoogste baas van de RUG is. En de zoektocht naar zijn opvolger is in volle gang. Wat voor iemand moet dat zijn?
Door Thereza Langeler

#diversiteitkomtnietvanzelf

De RUG was in 1871 de allereerste Nederlandse universiteit waar een vrouw mocht studeren. In 1984 was ze de eerste Nederlandse universiteit met een vrouw – Margot Andriessen – in het college van bestuur. Maar een vrouwelijke collegevoorzitter heeft de RUG nog nooit gehad.

Daarover ontstaat steeds meer onvrede – niet zo raar ook, anno 2018. Er studeren meer vrouwen dan mannen af, het ene bedrijf na het andere trekt de scheve man-vrouwbalans aan de top recht, de RUG zelf heeft nota bene het streven om het aandeel vrouwelijke hoogleraren nog voor 2020 van 19 naar 27 procent te brengen. Toch is de hoogste baas al ruim 400 jaar een man.

Nu de termijn van Sibrand Poppema afloopt, heeft de RUG een uitgelezen kans om daar iets aan te doen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze geen andere keus heeft. Kijk alleen al naar de verontwaardiging toen het ernaar uitzag dat de benoemingsadviescommissie (BAC) voor de nieuwe voorzitter slechts één vrouw zou tellen. Of naar de reacties op Twitter op de vacaturetekst die repte van chairman, in plaats van chairperson of simpelweg president.

Resumerend: de universiteitsraad zegt het, de ‘Sleutelvrouwen’ zeggen het, de vicevoorzitter van De Jonge Akademie zegt het en zelfs Tweede Kamerlid Lilianne Ploumen zegt het: er moet een vrouw in het bestuur. Gaat de RUG toch weer voor een man als collegevoorzitter, dan haalt ze zich een heleboel boosheid op de hals.

‘Ik leg het je nog één keer uit’ of ‘Ik hoor wat je zegt’

De UK interviewde Sibrand Poppema aan het begin van zijn tweede termijn in 2014. ‘Ik heb redelijk wat talenten’, zei hij toen. En: ‘Groot vertrouwen in mezelf kun je me rustig in de schoenen schuiven.’ En ook nog: ‘Misschien luister ik niet zo goed, maar ik weet wel wat er leeft.’

Hij kent zichzelf. Poppema stelt zijn doelen ambitieus en zijn uitspraken absoluut. Hij is overtuigd van zijn eigen kunnen, vaak ook van zijn eigen gelijk.

Allemaal eigenschappen die je een eind kunnen brengen, als collegevoorzitter. Poppema wordt geroemd om de wijze waarop hij zijn functie uitoefende en hij bereikte veel van wat hij bereiken wilde; het slagingspercentage ging omhoog, in binnen- en buitenland steeg de universiteit in aanzien en onderwijs en onderzoek werden steeds internationaler.

Toch is er een belangrijke groep mensen die het een beetje gehad lijkt te hebben met leidinggeven à la Poppema: de universiteitsraad. Die heeft het recht om mee te beslissen over het RUG-beleid. En als een collegevoorzitter niet zo goed luistert, wordt dat er bepaald niet makkelijker op. Tijdens de besluitvorming over de Yantaicampus werd pijnlijk duidelijk wat het gevolg kan zijn: college en raad lijnrecht tegenover elkaar, waarbij de raad zich niet serieus genomen en het college zich ondermijnd voelt.

Misschien kan Poppema het beste worden opgevolgd door iemand die het anders aanpakt, die eerst luistert en daarna pas plannen maakt. Misschien is het niet erg als diegene niet op en top het charismatische boegbeeld is dat Sibrand Poppema wel is, of niet zo groots en ambitieus denkt als hij. Voor een universiteit waarin steeds breder wordt gevraagd om bottom-up in plaats van top-down zijn grootse plannen nu eenmaal niet het belangrijkste.

Wat is dan het belangrijkste?

Als we een bescheiden voorzetje mogen doen: een gedegen internationaliseringsaanpak, en het bestrijden van de torenhoge werkdruk.

Niemand op de RUG is echt tegen internationalisering, al was het alleen maar omdat dat ongeveer net zo zinvol is als tegen digitalisering zijn. Maar het moet wel goed gebeuren, en dat is tot nu toe niet altijd het geval geweest, zo gaf rector magnificus Elmer Sterken onlangs zelf toe.

Daar ligt een mooie taak voor de nieuwe voorzitter. Zorgen dat de internationaliseringsaanpak duidelijk verweven is met de onderwijsdoelen, dat ze tot beter onderwijs leidt in plaats van ergernis. De integratie en inclusie van buitenlandse studenten en staf stimuleren. En voorkomen dat internationals na hun aankomst wekenlang dakloos ronddobberen.

Zo mogelijk nog belangrijker is concrete actie tegen de werklast waaronder alle – maar vooral de wetenschappelijke – RUG-staf gebukt gaat. Het medewerkersonderzoek van februari drukte de RUG met de neus op de schrijnende feiten: medewerkers ervaren onbalans tussen werk en privé, zijn zo druk met onderwijs dat onderzoek er bij in dreigt te schieten en werken vaker wel dan niet door buiten kantoortijd.

Universiteitsraadslid Antoon De Baets omschreef de hoog opgelopen werkdruk als ‘structureel achterstallig onderhoud’. Het is hoog tijd, zo vinden hij, de raad en de rest van de RUG, dat dat onderhoud opgepakt wordt.

Dit college heeft de eerste stappen al gezet door vijf miljoen euro extra vrij te maken voor meer personeel. De nieuwe voorzitter heeft straks de kans om op de ingeslagen weg verder te gaan – bijvoorbeeld door die vijf miljoen euro van eenmalig in structureel te veranderen.

English

4 REACTIES

  1. Zou het niet het beste zijn als iemand gekozen werd die het meest competent is, i.p.v. dat iemands geslacht doorslaggevend is.

    • Maar wat te doen als er meerde kandidaten zijn die in principe even competent zijn? Is het dan niet volkomen gerechtvaardigd om andere criteria, zoals diversiteit, mee te laten spelen in de beslissing?

      • zouden al deze kandidaten dan precies even competent zijn? Dit lijkt mij zeer onwaarschijnlijk, Overigens wordt in de situatie die je hier schetst ook eerst gekeken naar iemands competenties.

  2. Helaas heb ik aan den lijve de neveneffecten van positieve discriminatie ondervonden. In de tijd dat mensen normaal loopbaanontwikkeling kunnen doormaken heeft de generatie autochtone mannen waartoe ik behoor te maken gehad met zware discriminatie op de arbeidsmarkt en bij het toekennen van studiefaciliteiten, dit omdat de mannen uit hippiegeneratie en de voorgaande generaties loopbaanontwikkeling niet eerlijk wilden delen. Om hun geweten te zuiveren hebben ze de inhaalslagen betreffende participatie over de ruggen van mijn generatie laten plaatsvinden. Dit heeft vooral plaatsgevonden bij lagere en midden hoge functies. De echte topbanen waren gevrijwaard hiervan en werden verdeeld binnen het old boys network. Om dit te doorbreken zou het zeer goed zijn als een uiterst geschikte vrouw in het CvB komt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in