Universiteit
Albert Koster (r.) met zijn gasten

RUG-medewerkers vangen Oekraïners op

‘Ineens stond de oorlog in mijn keuken’

Albert Koster (r.) met zijn gasten
De drie RUG-medewerkers die een tijdelijk thuis bieden aan Oekraïense vluchtelingen hebben allemaal hun eigen redenen om dat te doen. Maar over een ding zijn ze het eens: ‘Het minste wat we kunnen doen is iemand een veilige plek bieden.’
20 april om 12:07 uur.
Laatst gewijzigd op 22 april 2022
om 11:25 uur.
april 20 at 12:07 PM.
Last modified on april 22, 2022
at 11:25 AM.

Door Yelena Kilina

20 april om 12:07 uur.
Laatst gewijzigd op 22 april 2022
om 11:25 uur.

By Yelena Kilina

april 20 at 12:07 PM.
Last modified on april 22, 2022
at 11:25 AM.

Yelena Kilina

International editor
Volledig bio

International editor
Full bio

Albert Koster twijfelde er geen moment over toen hem werd gevraagd of hij Oekraïense vluchtelingen kon opvangen: ‘Ja graag!’

De baliemedewerker van de ACLO is al jaren gelukkig getrouwd met Valentina, een Oekraïense vrouw, en is al vele malen in haar thuisland geweest. Het stel moedigde al hun vrienden en familie aan om te komen toen ze over de oorlog hoorden. ‘Ik weet niet meer precies wie wanneer kwam, maar we hebben tot nu toe negen mensen over de vloer gehad, een voor een.’

‘Het was een beetje als een zorgvuldig geplande drive-through’, zegt Valentina, ‘zodat iedereen een veilige plek kon krijgen. Iedereen is heel emotioneel en ze hebben allemaal wel iets meegemaakt.’ Als de gasten eenmaal over de eerste schok heen zijn helpen Albert en Valentina ze met praktische dingen, zoals administratieve zaken of het vinden van een huis, zodat ‘ze alles hebben om hier te kunnen leven’.

Zelfstandig

Veel van de Oekraïners die hun normale leven door de oorlog in rook zagen opgaan willen zichzelf graag kunnen bedruipen. Dat geldt ook voor Albert en Valentina’s oude vrienden: ‘Dan ben je veertig en heb je ineens helemaal niks meer. Dat is echt…’ Denis stopt. Hij heeft er geen woorden voor. ‘Ons leven veranderde van de ene dag op de andere’, zegt zijn vrouw, Irina, ‘maar we gaan hier niet op ons gat zitten. We willen vechten aan het thuisfront.’

Denis en een andere vriendin, Katerina, zijn het roerend met haar eens: ‘We zijn geen slachtoffers. We gaan ons land vanuit het buitenland helpen.’

In de keuken borrelen de ideeën op: Denis is professioneel chef en Irina werkte als brand chef voor meerdere restaurants. Samen maken ze traditioneel Oekraïens eten om te verkopen, zoals kersenknoedels en aardappelpasteitjes. Albert heeft toegang tot een keuken, en Valentina is ‘de motor die de hele machine aanjaagt’, zegt Albert met een lach.

Humanitaire hulp

Alle grapjes terzijde: de vrienden hebben al twee voedselmarkten georganiseerd, en alle winst daarvan hebben ze omgezet in humanitaire hulp voor Oekraïners, met dank aan hun netwerk van vrijwilligers. ‘We hebben in korte tijd een efficiënt team opgezet’, zegt Valentina. Albert knikt: ‘Soms is het ineens allemaal heel veel en staat ons hele huis vol met hulpgoederen voordat ze worden verzonden.’

Om de tafel delen ze ideeën, pret en tranen. Albert verstaat niet altijd wat er zo gepassioneerd wordt besproken in zijn huis, maar hij is blij: ze hebben vandaag hun thuisland alweer geholpen. ‘Ik ben zo trots op de Oekraïners en hoe ze voor hun land vechten.’

Anastasiya, Ksenia en Lera

‘We hebben onze telefoon altijd bij ons’

Voor adjunct-hoogleraar pedagogiek Tina Kretschmer, die in Oost-Duitsland achter het IJzeren Gordijn opgroeide, raakte de Russische invasie van Oekraïne een gevoelige snaar. Dus toen iemand haar vroeg of ze ook mensen kende die een gezin van drie Oekraïners wilde opvangen, zei ze: ‘Ja, ik.’

Ze wist dat haar huis aan de kust in het noorden van Groningen groot genoeg zou zijn, maar zou zij het ook aankunnen als haar gasten getraumatiseerd waren? Hoe moest ze met ze omgaan zonder per ongeluk confronterende vragen te stellen? Maar al haar angsten verdwenen de volgende ochtend, toen Anastasia en haar dochters Lera en Ksenia haar huis binnenstapten.

‘Ineens stond de oorlog in mijn keuken in de vorm van drie mensen’, zegt Kretschmer. ‘Het voelde allemaal heel echt ineens, maar tegelijkertijd wist ik ook dat het goed zou komen. Ik heb alleen maar positieve gevoelens jegens ze, al ben ik wel boos over wat ze overkomen is.’

Anastasia, Lera en de vijfjarige Ksenia maakten zich niet al te veel zorgen over waar ze terecht zouden komen, zeggen ze. ‘Al onze zorgen gaan uit naar een ander land.’ 

Aanpassen aan Groningen

Door de oorlog moesten ze hun stadje in de regio Donetsk in het oosten van Oekraïne een maand geleden ontvluchten. ‘Russische vliegtuigen voerden aanvallen uit op de nabijgelegen steden, dus we hadden geen keuze’, zegt Anastasia, verrassend kalm. ‘We hadden maar een paar uur om onze koffers te pakken. We zijn vertrokken zonder dat we wisten waar we geen gingen. Dat besloten we allemaal onderweg.’

Het gezin probeert zich nu aan te passen aan het leven in een klein Gronings dorpje, waar ze de enige Oekraïners zijn. Ze moeten nog wennen aan het Nederlandse weer, maar proberen het dagelijks leven weer op te pakken. Anastasia vind het fijn om te tuinieren: ‘Thuis heb ik een lapje grond met plantenkassen.’

School

De jonge Ksenia gaat binnenkort naar school in de buurt, en psychologiestudent Lera volgt online college aan de Nationale Universiteit van Kyiv. Maar, zegt ze, ‘bijna iedereen heeft de stad verlaten en mensen mogen het hoorcollege verlaten als het luchtalarm afgaat.’ Ze weet ook niet zeker of ze aan haar Engels moet werken. ‘Ik hoop dat het allemaal snel weer afgelopen is. Ik wil naar huis.’

In het huis communiceren ze via Google Translate. ‘We hebben onze telefoon altijd bij ons’, zegt Kretschmer. Ondanks de taalbarrière lukt het ze toch om grapjes te maken en goede gesprekken te hebben onder het genot van een glas wijn. ‘Ik heb nog nooit zulke betekenisvolle stille gesprekken gehad’, zegt ze.

‘Alsof we een vriend te logeren hebben’

Toen adjunct-hoogleraar Jessica en haar partner in het buitenland woonden, ontmoetten ze veel mensen die ervoor zorgden dat ze zich thuis voelden in een ander land, dus ze wisten dat ze dat ooit ook voor anderen wilden doen. Toen de oorlog begon zette het stel hun adres op een website waar Oekraïense vluchtelingen in contact konden komen met Nederlandse gastheren. ‘Ik voel me zo hulpeloos. Het minste wat we kunnen doen is iemand een plek aanbieden waar ze veilig zijn’, zegt ze.

Terwijl Jessica en haar partner wachtten op een verzoek, trok Taras enkele honderden kilometers verderop de grens over met zijn ‘vrouw, familieleden en huisdieren’. Omdat hij een dubbele nationaliteit heeft, wat verboden is in Oekraïne, kon Taras het land verlaten. ‘Ik ga er niet om liegen: dankzij mijn grootouders heb ik ook een Roemeens paspoort.’

Andere toekomst

Toen zijn ouders hun inkomen verloren vanwege de oorlog, besloot Taras naar Nederland te verhuizen om daar een baan te vinden en ‘een andere toekomst’ voor zijn familie te creëren. ‘Mijn familie en ik hadden goed werk, we konden naar het buitenland reizen, mijn vrouw en ik wilden kinderen. Maar van de ene dag op de andere gingen al die dromen in rook op’, zegt hij bitter.

Taras benaderde meer dan vijfentwintig families in Nederland om een tijdelijk onderkomen te vinden terwijl zijn vrouw en familie ergens anders verblijven. ‘Niet iedereen wilde een man in huis nemen, maar Jessica en haar man waren de eersten die antwoordden tijdens mijn vierdaagse zoektocht’, zegt Taras. ‘Ik heb zo veel geluk gehad dat ik ze ontmoet heb’, voegt hij toe.

Perfecte match

Jessica en haar partner vinden het geen probleem om hun huis te delen met Taras en brengen veel tijd met hem door. ‘Het is een perfecte match eigenlijk: we zijn ongeveer even oud en we hebben dezelfde interesses. We zijn behoorlijk spontaan en actief en spreken veel met vrienden af, dus het voelt eigenlijk meer alsof we een vriend te logeren hebben’, zegt ze.

Taras waardeert het ook dat het stel hem steunt en hem geholpen hebben bij het navigeren van de Nederlandse arbeidsmarkt. ‘Zonder hun hulp had ik waarschijnlijk de eerste de beste slecht betaalde baan aangenomen, omdat ik me niet realiseerde dat ik met mijn ervaring en kennis een veel betere baan kan krijgen’, zegt Taras, die een diploma in waterbeheer heeft en als bouwkundig opzichter heeft gewerkt voor grootschalige infrastructuurprojecten.

Hij is nu actief op zoek naar werk en doet zijn best om zijn Engels te verbeteren. Hij hoopt dat hij te zijner tijd zijn familie hiernaartoe kan halen. ‘Familie hoort samen te zijn.’

English