Universiteit
Posten aan de Pools-Oekraïense grens

Anneke haalde vluchtelingen op

‘Ik moest wel iets doen’

Posten aan de Pools-Oekraïense grens
Twee keer al reed Anneke Elzinga, frontofficemedewerker bij letteren, naar de Oekraïense grens om vluchtelingen op te halen. ‘We zagen een eindeloze stroom verdriet aan ons voorbij trekken.’
22 maart om 12:45 uur.
Laatst gewijzigd op 22 maart 2022
om 14:45 uur.
maart 22 at 12:45 PM.
Last modified on maart 22, 2022
at 14:45 PM.
Avatar foto

Door Rob van der Wal

22 maart om 12:45 uur.
Laatst gewijzigd op 22 maart 2022
om 14:45 uur.
Avatar foto

By Rob van der Wal

maart 22 at 12:45 PM.
Last modified on maart 22, 2022
at 14:45 PM.
Avatar foto

Rob van der Wal

Facebook stond er vol mee. Overal zag ze berichten met hulpvragen van gevluchte Oekraïners. Mensen die niet verder kwamen dan de grens met Polen. Het openbaar vervoer daar kan de drukte niet aan en veel mensen hadden geen bekenden ter plekke die hen konden opvangen.

Er waren hulpvragen van vluchtelingen zelf, maar ook van familie en kennissen elders in Europa. 

‘Toen voelden we een soort machteloosheid in ons opkomen’, zegt Anneke Elzinga, frontofficemedewerker op de letterenfaculteit. Ze werkte eerder als beveiliger in het opvangcentrum in Ter Apel. Daar had ze ‘de andere kant van de maatschappij’ gezien. Ook dit keer moest ze helpen, vond ze. ‘Mijn vriend en ik keken elkaar aan en zeiden: we kunnen toch wel iets doen?’

Kwetsbaar

Het antwoord bleek snel gevonden. Elzinga en haar vriend zagen het Facebookbericht van de Oekraïense Igor, die inmiddels al jaren in België woont. Zijn beste kameraad, door Elzinga ‘opa’ genoemd, woont nog wel in Oekraïne. ‘Opa vroeg – via zijn Belgische vriend – of iemand zijn dochter Kseniia en vierjarige kleinzoon Yan in veiligheid kon brengen’, zegt Elzinga. ‘Maar zelf moest opa in Oekraïne blijven, want mannen mogen het land niet meer uit.’

Oude mensen en vrouwen met kinderen, vaak met niet meer dan een rugtas

Er stond een telefoonnummer bij en Elzinga’s vriend belde op. ‘Juist dat het een jonge vrouw met een kind was, maakte dat ik moest reageren’, vertelt ze. ‘Natuurlijk neem je – als het er op aan komt en ze het land uit mogen – ook mannen mee. Maar in eerste instantie de vrouwen en kinderen. Zij zijn het kwetsbaarst.’

Een dag later, op 4 maart, reden Elzinga en haar vriend met een auto vol haastig ingezamelde medische spullen in vijftien uur van Groningen naar de Pools-Oekraïense grensovergang Budomierz. Rond half twaalf ’s avonds stonden ze stil voor de slagboom. 

‘Je weet niet wat je ziet en meemaakt’, zegt ze. ‘Er kwamen duizenden mensen voorbij, te voet of met de auto. We hadden geluk dat er vriendelijke politieagenten waren die ons door de chaos heen loodsten.’

Ramp

De twee gaven hun voorraden af bij de aanwezige hulporganisaties, maar vanaf dat moment was het wachten op Kseniia en Yan.

‘We wisten van Igor dat ze aan de andere kant van de grens waren, maar niemand wist hoe lang het zou duren’, vertelt Elzinga. ‘Aan de andere kant van de slagboom was niks anders dan een stuk niemandsland. Het was koud en we zagen een eindeloze stroom verdriet aan ons voorbij trekken. Gezinnen, oude mensen, vrouwen met kinderen. Ze droegen vaak niet meer dan een rugtas. Toen beseften we: dit is een ramp en we staan machteloos.’

Ook op de Poolse stations langs de grens voltrekt zich een ramp, zegt Elzinga. ‘Daar zijn mensenhandelaren actief en er zijn al hele nare incidenten geweest. Daarom mag je ook niet meer op die stations komen, ook niet als je vertelt dat je van een hulporganisatie komt. Het vertrouwen van de mensen daar is volledig weg, en dat snap ik wel.’

Zelf doet Elzinga alles wat ze kan om het vertrouwen terug te winnen, zegt ze. ‘Mijn vriend en ik hebben ons aangesloten bij een aantal Facebookgroepen: Oekraïne voor Nederland en Taxi drive for peace. Zij weten dat wij naar de grens rijden en wij plaatsen onze oproep daar. Ze weten ook wat voor bus wij hebben, met welk kenteken. En we hebben bijvoorbeeld onze rijbewijzen daar geüpload.’

Knipperlampje

Pas om vijf uur ’s ochtends, vijf uur nadat ze waren gearriveerd, kwam het verlossende bericht van Igor: Kseniia en Yan waren de grenspost gepasseerd. ‘Wij waren de enige auto met een geel kenteken, dat had ik doorgegeven. En we deden een knipperlampje aan onze jas om op te vallen. Zo konden we elkaar vinden.’

Het vertrouwen van de mensen daar is volledig weg

Het eerste contact was – dankzij de goede contacten tussen haar en Igor – niet al te wantrouwend, zegt Elzinga. ‘Ik had hem continu aan de telefoon, om maar vertrouwen bij Kseniia en haar zoontje te wekken. Ze waren ontzettend dankbaar dat wij ze hadden opgehaald.’

Elzinga besloot eerst naar Krakau te gaan, waar de oververmoeide vluchtelingen konden uitrusten. Maar na een paar uur besloten zij en haar vriend te reageren op nog een hulpvraag. ‘Bij de grens stond een oudere heer die zijn dochter en kleinzoon tijdens de vlucht was kwijtgeraakt. De dochter en kleinzoon zaten inmiddels al in Hillegom.’ Na een rit van drie uur kregen vader en dochter elkaar aan de telefoon, zegt Elzinga. ‘De vreugde was groot.’ 

Een paar dagen later zijn Kseniia en Yan bij Igor ondergebracht. Af en toe houden ze nog contact. ‘En het gaat hartstikke goed verder. Kseniia leert nu fietsen.’

Tweede rit

Dat ze niet iedereen kan helpen, beseft Elzinga maar al te goed. ‘Je moet van tevoren besluiten wat je gaat doen. Want ik kan wel allemaal mensen meenemen, maar waar wil ik ze kwijt? Dan moet ik ze er misschien in Ter Apel uitgooien. Ik heb daar jaren gewerkt als beveiliger. Ik kom uit dat wereldje, en kan het niet maken om die mensen daar neer te zetten.’

Toch is het niet bij die ene trip gebleven. Dit weekend ging Elzinga opnieuw naar de Poolse grens. Ze deelde knuffeldieren uit, bracht een stel naar Berlijn en nam opnieuw enkele vluchtelingen mee naar Nederland. Inmiddels is ze lid van Nederlandse appgroepen waarin mensen onderdak voor de Oekraïense vluchtelingen aanbieden.

Iedereen probeert iets te doen om ons tegemoet te komen

Terug in Nederland kwam daar nog de zorg voor twintig Franse bulldogs bij. De honden zijn van twee Oekraïense vrouwen die allebei een partner hebben van Syrisch-Palestijnse afkomst. ‘Daardoor zijn de mannen formeel stateloos en hebben ze ook geen paspoort’, legt Elzinga uit. Anders dan Oekraïners met een paspoort moesten ze asiel aanvragen in Ter Apel en daar konden ze niet met hun honden terecht. Inmiddels hebben de dieren elders onderdak gevonden.

Kosten

De reacties die Elzinga krijgt zijn geweldig, zegt ze. Op haar afdeling archeologie staat een mandje waar collega’s verzorgingsspullen in doen. Want ook daaraan is aan de Oekraïense grens een groot tekort. ‘Maar de kranten hebben we niet opgezocht. Wij dachten: dit is ons project. En hoe het loopt, zien we dan wel weer.’

Ook met de kosten krijgt ze hulp, want de kosten van autohuur, hotelovernachtingen, benzine en tol lopen snel in de papieren. ‘Vrienden hebben na de eerste trip een inzamelingsactie opgezet voor de volgende reis. En bij het afrekenen in het hotel kregen we te horen: dat eten hoeven jullie niet te betalen. Zo probeert iedereen iets te doen om ons tegemoet te komen.’

Elzinga weet dan ook zeker dat dit niet haar laatste rit naar de Oekraïense grens was. Hoe vaak zij en haar vriend nog in de auto stappen, hangt wel af van de financiën, zegt ze. ‘We leggen er altijd wel geld bij. Dat kan natuurlijk niet eeuwig duren. Ergens zou dat misschien een reden moeten zijn om te zeggen: misschien kunnen we in onze eigen stad nog iets doen, of net over de grens. Maar daar wil ik eigenlijk nog niet over nadenken. Want wat wij tot nu toe hebben gedaan, daar word je pas écht een rijk mens van.’

English