Studenten

Een bank voor Wytze

Nooit meer in de gracht pissen

Jongens van achttien horen niet te overlijden. Toch raakten Steven Gast en Joop Stolle in 2016 plotseling hun vriend en huisgenoot Wytze Pennink kwijt. Nu vertellen ze iedereen die het maar wil horen: pas op jezelf en elkaar.
Door Thereza Langeler / Foto Reyer Boxem & archief Steven Gast

Soms ontmoet je iemand met wie het klikt. Je weet misschien niet eens waarom, maar je voelt: dit zit wel snor. Zo was het voor de bewoners van Pension Dieters, een Vindicathuis in het noorden van de stad, toen eerstejaars Wytze kwam logeren in de KEI-week.

‘Hij paste meteen’, herinnert Steven Gast zich, een van de bewoners. ‘Hij was zo vrolijk en positief. Ik dacht: met deze jongen zou ik heel leuk vier jaar in huis kunnen wonen.’

Het werden nog geen vier maanden.

De achttienjarige Wytze Pennink kwam na een avond stappen in oktober 2016 niet meer thuis. Hij raakte ter hoogte van de Kijk in ’t Jatbrug te water – hoe het precies gebeurde, weet niemand. Nu, ruim anderhalf jaar later, staat er vlakbij die brug een bankje, speciaal voor hem.

Tekening

‘Dat idee hadden we eigenlijk meteen al’, vertelt Joop Stolle, een andere huisgenoot. Hij heeft samen met Steven en met Wytzes broer Sjoerd gezorgd dat de bank er kwam. ‘Er moest íets komen, vonden we.’ De jongens wilden een plek creëren waar nabestaanden naartoe konden gaan, en tegelijk de plaats des onheils van een zichtbaar gedenkteken voorzien. Iets dat zei: pas op jezelf, wees voorzichtig.

Dus staat er nu een bankje. Of zeg eigenlijk maar gerust ‘bank’. Hij is opvallend breed, en van onbeschilderd hout. In de stoep eronder zit een tegel met een tekening – een beetje zoals het lieveheersbeestje tegen zinloos geweld. Op deze tegel staat een hand, drie vingers tegen de palm gevouwen, de duim en pink gestrekt. Shaka sign heet het gebaar, of ook wel hang loose.

Hang loose, dat was Wytze’, zegt Joop. ‘Relaxt en laid back, maar ook altijd aan het genieten.’ Steven: ‘En hij maakte dat gebaar echt de he-le tijd.’

Nieuw begin

Groningen was voor Wytze een nieuw begin, zoals de stad dat elk jaar voor veel eerstejaarsstudenten is. ‘Hij had in het begin iets introverts, maar hij kwam steeds meer tot bloei’, herinnert Joop zich. Vindicat, nieuwe vrienden, fijn huis, feesten: alles was even mooi en Wytze ging er helemaal in op.

Toen hij op een vrijdagochtend in oktober niet thuis was, gingen zijn huisgenoten ervan uit dat hij na het stappen bij een vriend was blijven slapen. Deed hij wel vaker. Hij zou vanzelf verschijnen.

Maar het werd later op de middag, en daarna werd het avond, en Wytze bleef weg. ‘Toen sloeg de stress wel toe’, zegt Joop. Hij was intussen bij zijn ouders thuis in Amsterdam, maar keerde direct naar Groningen terug. De dagen erna zou hij onvermoeibaar de delen van de stad uitkammen waar Wytze geweest zou kunnen zijn, geholpen door honderden andere Vindicatleden en Stadjers.

Roes

‘Die dagen waren een roes’, zegt Joop. ‘Een soort zwart gat’, zegt Steven. De jongens sliepen niet, zaten zelfs nauwelijks stil, want zodra je stilzat, werd je gek. Pension Dieters was dat weekend een uitvalsbasis waar Wytzes familie bijeen zat, waar de zoekers elkaar op de hoogte hielden en waar vrienden bakken lasagne kwamen brengen.

De ambulances reden ons voorbij, richting de brug. Toen wisten we dat hij was gevonden

Op zaterdag besloten ze speurhonden in te zetten. Zondag begon de politie met duiken. Wytze bleef weg.

Omdat geen mens eeuwig in een zwart gat kan zitten, zaten Joop en Steven maandagmiddag bij een koffietentje in de Oude Kijk in ’t Jatstraat. ‘Daar hoorden we de sirenes’, zegt Joop. ‘De ambulances reden ons voorbij, richting de brug. Toen wisten we dat hij was gevonden.’

Het is allemaal al meer dan anderhalf jaar geleden. Ze hebben er al vaker over verteld. De woorden komen er inmiddels vrij gemakkelijk uit, met haast iets van routine. Maar het verhaal went nooit, niet echt. ‘Wat het zo bizar maakt: hij was zó jong’, vat Joop samen. ‘Dan mag zoiets helemaal niet gebeuren.’

Mensen gaan dood

Dat vonden de jongens allebei, meteen al, en dat vinden ze nog steeds. Als ze mensen spraken over het gebeurde, en over de dood in het algemeen, hoorden ze nogal eens: ‘C’est ça. Mensen gaan dood, daar doe je niets aan.’ Bullshit, vindt Steven. ‘Natuurlijk kun je daar wel wat aan doen.’

[masterslider id=”39″]

Steven houdt sowieso van doen. ‘Verslaafd’, zo noemt hij het zelf. Hij is van nature geen bankhanger; heeft hij vrije tijd, dan vindt hij iets te klussen, te regelen of te maken. Dus toen zijn goede vriend en huisgenoot ineens uit het leven verdween, zomaar, zonder reden, nam Steven zich voor: we gaan iets doen.

‘We willen mensen bewuster maken’, legt hij uit. ‘Samen uit, samen thuis – dat moet echt de standaard worden.’ Hij en zijn huisgenoten werden ambassadeurs van het voorzichtig zijn. Ze schreven een boodschap voor nieuwe eerstejaars, die in het KEI-informatieboekje werd gedrukt: ‘Geniet van alles wat het studentenleven je te bieden heeft, maar let op jezelf en eveneens op elkaar.’

Samen uit, samen thuis

Ook binnen Vindicat promoten ze onvermoeibaar de ‘samen uit, samen thuis’-gedachte, onder meer in de introductietijd. Het blijft niet onopgemerkt, zien ze om zich heen: verenigingsleden fietsen of lopen nu veel vaker samen naar huis na het stappen.

‘En wij pissen nooit meer in een gracht’, zegt Joop.

‘Ik besef ook wel dat je een ongeluk nooit helemaal kunt voorkomen’, geeft Steven schoorvoetend toe. ‘Maar je kunt het in elk geval proberen.’

Een half jaar na Wytzes ongeluk mailde hij de gemeente Groningen. ‘Gewoon via zo’n contactformulier, je weet wel: naam, adres, vraag, enzovoort.’ Hij legde zo bondig mogelijk uit dat ze graag een bankje wilden aanbieden aan de gemeente. Een simpel bankje, waar de familie en vrienden van Wytze altijd naartoe konden gaan en die studenten konden zien op weg naar college. Op goed geluk stuurde hij het verzoek in. Niet geschoten is altijd mis.

Burgemeester

Binnen no time reageerde de burgemeester. Hij vond het een geweldig idee en wou graag persoonlijk met ze om tafel.

‘Ze waren bij de gemeente echt direct on board’, zegt Joop. ‘Die vertraging is niet hun schuld, dat is misschien goed om erbij te zeggen.’ Nee, het lag aan de Aanpak Diepenring. Het Lopendediep werd vernieuwd en daar moest op gewacht worden.

In de tussentijd konden de jongens mooi aan de slag, samen met ambtenaar Arda Klijnsma, die hen heeft begeleid. Zij zouden de bank financieren, was het idee, en de gemeente zorgde voor de plaatsing.

Het is mooi dat hij zo sober is geworden. Zo was Wytze ook

Om het benodigde geld in te zamelen, lanceerden de jongens de website 07102016.net – Wytzes overlijdensdatum. Via die site verkochten ze eigengemaakte kunstwerken. Steven maakte tekeningen in Andy Warhol-achtige pop art-stijl, in allerlei verschillende kleuren. Allemaal met dat handgebaar dat ze Wytze tot vervelens toe hadden zien maken: hang loose.

Nu staat de kroon op hun harde werk eindelijk op zijn plek. Een opvallend brede bank, van onbeschilderd hout, die vanaf de noordzijde van het Lopendediep uitziet op het water. Steven en Joop zijn er blij mee.

‘Het is mooi dat hij zo sober is geworden’, vindt Steven. ‘Want zo was Wytze ook. Bescheiden en oprecht.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.