Universiteit
Robbert Dijkgraaf afgelopen april tijdens zijn bezoek aan de Bernouilliborg Foto Reyer Boxem

Interview met minister Dijkgraaf

‘Student heeft terechte zorgen’

Robbert Dijkgraaf afgelopen april tijdens zijn bezoek aan de Bernouilliborg Foto Reyer Boxem
Bij elk vraagstuk begint natuurkundige Robbert Dijkgraaf het liefst met een leeg schoolbord. Dan kan hij vanaf het begin opbouwen. En zo wil hij het ook doen als minister van Onderwijs.
Door Bas Belleman, Hoger Onderwijs Persbureau
27 juni om 15:00 uur.
Laatst gewijzigd op 27 juni 2022
om 15:46 uur.
juni 27 at 15:00 PM.
Last modified on juni 27, 2022
at 15:46 PM.

Het blijft bijzonder, een natuurkundige van wereldfaam die de politiek in stapt. Van wiskundige modellen die de kleinste deeltjes beschrijven naar de rommelige werkelijkheid van Den Haag.

‘Ik heb in de wetenschap geleefd, maar ik kijk er nu in vogelperspectief naar’, zegt minister Robbert Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ‘Ik heb met veel meer partijen te maken, zoals mijn collega’s in het kabinet, andere ministeries en de Tweede Kamer.’

U benadrukt graag het belang van ‘feiten’. Is het niet jammer dat feiten in de politiek soms zo’n marginale rol spelen?

‘Toen ik hier net was, hoorde ik de uitdrukking ‘dan wordt het politiek’. Daar moest ik even aan wennen. Het betekent dat je allerlei rationele stappen kunt nemen en voorbereidingen kunt treffen, tot je op een kruising komt: welke kant wil je opgaan? Dat is een politieke beslissing. Maar dat gebeurt ook in je eigen leven. Je laat je niet altijd door de feiten dwingen, je maakt afwegingen.’

Je laat je niet altijd door de feiten dwingen

U moet ook overleggen en compromissen sluiten.

‘Politiek lijkt soms traag en stroperig, terwijl de tijd ook snel kan gaan. We praatten bijvoorbeeld over de nieuwe basisbeurs die we per september 2023 willen invoeren. Toen beseften we opeens: dan hebben we eigenlijk geen dag te verliezen.’

Hoe gaat een wetenschapper met politieke besluitvorming om? 

‘Ik probeer altijd even een moment te nemen, net als in wetenschappelijk onderzoek, dat het schoolbord leeg is. Dan gaan we vanaf het begin opbouwen wat we proberen te doen. En dan kunnen we door naar nota’s en beslissingen.’

Maar neem de compensatie voor studenten van het leenstelsel. U kreeg eerst een bedrag, een miljard euro, en kon pas daarna kijken wat de studenten eigenlijk nodig hadden. 

‘Je kunt inderdaad niet altijd from scratch beginnen. Er is bijna een jaar over het regeerakkoord onderhandeld, dus daar kan ik weinig aan veranderen. Maar dat is niet anders dan in het wetenschappelijk onderzoek. De natuur deelt ook kaarten uit: ik hoopte soms op een deeltje dat uiteindelijk niet bleek te bestaan. Er zijn krachten die groter zijn dan jijzelf.’

Gewoon accepteren, en dan weer blijmoedig verder?

‘Ja, dat is misschien wel een goede samenvatting.’

U heeft net een nieuwe koers uitgestippeld voor hoger onderwijs en onderzoek, en miljarden euro’s verdeeld. Hoe maakte u daarin de afwegingen?

‘Voor dat beleid was er ook een bepaald budget beschikbaar, ongeveer een miljard per jaar, en er lagen allerlei rapporten en wensen. Er zijn veel meer knoppen om aan te draaien dan bij de tegemoetkoming aan de studenten van het leenstelsel. Dus ga je gesprekken voeren en ideeën ophalen. Ik zeg altijd: als minister zit je in de minst comfortabele positie: je ervaart alle krachten en tegenkrachten, en dat is goed.’

We willen meer rust en ruimte voor docenten die geen onderzoekstijd hebben

Opvallend is vooral de 300 miljoen euro per jaar aan werkkapitaal voor onderzoekers, waarvan de helft voor universitair docenten die een vast contract krijgen.

‘Het is een stimulans voor universiteiten om jonge docenten (meestal 30 tot 40 jaar – red.) vaste posities aan te bieden. We willen meer rust en ruimte voor docenten die weinig of zelfs helemaal geen onderzoekstijd hebben. En zo kunnen we ook de werkdruk verlichten.’

Maar het zijn toch vooral postdocs die het ene tijdelijke contract na het andere krijgen?

‘Die postdocs willen graag een vast contract, en dat kan als ze universitair docent worden. Er moeten dus ook meer UD’s komen. We gaan er met de universiteiten bestuurlijke afspraken over maken en we gaan het heel precies monitoren. De groeperingen die ons gewezen hebben op de noodzaak van vaste contracten, willen we erbij betrekken.”

Universiteiten trekken te veel studenten, hogescholen krijgen te maken met krimp in de regio. Kunnen hogescholen universitair onderwijs gaan verzorgen in de krimpregio’s?

‘Na de zomer ga ik aan een verkenning beginnen: wat is nou precies de rol van iedere soort onderwijs? Het hbo heeft een sleutelpositie, vanwege de nauwe aansluiting op de arbeidsmarkt en de verdieping die de opleidingen bieden.’

Behoort een nieuwe universiteit in een krimpregio tot de mogelijkheden? In het verleden zijn er ook hogescholen universiteit geworden.

‘Dat is een goede vraag, en alle vragen moeten gesteld kunnen worden. De hogescholen krijgen nu 100 miljoen euro per jaar om praktijkgericht onderzoek te ontwikkelen. Het is de bedoeling om het hbo-onderzoek verder te ontwikkelen en het onderwijs innovatiever te maken. Daarom beginnen we bijvoorbeeld met het professional doctorate in het hbo (de hbo-variant van de wetenschappelijke promotie; red.).’

Het welzijn van studenten moet hogere prioriteit krijgen

Welke mogelijkheden gaat u na de zomer verkennen?

‘Er zijn veel tussenmuurtjes in het mbo en hoger onderwijs. Kunnen we er een paar weghalen en de paden van individuele studenten als uitgangspunt nemen? Daar wil ik naar kijken. Sowieso vind ik dat we mbo, hbo en wo als een waaier moeten zien, en geen hiërarchie moeten aanbrengen. Ik ben zelf ook van het wetenschappelijk onderwijs naar het hbo overgestapt toen ik naar de Gerrit Rietveld Academie ging. Dat was geen stap naar beneden, maar een stap opzij.’

We zouden geen hiërarchie moeten aanbrengen, zegt u. Maar je verdient over het algemeen als academicus meer dan als hbo’er. Dan is het toch niet vreemd dat mensen zo denken?

‘De werkelijkheid is altijd weerbarstig. Het is moeilijk te voorspellen welk inkomen je verwerft met welke opleiding. In de technieksector kun je veel verdienen, op alle niveaus. Het inkomen is ook niet de enige dimensie. Ik spreek veel studenten die zeggen: ik wil later iets betekenen voor de maatschappij.’

Ik hoor ook weleens dat ze later een huis willen kopen.

‘Maar ik heb in mijn gesprekken met studenten nog nooit gehoord dat iemand vroeg: wat is de opleiding waar ik later het meest mee kan verdienen? Natuurlijk willen studenten een huis, en een baan met perspectief. Ze hebben heel terechte zorgen. Dat benadruk ik ook vaak in de ministerraad: laten we met blik van jongeren naar beleid kijken. De herinvoering van de basisbeurs helpt, maar we moeten blijven opletten.’

We kunnen niet onbeperkt druk uitoefenen op onze studenten

Klopt het dat u iets wilt doen aan de snelle stijging van het collegegeld met meer dan 200 euro?

‘Ik ga kijken hoe ik de stijging van het collegegeld kan dempen, want dit is inderdaad wel een grote sprong.’

Studenten klagen ook over stress en prestatiedruk. Uw voorganger wilde om die reden het bindend studieadvies aan banden leggen. Wat wilt u doen?

‘We gaan kijken of we het bindend studieadvies naar het tweede jaar kunnen verschuiven, zodat studenten meer tijd krijgen. Dat lijkt me verstandig. Ik ben geschrokken van de prestatiedruk, de mentale problemen, de stress en de onveiligheid die studenten ervaren, waarover ze mij in gesprekken vertellen. We moeten oppassen, we kunnen als samenleving niet onbeperkt druk uitoefenen op onze studenten.’

Waar denkt u dat die druk vandaan komt?

‘We hebben een onderwijsstelsel dat uniek is in de wereld: het is toegankelijk en het is van hoge kwaliteit. Ik dacht weleens: waarom doet niet de hele wereld wat wij doen? Maar er is overdruk, met docenten die helemaal geen tijd meer hebben voor hun onderzoek en studenten die zo snel mogelijk hun opleiding moeten afmaken. Deels is het peer pressure. De maatschappij oefent druk uit en die komt in je eigen hoofd terecht en uiteindelijk maak je jezelf helemaal gek. Het is ook mijn taak om te zeggen: kan het allemaal even wat rustiger? In mijn plannen gaat het ook over het welzijn van studenten: dat moet hogere prioriteit krijgen.’

U heeft onlangs de wet teruggetrokken waarmee universiteiten meer grip krijgen op de toestroom van buitenlandse studenten.

‘Ik kan de gereedschapskist volstoppen en dan kan iedere boer zijn eigen stukje van de dijk onderhouden, maar daarmee is de dijk nog niet bewaakt. We moeten een landelijke blik op internationalisering hebben: wat willen we met zijn allen? Die blik ontbreekt nog. Ik praat met de universiteiten over oplossingen voor de korte termijn.”