Universiteit

Geen 'jurkje' meer voor pedel

Hora finita

Honderden promoties heeft pedel Reinie Kesimaat begeleid. Zo’n 38 jaar geleden pakte hij als eerste bode de pedelstaf op en deed de toga aan. Maar nu houdt hij ermee op.
Door Peter Keizer / Fotografie Traci White

Reinie Kesimaat kreeg in 1979 als eerste bode de functie van pedel, een functie die zo oud is als de universiteit zelf. Eind december gaat hij met pensioen als bode, vorige week zou hij voor het laatst optreden als pedel.

De bodes kregen de functie van pedel als compensatie voor het verdwijnen van de nachtdiensten die ze vervulden. Zo zou hun loon niet dalen.

Het dragen van een toga wekte destijds veel hilariteit onder de bodes, maar riep ook nogal wat weerstand op. Ze wilden niet drie kwartier in de zaal zitten wachten tijdens de oraties.

Meer dan vijfhonderd keer per jaar verzorgen de acht pedellen nu de promoties in het Academiegebouw.

Zijn collega’s organiseerden stiekem een afscheid voor Kesimaat. Plotseling was hij zelf het middelpunt van de belangstelling tijdens een oratie. Vooral de toespraak van chemicus Ben Feringa raakte hem. ‘Wie wordt er nou nog even bedankt door een Nobelprijswinnaar?’

Leestijd: 8 minuten (1309 woorden)

‘Moment, ik doe m’n ‘jurkje’ even aan.’ Kesimaat sprint naar een kleine kleedkamer, verstopt tussen de aula en de senaatskamer in het Academiegebouw. Eigenlijk zou hij hier helemaal niet moeten zijn. Vorige week dinsdag nam hij al afscheid tijdens zijn ‘laatste’ oratie. Eind december gaat hij met pensioen als bode, vorige week zou hij voor het laatst optreden als pedel. Maar nu knoopt hij toch snel weer het befje voor en slaat de toga om.

‘De oma van een collega is overleden. Ik kreeg vanochtend een appje of ik het daarom nog één keer wilde doen. En dan ben ik de beroerdste niet. Maar dit is echt de allerlaatste’, zegt hij.

Nachtdiensten

In januari 1979 was Kesimaat – witte haren, bescheiden glimlach – de allereerste bode die de functie van pedel kreeg. Daar ging geen statige ceremonie aan vooraf, zoals je misschien zou verwachten bij een functie die net zou oud is als de universiteit zelf. Het was vooral een praktische oplossing voor twee problemen.

‘Toen ik hier in 1974 kwam werken, hadden we nog nachtdiensten. Dan moest je de telefoon beantwoorden en de gebouwen controleren. Maar die diensten verliepen niet helemaal zoals het hoorde te gaan. Er is zelfs een keer eentje betrapt terwijl hij lag te slapen. Het waren vermoeiende diensten en toen had je geen televisie om je wakker te houden, alleen een radiootje. En de radiozenders hielden er ’s nachts ook mee op’, vertelt Kesimaat. ‘Ze hebben toen de bewaking van de gebouwen overgedragen aan een bewakingsdienst en een telefooncentrale genomen. De nachtdiensten konden vervolgens worden afgeschaft.’

Maar het afschaffen van de diensten betekende ook dat de bodes flink in loon achteruit zouden gaan. En dat wilden ze niet. ‘Toen hebben ze ons ter compensatie de pedelfunctie gegeven.’ Tegelijkertijd kon zo afscheid worden genomen van de 87-jarige heer Hoogewerf, de laatste ‘vaste’ pedel van de universiteit, die zijn functie wilde neerleggen.

Kreetjes

Helemaal soepel ging de overdracht overigens niet. Het dragen van een toga wekte veel hilariteit onder de bodes, maar riep ook nogal wat weerstand op, schreef de UK destijds (zie afbeelding). Uren is er vergaderd over de vraag of die toga nou echt aan moest en of de pedel tijdens de drie kwartier durende oratie de aula mocht verlaten. Uiteindelijk werd besloten vóór het ‘jurkje’. De pedellenfunctie kwam definitief bij de bode- en conciërgedienst te liggen. Voortijdig de aula verlaten was er voor de kersverse pedellen niet bij, maar als compromis mochten ze wel een ‘minder opvallende plaats kiezen in de zaal’, aldus de UK in 1979.

Het dragen van een toga wekte veel hilariteit onder de bodes, maar riep ook nogal wat weerstand op, schreef de UK in 1979. (Klik)

Tussen kerst en oud en nieuw hebben we nog een beetje geoefend’, vertelt Kesimaat. ‘Een beetje de kreetjes die je moet doen, zoals ‘hora finita!’ en ‘het college van decanen’, dat tegenwoordig het ‘het college voor promoties’ heet. En verder hoef je er niet veel aan te doen.’ Een typisch Gronings understatement.

Meer dan vijfhonderd keer per jaar verzorgen de acht pedellen de promoties in het Academiegebouw. Vandaag rent Kesimaat van hort naar her om de plechtigheid, die hij tot op de minuut nauwkeurig kent, in goede banen te leiden.

Ceremonie

‘Je begint een uur van te voren. Dan open je de faculteitskamers voor de hoogleraren, doet de kasten open en lichten aan. Vervolgens ontvang je de promovendus en breng je hem of haar naar het “zweetkamertje”’, begint de bode. ‘Daar stel je ze gerust: “Ben je zenuwachtig? Is niet nodig. De bul is al klaar, er moeten alleen nog wat handtekeningetjes op.” En dan zeg je: “Wil je nog even oefenen in de aula?” Dat willen ze allemaal wel. Dan ga je met de promovendus en paranimfen naar de zaal. Deuren dicht en even oefenen. Buiginkjes doen, je laat ze achter de tafel zitten en de paranimf even het boekje brengen.’

Vervolgens kleed de pedel zich snel om. Befje om, baret op, toga aan en pedelstaf (‘Een kopietje van het origineel uit 1615’) mee. Vervolgens is het heen en weer lopen met de hoogleraren en promovendus naar de aula en faculteitskamers. ‘En tenslotte loop ik de aula in en zeg: “Hora finita!” Vandaag promoveert een mevrouw uit Grootegast, dus zeg ik het straks als grapje in het plat Gronings:”Horaa finitaaa.” Ze weet ervan, dat vond ze wel leuk. Moet ook kunnen’, zegt Kesimaat lachend.

De eerste keer dat hij in zijn op maat gemaakte toga (‘zonder colbert, dat leek me te warm’) de aula binnenliep, werd hij vreemd aangekeken door de hoogleraren in de zaal. ‘“Wat krijgen we nu? Zestig jaar jonger?” Ze waren Hoogewerf gewend en ze waren allemaal ouder dan ik was. Ik denk dat ze meer aan mij moesten wennen dan ik aan hen. Maar ze vonden het geloof ik wel leuk, gebeurde er eens wat nieuws’, vertelt de bode.

Pleinvrees

Inmiddels kan Kesimaat de ceremonie wel dromen. Er kan niet veel fout gaan, zegt hij. Zelfs tijdens de strenge winter van 1979 gingen de promoties feilloos door. Ook gedurende de vele bezettingen begin jaren tachtig. ‘Als conciërgedienst hadden we zo’n goeie band met de studenten dat ze de promoties ongestoord door lieten gaan. In die tijd ging (poptempel, red.) Vera dicht tijdens de bezettingen, omdat de bandjes hier in het Academiegebouw speelden.’

Alleen die ene keer verliep het iets anders, toen een promovenda weigerde de aula binnen te gaan. ‘“Ga je mee?”, vroeg ik. “Nee”, zei ze. “Tuurlijk wel”, zei ik. “Je wilt toch je bul mee? Die kunnen we toch niet weggooien?” Ik bracht haar erheen en toen ik drie kwartier laten binnenliep, kon ze niet ophouden met praten over haar onderzoek. Ze had echt pleinvrees.’

De laatste keer

En dinsdag, officieel zijn ‘laatste’ oratie, verliep ook niet volgens schema. Z’n collega’s, die gniffelend achter in de zaal zaten, hadden stiekem een afscheid voor hem geregeld tijdens de promotie van Gerard Roelfes, een van de toponderzoekers van de RUG. In de zaal zaten ditmaal niet alleen de familieleden van de orator en betrokken hoogleraren, maar ook het universiteitsbestuur, faculteitsbestuur, directeur van het Bureau Stephan van Galen en Roelfes’ collega en Nobelprijswinnaar Ben Feringa.

‘U mag gaan staan, meneer Kesimaat’, zei Van Galen plotseling tijdens zijn toespraak over de verdiensten van de pedel. ‘Ik had tot die tijd niks door’, zegt Kesimaat. ‘Ik dacht: “O, god, nu gaat het gebeuren.” Maar ik stond mooi met m’n rug naar het publiek. Zo konden ze in elk geval de emoties niet van m’n gezicht aflezen.’

Kesimaat probeert er nuchter onder te blijven. Maar de toespraken hebben hem wel geraakt, verraden zijn ogen. Vooral toen Feringa onverwacht het woord tot hem richtte. ‘Ik wil even stilstaan bij onze pedel. Vele van mijn meer dan honderd promoties zijn door u begeleid. Ik wil u hartelijk bedanken daarvoor’, zei de chemicus. Kesimaat: ‘Hij wist van niks, hij heeft het ter plekke bedacht en gedaan. Wie wordt er nou nog even bedankt door een Nobelprijswinnaar?’

Feestje

Eind december houdt hij er definitief mee op. Het was mooi werk, vindt Kesimaat. ‘Mensen komen voor een feestje en zijn eigenlijk nooit chagrijnig. Wel nerveus, maar niet chagrijnig.’ Maar jammer vindt hij het niet dat hij stopt. ‘Ik werk al sinds m’n zeventiende, ik ben al heel lang bezig. En geen dag werkloos geweest.’

En nu? Wat gaat hij doen met z’n pensioen? Kesimaat weet het nog niet. ‘Dat ligt eraan wat voor briefjes m’n vrouw op tafel legt. Die moet nog twaalf jaar werken’, grapt hij. ‘Maar ik moet het nog zien. Ik ga lekker doen waar ik zelf zin in heb. M’n schoonzoon en zijn vader hebben een autogarage, misschien ga ik daar wat helpen. Of de huisjes in de buurt opknappen bij mensen die er niet aan toekomen. Ach, dat komt wel goed.’

 

 

English

1 REACTIE

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.