Wetenschap

Real human bodies

Honger naar het macabere

Ongetwijfeld loopt het storm als de anatomietentoonstelling Real Human Bodies dit weekend Groningen aandoet. Die morbide fascinatie voor geprepareerde lichamen kent een lange traditie, weet Rina Knoeff. ‘Je wordt geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid.’
Door Christien Boomsma / Foto’s Universiteitsmuseum

Frederik Ruysch deed het al. De beroemde anatoom uit de zeventiende eeuw stelde ieder weekeinde zijn huis open voor het grote publiek. Honderden mensen kwamen bij hem over de vloer om zich te vergapen aan baby’s op sterk water, opengewerkte schedels en blootgelegde spieren. Zijn preparaten waren zo levensecht geprepareerd, dat je soms nauwelijks zag dat het om dode lichamen ging. Sterker nog, toen tsaar Peter de Grote bij hem over de vloer kwam, kon hij zich niet bedwingen en nam het hoofd van een geprepareerd kind in zijn armen om het te kussen.

Toch was Ruysch best voorzichtig. Gruwelijke preparaten, zoals misvormde baby’s duwde hij een beetje naar achteren op de plank, zodat ze niet zo opvielen. En als de genitaliën van een klein kind wat al te prominent zichtbaar waren, dan draaide hij ze weg van het publiek. Wel zo netjes.

Vergapen

Wat dat betreft gaat het heel anders toe bij de moderne anatomietentoonstellingen, die zo razend populair zijn. Dat begon toen de Duitse anatoom Gunther von Hagens een techniek ontwikkelde waarbij water en vet worden vervangen door siliconen, wat het lichaam praktisch onbeperkt houdbaar maakt. Von Hagens stelde vervolgens tientallen lichamen tentoon in allerlei specifieke houdingen – een ruiter te paard, een variant van Rodins denker. Gruwelijk en respectloos, volgens sommigen. Prachtig en educatief, vonden anderen.

Von Hagens tentoonstelling Körperwelten kreeg verschillende navolgers, waaronder Real Human Bodies, dat vanaf donderdag neerstrijkt op het terrein van de Suikerfabriek. En net als honderden jaren geleden, komen er duizenden mensen op af, klaar om zich te vergapen aan het macabere.

Darm met kwik

Maar waar Ruysch en zijn navolgers hun best deden om respectvol te blijven, kon je bij Körperwelten zo maar twee lichamen tegenkomen die seks lijken te hebben, of een lichaam dat als Christus aan een kruis is genageld. ‘En dat is toch wel heel anders’, zegt universitair hoofddocent wetenschapsgeschiedenis Rina Knoeff, die al jaren onderzoek doet naar anatomische preparaten. ‘Het heeft toch iets pornografisch.’

Haar ongemak is opvallend. Want Knoeff onderzoekt al bijna twintig jaar anatomische preparaten. Een vergroeide tweeling in een glazen pot? Een slokdarm, met de visgraat er nog in, waaraan de oorspronkelijk eigenaar overleed? Het doet haar allemaal weinig – tenminste, niet het preparaat zelf. Het is het verhaal erachter dat haar raakt – de gedachte aan de mensen die het ooit zijn geweest. Neem nu zo’n Siamese tweeling. ‘Ruysch moest vaak uitgebreid onderhandelen met ouders om zo’n lichaampje in handen te krijgen. In een geval gingen ze akkoord op voorwaarde dat ze het lichaampje wanneer ze maar wilden mochten bezoeken en dat – als Ruysch voor hen kwam te overlijden – ze het preparaat terug zouden krijgen.’

Sensatie en spektakel

Ze wil maar zeggen: zo’n preparaat was er niet enkel om de sensatie en het spektakel. Het was ook een manier voor ouders om dichtbij hun kind te blijven. Zoals iemand zo nu en dan het graf van een overledene bezoekt.

Anatomen – niet alleen Ruysch, maar ook beroemde navolgers, zoals Albinus in Utrecht, of Pieter de Riemer, wiens preparaten in het Groninger Universiteitsmuseum (UM) te zien zijn – deden ook hard hun best om preparaten smaakvol te maken. Soms waren het ware kunstwerkjes, vol met verwijzingen: denk aan een kinderarmpje dat een blaadje tussen de vingers houdt – in het bezit van het UM. ‘Het symboliseert het medische wereldbeeld van die tijd dat alles in de natuur – dus ook het menselijke lichaam – is opgebouwd uit steeds kleiner wordende vaatjes. Net zoals je dat ziet in een boomblad’, zegt Knoeff. Om het armpje zit een kanten mouwtje, zodat het lelijke snijvlak niet te zien zou zijn.’

Ook mooi: preparaten waarin de lymfen zijn opgespoten met kwik – eveneens in het UM. Aan de ene kant was kwik heel geschikt om de lymfen zichtbaar te maken. De kleine deeltjes dringen gemakkelijk door tot in de ragdunne lymfevaten. ‘Maar kwik stond in de alchemie ook bekend als de vloeistof van het leven’, zegt Knoeff. ‘Het was niet toevallig dat ze juist voor die stof kozen.’

Sterfelijkheid

Dan zijn de preparaten van Körperwelten of Real Human Bodies veel platter, vindt Knoeff. ‘Het zijn toch een soort poppen waar je naar staat te kijken’, vindt ze. ‘Ze confronteren je minder met je eigen sterfelijkheid.’

Maar op een andere manier zetten deze tentoonstellingen wel degelijk een traditie voort. Ruysch, Albinus, De Riemer, allemaal waren ze op een wetenschappelijke ontdekkingstocht. Ze ontrafelden bloedvat voor bloedvat de werking van het menselijk lichaam. Vervolgens gebruikten ze hun preparaten om die kennis te delen – met collega’s, artsen, studenten én het publiek dat er in groten getale op af kwam.

Knoeff grinnikt. ‘Een keer had Ruysch een penis geprepareerd – een enorme prestatie, want dat gold als het moeilijkste lichaamsdeel. Het stond centraal geëxposeerd, als een soort meesterproef.’ Vervolgens werd het in het gedrang gestolen. ‘Volgens Ruysch door een concurrent die wilde achterhalen hoe hij het gedaan had. Dat was een groot geheim in die tijd.’

Ruysch stelde zelfs dat zijn preparaten béter waren voor het onderwijs dan een gewoon lijk, zegt Knoeff. De ontbinding van het lichaam tijdens de dissectie zorgt ervoor dat er van alles verandert. Maar hij zette het verval stop. Hij deed zelfs publieke dissecties in de warmste maand van het jaar, augustus, terwijl dat normaal alleen in de winter gebeurde, omdat de stank anders niet te harden was.

Ideaalbeeld

Ook Real Human Bodies legt de nadruk op het educatieve aspect: de bezoekers zien hetzelfde als de preparaten voor medisch onderwijs, zeggen ze. Het is dé manier om beter te leren hoe het menselijk lichaam in elkaar steekt. Er is aandacht voor de effecten van kanker, aids, roken.

Kinderskeletjes in een ballenbak, een installatie van Wim T. Schippers

En er is een onderliggende boodschap: de methode, waarbij al het lichaamsvet wordt vervangen, levert strakke lichamen op dat vaak in sportieve poses worden neergezet. ‘Het is een ideaalbeeld’, denkt Knoeff. ‘Een boodschap over gezond leven en het ideale lichaam.’

Toch gelooft Knoeff niet dat dat is wat mensen straks naar de tentoonstelling drijft. Dat is veel eerder een fascinatie voor het leven na de dood, een drang om grip te krijgen op wat er van ons over blijft. We beschouwen dode lichamen als ‘sacred’ – als iets dat is afgescheiden, apart gezet. Maar door zo’n expositie belanden ze weer in het leven.

‘Denk aan de manier waarop Wim T. Schippers ooit kinderskeletjes in een ballenbak zette in het UM’, zegt ze. ‘Het creëert spanning.’

Morbide fascinatie

En natuurlijk is er altijd honger naar het macabere, een morbide fascinatie voor wat anders is. ‘Net zoals je vroeger naar de kermis ging om een reus te zien, of een dwerg of een vergroeide tweeling’, zegt ze.

Als ze het UM bezoekt met haar studenten om daar de anatomische collectie te zien, zijn het ook altijd de monstra – de misvormde kindertjes – die de meeste aandacht trekken. Zijzelf heeft daar wat minder mee. ‘Ik zie het verhaal minder, de context. Uiteindelijk vind ik ze vooral triest.’

Monstra: de collectie misvormde kindjes

 

De tentoonstelling Real Human Bodies is van 12-15 april te zien op het voormalig Suikerunieterrein. Entree 15,00 euro, studenten 10,00 euro.

De anatomische collectie van het Universiteitsmuseum is te zien van di-zo, 13.00 – 17.00. Entree is gratis.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here