Wetenschap

Hoe bescherm je een orgaan op transport?

De warme donornier

Als je nieuwe hart, nier of long van een hersendode donor komt, is de kans groot dat het niet zo goed werkt dan een orgaan van een levende donor. Tina Jager wil weten hoe dat kan.
Door Ilse Nieuwenhuis en Christien Boomsma
5 oktober om 9:41 uur.
Laatst gewijzigd op 5 oktober 2021
om 9:41 uur.
oktober 5 at 9:41 AM.
Last modified on oktober 5, 2021
at 9:41 AM.

Vooral de ervaring in Schotland vond ze indrukwekkend. Voor haar onderzoek naar het verbeteren van de werking van donornieren reisde promovenda Tina Jager naar een boerderij in Edinburgh, Schotland. Ze ging daar met Nederlandse onderzoekscollega’s, een Schotse chirurg en zijn operatieteam aan de slag om nieren afkomstig van hersendode donoren te verbeteren. 

Niet met nieren van mensen, het was immers op een boerderij, niet in een ziekenhuis. ‘We hebben de kwaliteit van de nieren van hersendode en levende varkens vergeleken’, vertelt Jager. Daarvoor moesten die varkens nog wel eerst hersendood gemáákt worden. ‘Dat was natuurlijk heftig om te zien’, geeft ze toe. ‘Maar uiteindelijk waren de resultaten wel verhelderend.’

Hersendood gemaakt

En het was niet voor niets. 

Als student was Jager al lid van het Prometheus Nierteam – een team van geneeskundestudenten dat bloed, urine en kleine stukjes nierweefsel verzamelde bij niertransplantaties. Dat materiaal werd later gebruikt voor onderzoek naar orgaandonatie. 

Ze kwam dus al heel vroeg in haar carrière in contact met transplantaties. Levensreddende operaties, die helaas nog steeds niet altijd garantie bieden op een goed functionerend orgaan, zelfs als ze vlekkeloos verlopen. Een patiënt moet na een paar jaar soms toch opnieuw de wachtlijst op voor een nieuw orgaan.

We denken dat de problemen al beginnen bij de donor

Volgens de Nierstichting zijn wereldwijd de meeste nieren afkomstig van een donor die hersendood is. Slechts 45 procent van die nieren werkt na tien jaar nog steeds. Maar van de nieren van donoren die nog leven – in Nederland is dat de helft van de donaties – doet 65 procent het na tien jaar nog. Die doen het een stuk beter, dus. Waarom?

Aanvallen

Jager wilde ervoor zorgen dat de nieren van hersendode donoren ook beter zouden presteren. Om dat voor elkaar te krijgen, richtte ze zich op de werking van het immuunsysteem. Want daar gaat het vaak mis.

‘Degene die een orgaan krijgt, moet meestal medicijnen slikken’, legt ze uit, ‘om ervoor te zorgen dat het immuunsysteem het nieuwe orgaan niet aanvalt. Maar we denken dat de problemen met het immuunsysteem al beginnen bij de donor.’

Bij sommige hersendode donoren slaat namelijk het ‘complementsysteem’ – één van de onderdelen die alarm moet slaan als er indringers zijn – op hol. Dit gaat dan te vaak af en maakt het immuunsysteem overactief, waardoor het álles aanvalt wat het tegenkomt. Oók organen, die op die manier al beschadigd raken voordat ze überhaupt getransplanteerd worden.

Schotland

Het is lastig om hier iets aan te doen. Je wilt het immuunsysteem namelijk ook niet te veel afremmen, aangezien het lichaam dan niet voldoende beschermd is tegen virussen en bacteriën. Het is dus belangrijk om het immuunsysteem op het juiste niveau te krijgen en te houden. En daarvoor moet je goed weten hoe alle onderdelen met elkaar samenwerken.

Organen van één donor gaan vaak naar verschillende ziekenhuizen door heel Europa

‘Omdat één donor meerdere mensen kan redden, reizen organen vaak delen van Europa door naar verschillende ziekenhuizen.’ De nieren liggen dan meestal niet meer in het ijs, zoals vroeger, maar in plaats daarvan worden ze aangesloten op een pomp. Die voorziet via een koude vloeistof het orgaan van zuurstof en voedingstoffen. Door de kou gaan de nieren in een soort winterslaap, waardoor ze minder snel beschadigen.

Tijdens de experimenten in Schotland keken Jager en haar collega’s of ze de nieren van een hersendode donor buíten het lichaam konden verbeteren. Die experimenten inspireerden Jager om remmers niet toe te dienen als de donornier nog in het lichaam zit, maar buíten het lichaam, via de pomp dus.

Wachtlijst

Want wat nu als je daar een wárme vloeistof voor gebruikt? De nier blijft dan in theorie hetzelfde functioneren als in de normale situatie. Artsen kunnen de nieren ook nog extra testen. En een ‘twijfelachtige’ nier die het op de pomp toch goed doet, zou je dan alsnog kunnen plaatsen.

Dat is goed nieuws, want in 2019 alleen stonden er wel 1200 mensen op de wachtlijst voor een donornier. Gemiddeld moeten deze mensen twee tot drie jaar wachten tot ze een exemplaar kunnen krijgen.

Om de invloed van de warme vloeistof op de immuunreactie te testen, gebruikte Jager opnieuw varkensnieren. Die lijken namelijk het meest op menselijke nieren. Deze kwamen overigens bij het slachthuis vandaan, zodat er geen varkens hoefden te sterven voor het onderzoek.

Warme pomp

Ze sloot de varkensnieren aan op een pomp met warme vloeistof, zuurstof en een middel dat een deel van het complementsysteem moest afremmen. ‘We slaagden er niet helemaal in om de immuunreactie volledig te onderdrukken, maar we konden hem wel remmen’, zegt ze tevreden. 

Het is een heel klein beetje, op de grote stapel

Verder concentreerde Jager zich vooral op proeven met ratten en muizen. ‘Daarbij kun je steeds één van de onderdelen van het complementsysteem uitschakelen. En dan zie je beter wat het effect ervan is op het hele systeem.’

Lever

Zo ontdekte ze dat ieder orgaan waarschijnlijk zijn eigen ‘alarmrem’ heeft. ‘We merkten dat bepaalde remmers bij de nieren wel effect hadden, maar bij de longen niet.’ De lever daarentegen lijkt juist te profiteren van een actief complementsysteem. 

‘Een klein stuk lever kan uitgroeien tot een voldoende werkend orgaan’, legt ze uit. ‘En het complementsysteem helpt dan mogelijk, door werkzame stoffen in te schakelen om beschadigde stukken lever op te ruimen en reparaties te starten.’

Klaar is Jager nog niet. In de afgelopen drie jaar onderzoek heeft ze namelijk nog geen pasklare oplossing gevonden voor het immuunprobleem. Maar er zijn wel belangrijke stappen gezet, vindt ze. ‘Het is een heel klein beetje, op de grote stapel.’

English