Universiteit
De fonkelnieuwe Herdershut vlak voor de opening

Afzien en verliefd worden

De Herdershut

De fonkelnieuwe Herdershut vlak voor de opening
De eerste bewoners trekken nu in de derde editie van het legendarische veldstation de Herdershut op Schiermonnikoog. De plek waar de charismatische Rudi Drent onderzocht wat er ónder een meeuw gebeurt en waar generaties veldbiologen verliefd werden op het vak.
7 september om 17:27 uur.
Laatst gewijzigd op 8 september 2021
om 12:04 uur.
september 7 at 17:27 PM.
Last modified on september 8, 2021
at 12:04 PM.

Door Christien Boomsma

7 september om 17:27 uur.
Laatst gewijzigd op 8 september 2021
om 12:04 uur.

By Christien Boomsma

september 7 at 17:27 PM.
Last modified on september 8, 2021
at 12:04 PM.

Christien Boomsma

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Volledig bio

Achtergrondcoördinator en wetenschapsredacteur
Full bio

Die zwevende vloer. Díe heeft indruk gemaakt. Want elke keer als er iemand daar overheen liep, trilde alles. En als alles trilde, dan werd je weer wakker. En je wás al zo moe.

Vraag veldbiologen over hun verblijf in veldstation de Herdershut op Schiermonnikoog en naast de verhalen over vriendschappen voor het leven, verpletterende zonsopgangen en het eindeloos tellen van (noem eens iets) hoe vaak een gans poept, gaat het over het afzien. 

Ganzenpoep

Bijvoorbeeld over zes weken op een slaapzaal met dertig studenten tegelijk, waarvan de ene ploeg ’s nachts om 12 uur binnenkwam omdat ze oesters geraapt hadden op het wad, maar de andere al om drie uur ’s nachts weer op moest. Want ja, die moesten naar hun uitkijktorens in het ‘Verre Oosten’ op de kwelder. Voor het bestuderen van die ganzenpoep.

‘Het was intens’, bevestigt Nils Bunnefeld, ooit biologiestudent in Groningen, nu hoogleraar Biological and Environmental Sciences aan de universiteit van Stirling. ‘En het was niet houdbaar voor een langere periode door het voortdurende slaapgebrek en de lange, intensieve dagen.’

Als je een potlood liet vallen aan de ene kant, stuiterde je je bed uit aan de andere kant

‘Als je een potlood liet vallen aan de ene kant van de zaal dan stuiterde je je bed uit aan de andere kant’, beaamt emeritus hoogleraar ecologie Joost Tinbergen die vanaf de jaren zeventig regelmatig in de Herdershut verbleef.

Aftands

‘Elke plaat lag los’, weet emeritus hoogleraar ecologie Jan Bakker nog. ‘De Herdershut die er eerder stond was echt aftands, maar er was slechts drie ton voor een nieuwe. Dus dat werd prefab.’

Maar dat slaapgebrek heeft de warme herinneringen van Groningse biologen aan de grootste veldstation van Nederland niet aangetast. Integendeel misschien. ‘Het was afzien, maar in gezamenlijkheid’, zegt Tinbergen. ‘En dat was ook de lol ervan.’

‘Je voelde je ook bevoorrecht dat je er mocht zijn’, zegt Bunnefeld.

‘Je was buíten en zo vrij als een vogel’, zegt Bakker.

Joost Tinbergen (midden) in de altijd chaotische keuken van de oude Herdershut’ / Foto: Joost Tinbergen

Zonnepanelen

En werkelijk allemaal zeggen ze dit: dat ze zo blij zijn dat de universiteit het veldstation in stand hield. Sterker nog: op de plek van het aftandse prefabgebouw uit 1982 – de vervanging van een nóg aftandser noodgebouwtje dat daar sinds 1963 had gestaan, staat nu een volledig gemoderniseerd, duurzaam exemplaar.

‘Als je als vakgroep en universiteit staat voor ecologie, dan moet je dat ook uitstralen in zo’n gebouw’, zegt hoogleraar ecologie Han Olff. En dus heeft de nieuwe Herdershut zonnepanelen, warmtepompen, dertien slaapruimtes met 39 slaapplekken, zeventien toiletten, een gezamenlijke verblijfsruimte én een tweede verdieping van bijna 6,5 meter hoog voor observaties.

Vanzelfsprekend was dat allerminst. Ooit, in de jaren zeventig, hadden vrijwel alle universiteiten en onderzoeksorganisaties een veldstation. Daarvan zijn er niet veel over. ‘Een veldstation is duur’, zegt Tinbergen. ‘Het is een investering, zoals een cyclotron of een massaspectrometer, noodzakelijk  om ecologisch onderzoek in een natuurlijke omgeving te doen. Maar het is bijna niet voor te stellen hoe belangrijk het is om een veldstation te hebben, waar studenten kennis kunnen maken met het onderzoek.’

Gouden

Inmiddels is het bijna zestig jaar geleden dat de Herdershut in universitaire handen kwam. De legendarische etholoog Gerard Baerends, die nepmeeuweneieren beschilderde met de gekste patronen, ze vierkant maakte of van glas om te zien hoe de vogels hun ei herkennen, was al sinds 1946 hoogleraar in Groningen. Hij was een groot voorstander van veldstudies. ‘Hij was tot dan toe vooral actief op Terschelling’, vertelt Bakker.

In 1958 deed zich een gouden kans voor. Jarenlang hadden Groningse boeren in de zomers hun koeien naar Schiermonnikoog gebracht om te grazen, waar ze in de gaten werden gehouden door een koeherder die in een hutje op de Oosterkwelder verbleef. ‘Op de kwelders zit een slakje en als koeien dat binnenkrijgen, kunnen ze leverbot krijgen’, vertelt Bakker. ‘Dus die boeren kregen hun koeien ziek terug.’ 

De oude Herdershut in 2014 / Foto: Han Olff

De hut kwam leeg te staan en de opzichter van de Domeinen – het eiland viel onder staatstoezicht, sloot een deal met Baerends: de universiteit mocht er wel gebruik van maken.

Tiny house

‘Op dat moment stond er alleen de Kleine Herdershut’, vertelt Nel Drent, de weduwe van de in 2008 overleden opvolger van Baerends. ‘Het was een keukentje, een kamertje erachter en daarachter nóg een kamertje met twee stapelbedden.’ 

‘Er was geen elektriciteit en geen gas’, zegt Drent, ‘We moesten het warm houden met petroleumvergassers, maar die kun je niet zomaar laten branden, want die halen de zuurstof uit de lucht.’ Niet dat ze daar een probleem van maakte: ‘Je was toch buiten.’ zegt ze. ‘En we hadden niet veel nodig. Die tiny houses zijn tegenwoordig toch zo in de mode? Dit wás gewoon een tiny house!

Het was zó gehorig, echt niet te geloven. En bloédheet!

In de eerste jaren van de Herdershut was het Baerends zelf die gebruik maakte van het kleine heiligdom. Eventuele studenten zaten in tenten. Pas in 1963 werd een overtollig geworden noodgebouw vanaf de Kraneweg in Groningen verplaatst naar het eiland en de ‘Grote Herdershut’ gedoopt. De ‘Kleine’ staat er overigens nog steeds.

Bloedheet

Doctoraalstudenten en promovendi hadden nu een dak boven hun hoofd – ‘gewone’ studenten moesten nog steeds in een tentje. ‘Het was een dak’, bevestigt Tinbergen. ‘Maar het was zó gehorig, dat was echt niet te geloven. En bloédheet!’

Joost Tinbergen (links) bij het opstellen van voedselexperimenten bij de Herdershut / Foto Joost Tinbergen

Vanaf 1972 woonden Rudi en Nel Drent er tijdens de zesweekse cursussen die er werden gegeven. ‘De kinderen gingen dan op het eiland naar de school van meester Koning’, vertelt Nel Drent. ‘Dat kon tot in de jaren tachtig. Tot de oudste naar de middelbare school ging.’

Gedurende de vroege jaren hielp Nel haar man intensief met zijn promotieonderzoek. Zoals naar de manier waarop meeuwen hun eieren draaien. ‘Nel en Rudi hadden een soort doodskist gebouwd met een glasplaat onder een meeuwennest’, zegt Bakker. ‘Daar ging Rudi dan in liggen om te onderkant van de meeuwen te bestuderen.’

Op andere dagen zat Drent in de observatiehut met studenten die de snel populair geworden cursussen ecologie volgden. Uren achtereen. Of hij nam snel de voorlopige gegevens met ze door en tekende gauw een grafiekje.

Één plek

Dát, denkt Maarten Loonen – die vanaf 1982 regelmatig op het veldstation verbleef, was misschien wel het belangrijkste van de Herdershut: dat daar studenten, onderzoekers en toponderzoekers op één plek werkten, sliepen en aten. ‘Ik vraag me soms af hoeveel ik geleerd heb door in de collegebanken te zitten en hoeveel door gewoon te kijken naar andere mensen en ze na te doen.’

Soms liep een hoogleraar met je mee, dan was je zo vier uur samen

Voor Loonen was het de plek waar hij zijn eerste onderzoek deed naar ganzen – een onderwerp waar hij de rest van zijn carrière bij zou blijven. Het was ook de plek waar de basis van zijn grote netwerk werd gelegd. Al die ecologen die urenlang samen doorbrachten in observatiehutten, in zware regenpakken door de kwelder klosten, wakker lagen op de slaapzaal, schuilhutten bouwden op het Willemsduin of het vuil van hun laarzen door de Herdershut verspreidden: tientallen jaren later kennen ze elkaar nog, werken ze samen en publiceren ze samen. ‘Groepsbuilding was het’, beaamt Loonen.

‘Je sjouwde van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat over het veld’, zegt Olff. Ook voor hem lag de basis van zijn carrière op Schiermonnikoog. ‘Soms liep een hoogleraar met je mee, omdat die er toevallig ook moest zijn. Dan was je zo vier uur samen.’

Passie

Dáár werd de passie overgebracht van Baerends naar Drent, van Drent naar Bakker en Tinbergen, en van hen weer naar Han Olff, Chris Smit, Maarten Loonen en al die anderen.

En het leverde de universiteit ook nog iets op. ‘Het trok al die jaren wetenschappers van wereldklasse’, meent Bunnefeld. Hij bedoelt Baerends en Drent, maar ook de mensen die het stokje van hen overnamen: Joost Tinbergen en Jan Bakker, Theunis Piersma, Han Olff en al die anderen. ‘Het is indrukwekkend om te zien hoe lang de universiteit zo lang aan de top heeft weten te blijven.’

‘Zeventig proefschriften’, becijfert Bakker de opbrengst van de Herdershut. ‘Vierhonderd wetenschappelijke artikelen, honderdzestig Nederlandse rapporten.’ En niet te vergeten: ‘Dertig stukjes in De Dorpsbode van Schiermonnikoog.’

English