Wetenschap

Geheugenprof duikt op paradox

Herinneringen aan de toekomst

Je herinneringen worden voor een groot deel bepaald door gebeurtenissen in de toekomst. Hoe dat zit? Geheugenprof Douwe Draaisma schreef er een boek over.
Door Christien Boomsma / Fotografie Reyer Boxem

Als mijn geheugen me niet bedriegt, het nieuwe boek van RUG-hoogleraar en schrijver Douwe Draaisma, gaat over ervaringen die zo ingrijpend zijn dat ze ook je verleden veranderen.

Motto voor het nieuwe boek is een citaat van Marten Toonder: ‘[…] omdat iets wat in de jeugd gebeurd is, dikwijls het gevolg is van een voorval op oudere leeftijd.’

Daarmee doelt geheugenprofessor Draaisma op gebeurtenissen die een nieuw licht schijnen op bestaande herinneringen.

Bijvoorbeeld als je – na een nare jeugd vol mishandeling – ontdekt dat je vader een psychische aandoening had.

Herinneringen kunnen razendsnel vervormd raken, en verschillende mensen kunnen afwijkende herinneringen hebben bij dezelfde gebeurtenis.

Dikwijls is niet meer te achterhalen welke herinnering ‘juist’ is. Dat heet het Rashomoneffect.

Leestijd: 9 minuten (1437 woorden)

Eigenlijk, zegt Douwe Draaisma, heeft Diederik Stapel behoorlijk pech. Want de wetenschappelijke fraude die hij pleegde, gaat maar niet weg. De meeste delicten verjaren en zakken weg in het geheugen van de mensen die erbij betrokken waren. Maar wat Stapel deed was zo ongewoon, zo nieuw, dat betrokkenen het blijven oprakelen.

Ze vergeten het niet. En daardoor lijken die vijf jaar sinds de ontdekking van de fraude eigenlijk heel kort.

Het geval lijkt een beetje op de moord op Pim Fortuyn. Ook zo schokkend dat mensen jaren na dato nog precies weten waar ze waren op het moment dat ze hoorden dat de flamboyante politicus was vermoord. Een ‘flitslichtherinnering’ heet het in vaktermen. Een herinnering die zich haarscherp in je geheugen heeft geëtst, als een foto. Je weet niet alleen waar je was of bij wie, je weet nog welke kleren die ander droeg, de bril die hij droeg. Je ziet nog de wallen onder zijn ogen, de vlek in zijn T-shirt.

Maar het is ook een gebeurtenis die alles wat daarna gebeurde in een ander licht stelt. Groningse promovendi herinneren zich plotseling hoe Stapel ook hén altijd afwimpelde als hij weer eens naar een school ging om onderzoeksenquêtes af te nemen. Ze herinneren zich hoe arrogant hij was. Hoe manipulatief. Misschien hadden ze daar nooit aan teruggedacht als de fraude niet was uitgekomen. Misschien was hij dan niet arrogant geweest, maar briljant. Niet manipulatief, maar behulpzaam. Misschien hadden ze nooit meer teruggedacht aan hun tijd met een van de grootste wetenschappelijke fraudeurs uit de geschiedenis.

Het zijn dit soort gebeurtenissen die Draaisma – geheugenprofessor en in zijn vrije tijd bestsellerauteur – aanzetten tot het schrijven van zijn nieuwste boek Als mijn geheugen me niet bedriegt, dat hij op 21 september presenteert in de aula van het Academiegebouw. Wat gebeurt er als je ontdekt dat je vader niet echt je vader was? Dat je broer een moord heeft gepleegd? Dat je geliefde je jarenlang bedroog? Het gaat over ervaringen die zo ingrijpend zijn dat ze niet alleen je toekomst veranderen, maar ook je verleden. Als een kussen dat na een flinke stomp een andere vorm krijgt.

Neus voor onderwerpen

Het is een boek dat straks ongetwijfeld weer de winkels uitvliegt. Want Draaisma heeft een trouw publiek. ‘Bij mijn laatste boekpresentatie in de Aletta Jacobszaal zag ik mensen die er zelfs die eerste keer al bij waren’, zegt hij met zichtbaar genoegen.

Wie dat zijn? Zittend in de ochtendzon op zijn favoriete terras bij de Prinsenhof aan het Martinikerkhof – ‘het mooiste stukje van Groningen’ – telt hij de kenmerken rustig af. Meer vrouwen dan mannen, vaker boven de zestig dan eronder, mensen die liever op papier lezen dan op een e-reader en die liever een brief schrijven dan mailen, al wordt dat verschil de laatste jaren kleiner. En héél betrokken.

Herinneringen zijn niet zozeer onbetrouwbaar, maar wel veranderlijk

Belangrijker nog is het feit dat Draaisma een neus heeft voor onderwerpen die dat publiek aanspreken. Maar, benadrukt hij: ‘Hand op mijn hart, ik zoek het er niet op uit. Ik schrijf over wat mij fascineert.’ En dan gaat hij op zoek: hoe kan het toch dat het leven sneller gaat als je ouder wordt? Hoe kan het dat oudere mensen zich juist hun jeugd zo goed herinneren? Hoe kan het dat je dromen zo snel vergeet na ontwaken? En nu dus: hoe kan het toch dat je herinneringen zo kunnen veranderen?

Hij wil het zélf weten. En toevallig zijn zo’n tienduizend mensen het met hem eens.

Vervreemdend citaat

‘Herinneringen zijn niet zozeer onbetrouwbaar, maar wel veranderlijk’, zegt Draaisma na een slok van zijn latte macchiato. ‘Ze staan onder invloed van wat er later is gebeurd.’

Een vervreemdend citaat van Marten Toonder vormt het motto van het boek. ‘[…] omdat iets wat in de jeugd gebeurd is, dikwijls het gevolg is van een voorval op oudere leeftijd.’ Bizar?

‘Jungiaanse onzin van Toonder’ werd het genoemd

‘Toen ik het voor het eerst las, via een recensent in de Volkskrant, werd er zo lacherig over gedaan. “Jungiaanse onzin van Toonder” werd het genoemd’, zegt Draaisma. ‘Maar als ik het gebruik tijdens een lezing voor psychotherapeuten, zijn er altijd wel een paar mensen die opspringen en een foto maken van de slide. Die mensen maken dagelijks mee dat wat je hebt beleefd, soms pas na jaren betekenis krijgt.’

Ging die tekst voor Toonder ook over de relatie met zijn zoons? De ene bleek na zijn dood een heel ander mens te zijn geweest dan de vader had gedacht. Met de andere ontstond een vete na jaren innige samenwerking. Wat Toonder had gezien als hulp aan zijn zoon, had de zoon ervaren als dwang en overheersing. Twee waarheden. Eén gebeurtenis. De toekomst heeft het verleden gevormd.

En dat gebeurt aan de lopende band, realiseerde Draaisma zich. Denk eens aan misbruik – ineens is die liefdevolle streling niet meer zo liefdevol. Of je beseft waaróm je vader je altijd anders behandelde dan je broers en zussen, als je ontdekt dat hij je biologische vader niet was. Of je realiseert je – na een afschuwelijke jeugd vol mishandeling – dat je vader een psychiatrische aandoening had.

Centrum van ons bestaan

Herinneringen, zegt Draaisma, zijn niet de foto waar ze vaak mee vergeleken worden. Het zijn veel meer archiefstukken. Op het oog objectieve cijfers of zinsneden, zijn allemaal afhankelijk van de kennis die je later hebt verworven. En zie je ze eenmaal in dat nieuwe licht, dan is het nauwelijks meer mogelijk om terug te gaan naar de periode ervoor.

Ons geheugen is het centrum van ons bestaan. Van wat we zijn. Het staat boven al het andere.

De kronkels en eigenaardigheden van het geheugen blijven een aanhoudende bron van fascinatie voor Draaisma. Hij heeft wel eens geprobeerd om andere onderwerpen bij de kop te pakken – De Dromenwever was bijvoorbeeld een dappere poging eens iets anders te doen – maar zelfs daar sloop het geheugen de pagina’s binnen. Want het is toch vreemd dat de herinnering aan een droom zo snel en ongrijpbaar verdwijnt?

Het heeft me altijd geboeid’, zegt Draaisma. ‘Misschien las ik daarom ook zo graag Kousbroek op de middelbare school. Ons geheugen is het centrum van ons bestaan. Van wat we zijn. Het staat boven al het andere. Valt je geheugen weg, dan heb je geen persoonlijkheid meer, geen intelligentie, geen waarneming. Het is het centrum van alles.’

Rashomoneffect

En toch is het dus veranderlijk en op een angstaanjagend snelle manier. ‘Ik zit wel eens bij een telefoongesprek en als mijn tafelgenoot dan twee minuten later vertelt wat hij besprak – ‘Ik zeg tegen hem…’ – dan is dat soms een totaal ander gesprek dan wat ik heb gehoord.’

Zo snel al hebben de herinneringen zich gevormd en zijn ze vérvormd. Want de verteller is diep overtuigd van zijn ‘waarheid’. Net als Draaisma zelf. Maar wie heeft gelijk? Dat is onmogelijk vast te stellen.

Dat heet het Rashomoneffect – naar de film waarin voor één moord drie verschillende toedrachten worden gegeven, terwijl de échte waarheid niet meer te achterhalen is. ‘Ook Toonder kende het, zegt Draaisma. ‘En toch kon hij die kennis niet toepassen op zijn eigen leven.’

Het betekende een leermoment voor Draaisma zelf. Los conflicten nú op en wacht niet tot het te laat is. En: wees niet altijd zo overtuigd van je eigen gelijk. Die ander is dat immers ook en wie er gelijk heeft, is vaak niet meer vast te stellen. Als er ooit al een gelijk wás.

Dat is het voor Draaisma. Een stem geven aan de kronkels en geheimen van ons brein. Ze herkenbaar en hanteerbaar maken. En als hij heel eerlijk is, is dat misschien wel meer wie hij is, dan de wetenschapper en historicus van de psychologie. ‘Die wetenschappelijke artikelen’, zegt hij, ‘die kan iemand anders ook schrijven. Maar mijn boeken zijn de maatstrepen in mijn leven, daar kan ik mijn kwaliteiten het beste in kwijt.’

De UK mag vijf gesigneerde exemplaren weggeven van Als mijn geheugen me niet bedriegt. Interesse? Kijk dan bij onze winactie op Facebook.

nederland, groningen, 15-09-2016foto reyer boxemDouwe Draaisma, gedrags en maatschappijwetenschappen

Douwe Draaisma

Douwe Draaisma is hoogleraar geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij auteur van een groot aantal populair-wetenschappelijke boeken, waaronder Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001), dat vele prijzen won en in 25 talen werd vertaald, De Heimweefabriek (2008), waarin hij het ouder wordende geheugen beschrijft, en De Dromenwever (2013) over de raadsels van het dromen.

Tegelijk met de Nederlandse verschijning van Als mijn geheugen me niet bedriegt, komt ook een Duitse vertaling uit (Halbe Wahrheiten). Draaisma is daardoor ook eregast tijdens de Frankfurter Buchmesse.

Tijdens de Nederlandse presentatie van zijn boek, op 21 september in de aula van het Academiegebouw, wordt Draaisma geïnterviewd door Coen Verbraak.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in