Studenten

Overleven zonder smartphone

Een digitale detox

Puck is een smombie. Zelfs in de bioscoop checkt ze elk kwartier haar social media. Tot een digitale detox haar vakantie geeft van zichzelf. Heel even.
Door Puck Swarte / Illustratie René Lapoutre

Pucks telefoongebruik vóór de detox

‘Het schiet nog niet echt op met die diepgaande gesprekken, he?’, zeg ik tegen mijn vriend.

Hij zit op de bank en knikt vaag. ‘Hmmm-hmm.’

‘Ik bedoel… De studenten uit het boekje van Schnitzler, die merkten het meteen’, ga ik verder. ‘Al na de eerste dag waren ze geconcentreerder en hadden ze meer aandacht voor hun omgeving.’

Hij knikt nog eens. ‘Hmmm-hmmm.’

‘Anne zei dat ze zich bevrijd voelde, tijdens een concert. In plaats van foto’s te maken, luisterde ze echt.’ Ik sla het boekje dat naast me ligt open: ‘In de perceptie van Anne, Arne, Stijn en Sophie nam de Snapchat-loze realiteit in waarde toe. Ze werd er intenser en doorleefder van’, citeer ik. ‘ En…’

Ik zwijg als hij zijn hand in zijn broekzak steekt, zijn mobiel tevoorschijn haalt en over het scherm veeg. ‘Yes, 2-1 voor Ajax! Eeeh. Sorry. Wat zei je?’

Ik glimlach hem liefjes toe. ‘Laat maar.’

Ik ben bezig met een digitale detox. Ik heb mezelf beloofd mijn smartphone een week lang niet te gebruiken. Appen, bellen, Facebooken, allemaal ten strengste verboden. Mijn doel: meer in het moment zijn, geconcentreerder zijn. En ook kijken hoe erg het nu eigenlijk is met die smartphoneverslaving van me.

Onthutsend beeld

Dat heb ik niet helemaal zelf bedacht, maar het staat allemaal in het boekje Kleine filosofie van de digitale onthouding van publicist Hans Schnitzler. Met een filosofische invalshoek schreef hij over de ervaringen van zijn studenten, die hij een week lang een digitale detox liet ondergaan. Het boekje biedt een onthutsend beeld van de worstelingen van de smartphone-mens.

‘Precies wat ik nodig heb’, dacht ik, toen ik het las. Want hoewel het me telkens mateloos irriteert als wéér iemand het nodig vindt om mij te laten voelen dat ik slecht bezig ben, ook ben ik stiekem jaloers als iemand wél ontsnapt aan zijn digitale verslaving.

Want verslaafd, dat ben ik. Je mag mij gerust een smombie noemen. De app Moments die mijn gebruik meet, vertelt me dat ik elke dag wel vijf uur op m’n mobiel zit, met uitschieters van wel 9 uur – Oeps. Simpelweg een serie kijken op mijn laptop is niet genoeg. Daarnaast moét ik ook Candy Crush spelen en zelfs in de bioscoop kijk ik elk kwartier even snel op m’n scherm.

De studenten van Schnitzler vertellen dat hun leven tijdens de detox ‘echter’, ‘reëler’ en ‘puurder’ werd. Sommigen slaagden er zelfs in zich na afloop volledig te ontdoen van social media. Dus… is er hoop voor mij?

Paradijs

Maar na vijf dagen smartephoneloos te zijn geweest, is het paradijs nog ver weg. Sterker nog: het leven zonder telefoon is knap lastig. Het is onhandig: ‘Hoe zet ik nu een wekker? Hoe kom ik bij m’n agenda?’ Maar mijn omgeving werkt ook niet mee.

Kerst wordt mager dit jaar. De oproep op Whatsapp die me aanspoorde op tijd mijn facturen op te sturen, heb ik gemist.

Mijn sociale leven is behoorlijk gecompliceerd geworden. Ik stond een kwartier voor de bioscoop te wachten – geen idee waar mijn vriendinnen uithingen. Binnen? Voor de brug? Vergeten?

Pucks smartphonegebruik vlak na de detox

En die diepgaande gesprekken zitten er ook niet in, als de rest van de wereld nog volop in zijn ‘technotoop’ zit.

En toch… Ik krijg meer gedaan op een dag en voel me minder opgejaagd. Studeren in de UB gaat ineens stukken beter. Normaal probeer ik hem wel eens uit te zetten, maar ik blijf zo gefixeerd op mijn mobiel dat ik voortdurend de neiging moet onderdrukken om hem toch weer aan te zetten. Dat is ineens allemaal weg.

Na een volle week in die oase van rust, zie ik er zelfs tegenop om mijn mobiel weer aan te zetten. Alsof mijn vakantie van mezelf na één druk op de knop over zal zijn.

En dat is ook zo.

Angst

De eerste dag valt nog wel mee. Ik zit een uurtje op mijn telefoon. Maar de dag erna kruipt het omhoog. Na vijf dagen ben ik weer terug bij af. Lekker is dat. Was het dan allemaal voor niks? Ben ik verloren?

Ik besluit Schnitzler zélf te bellen. Misschien is mijn angst overdreven. Maar tot mijn schrik ziet hij het ook niet zonnig in. ‘Angst is het verkeerde woord. Angst is niet een rationele emotie. Maar ik ben wel kritisch en ik maak me zorgen. Hoe sociale media zich ontwikkelen is afhankelijk van het verdienmodel. Het gaat dit soort bedrijven om onze data, informatie en gegevens. Dat is de nieuwe olie, waarvoor ze ons zo lang mogelijk vastlijmen aan die schermpjes. Maar daar zitten problematische neveneffecten aan.’

En er zijn meer gevaren, waarschuwt Schnitzler. ‘Technologieën worden steeds intiemer, ze smelten steeds meer samen met onze lichamen.’ Hij doelt op Google, dat een lens ontwerpt die je onzichtbaar op je oog kunt dragen. ‘Maar is dat wenselijk? We moeten de discussie blijven voeren over wat wenselijk is en wat niet, voordat we in een soort ‘half mens–half machine’ transformeren.’

Zo verslavend mogelijk

De overheid moet ons hiertegen beschermen, denkt hij. Die moet mensen waarschuwen en voorlichten, net als nu al gebeurt bij een rook- of gokverslaving: ‘Nu zelfs de industrie aangeeft dat ze bezig zijn om die producten zo verslavend mogelijk te maken, lijkt ingrijpen van de overheid mij een logisch aanknopingspunt.’

Oké, maar wat moet ík nu? Ondanks alle leerzame inzichten en eigen ervaringen, zit ik nog steeds gekluisterd aan m’n mobiel. Maar Schnitzler noemt ook dat inzicht waardevol: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is om dat soort observaties te delen. Het kan juist hele interessante gesprekken opleveren.’

De oplossing ligt in het gesprek en de discussie, zegt hij. En daar komt – gelukkig – toch nog wat optimisme om de hoek kijken. ‘Er is veel maatschappelijk debat momenteel en ook voor de invloed van op jongeren is veel aandacht. Ik zeg altijd “durf te wanhopen”, want wanhoop is het mogelijke moment van verandering.’

Hmmm.

Ik heb de inzichten nu. En ik weet dat het niet best gesteld is. Niet met mij en niet met mijn medestudenten. Ik zit weer net zo veel op mijn mobiel als eerst en ik duw het ongemak daarover weer net zo krachtig naar de achtergrond als eerst.

Maar twee vrienden hebben gezien wat ik deed en deden hun eigen detox. En misschien doen twee van hun vrienden hetzelfde. En ook al veranderen we allemaal meteen weer terug in smartphone-zombies, wie weet is het bewustzijn genoeg om ervoor te zorgen dat we nog nét niet in robots veranderen.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here