Universiteit
Caroline Groot na haar gouden race op het WK in 2019 Foto Mathilde Dusol

Caroline en Ingergaan naar de Spelen

Gouden medailles liggen voor het grijpen

Caroline Groot na haar gouden race op het WK in 2019 Foto Mathilde Dusol
Sommige sporters baalden dat de Olympische Spelen een jaar uitgesteld werden. Maar RUG-atleten Caroline Groot en Inger Smits zijn er alleen maar blij mee. ‘Mijn grootste concurrent had ik vorig jaar niet kunnen verslaan.’
18 mei om 19:35 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juli 2021
om 14:28 uur.
mei 18 at 19:35 PM.
Last modified on juli 9, 2021
at 14:28 PM.


Door UKrant.nl

18 mei om 19:35 uur.
Laatst gewijzigd op 9 juli 2021
om 14:28 uur.

By UKrant.nl

mei 18 at 19:35 PM.
Last modified on juli 9, 2021
at 14:28 PM.

UKrant.nl

Baanwielrenner Caroline Groot 

Nog maar een paar jaar geleden viel de olympische droom van Caroline Groot aan scherven. Ze was een veelbelovend schaatstalent en ze was ervan overtuigd dat de Spelen erin zaten. 

Maar dan mislukt een operatie aan een veelvoorkomende schaatsblessure. Er wordt een zenuw geraakt waardoor er blijvende schade aan haar onderbeen ontstaat. Schaatsen lukt daarna nog wel, maar haar oude snelheid is onbereikbaar. 

Weg droom. 

Bijzaak

Groot besluit haar leven drastisch om te gooien. ‘Winnen is belangrijk voor me. Ik kwam niet meer bij de top die ik wilde bereiken. Dat is niet genoeg voor mij.’ Ze stopt daarom met professioneel schaatsen en start met een studie rechten. 

Wegwielrennen is meer een spelletje, daar kon ik niet zo goed tegen

Sporten wordt een bijzaak voor Caroline. Wel blijft ze wegwielrennen, een sport die veel schaatsers in de zomer uitoefenen om in conditie te blijven. Alleen: fietsen in een peloton vindt ze niet fijn. ‘Vanuit het schaatsen was ik gewend dat de beste wint. Bij het wegwielrennen is het meer een spelletje, daar kon ik niet zo goed tegen.’ 

Maar dan komt het paralympisch baanwielrennen op haar pad. Ze waagt voor de lol eens een poging. ‘Dat voelde meteen veel leuker’, vertelt Caroline. Ze blijkt talent te hebben. Haar oude drive om te winnen wordt weer aangewakkerd.  

Paralympics

Ze besluit om vol voor het baanwielrennen te gaan. Met succes. In 2018 én 2019 wordt ze wereldkampioen op de 500 meter. Met deze overwinning maakt ze grote kans op deelname aan de Paralympische Spelen in 2020. Haar olympische droom is terug. Of preciezer geformuleerd: een paralympische droom is geboren. 

Ik móet die paralympische medaille hebben

De handicaps van de deelnemers lopen behoorlijk uiteen. ‘Tijdens het wereldkampioenschap was ik mijn grootste concurrenten eindelijk de baas’, zegt Caroline. ‘Maar toen stapte er een hele ervaren dame over vanuit het reguliere baanwielrennen. Zij heeft door een ongeluk een lichte handicap opgelopen. Ze rijdt nog bijna net zo hard als ze deed zonder handicap; het lijkt bijna onmogelijk om haar te kunnen verslaan.’

Is dat niet moeilijk voor iemand die alleen maar wil winnen?  ‘Mijn gouden plak op het WK is niet genoeg. Ik móet die paralympische medaille hebben’, zegt ze. ‘Maar ik moet ook realistisch zijn.  Als ik het mijn concurrent zo moeilijk mogelijk kan maken, ben ik heel blij. Ik ga zeker niet huilend naar huis met zilver.’ 

Na dit coronajaar zal ze zelfs nog blijer zijn met een medaille. ‘We hebben nu zo’n lange aanloopfase gehad: in plaats van een paar maanden duurt het nu een jaar langer. De stress hoopt zich wel op.’

Voordeel

Ze kreeg een aantal keer de vraag of ze nog wel trainde, vertelt ze met verbazing in haar stem. ‘Maar natuurlijk! Ik kan toch niet een jaar op mijn gat gaan zitten en wachten tot Tokio eraan komt. We hebben denk ik maar twee maanden niet op de baan getraind; de rest van het jaar konden we gewoon doorgaan.’

Het uitstel van de Spelen lijkt zelfs in haar voordeel uit te pakken. ‘Ik ben één van de jongsten. Het extra jaar geeft mij een voordeel ten opzichte van de oudere, ervaren deelneemsters. Die worden niet echt meer beter, maar ik wel. Mijn grootste concurrent had ik vorig jaar zeker niet kunnen verslaan.’ 

De oudere deelneemsters worden niet beter, maar ik wel

Maar een nadeel is er ook: ze kan niet goed inschatten waar ze staat ten opzichte van haar concurrentie, omdat er het hele jaar geen internationale wedstrijden waren. ‘Die zijn belangrijk om een beetje op de hoogte te blijven van wat de andere dames doen. Ik heb nu echt geen idee. Dat is wel onhandig en maakt het extra spannend.’ 

Wedstrijden zijn bovendien een grote drijfveer voor haar. ‘Als ik twee uur buiten moet trainen denk ik: goh, moet dit nou? De snelheid en de wedstrijden maken de sport leuk voor mij. Het is niet per se het wielrennen zelf.’

Tussenstation

Of ze haar fiets hierna in de wilgen hangt weet ze nog niet. Doorgaan is verleidelijk, zeker omdat het nog maar drie jaar is tot de volgende Spelen, maar het andere leven lonkt ook. ‘Ik weet in ieder geval zeker dat ik niet tot mijn veertigste doorga als topsporter’, zegt ze. ‘Baanwielrennen is voor mij een tussenstation; ik wil al van jongs af aan advocaat worden.’

Haar doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit uit de sport komen daarbij zeker nog wel van pas, verwacht ze. ‘De topsport heeft mij veel geleerd.’ 

Inger Smits Foto Reza Karimi

Handballer Inger Smits

Het moet lukken, denkt Inger Smits. Vorig jaar verwachtte de student bewegingswetenschappen nog buiten de selectie te zullen vallen voor het Nederlands Olympisch handbalteam. Maar nu…

‘Het extra jaar heeft mij lichamelijk en mentaal écht goed gedaan’, zegt ze. ‘Ik ben fitter en gemotiveerder dan ooit.’

De spanning is haast voelbaar wanneer ze vertelt over de selectieprocedure. Ze is nog niet zeker van plaatsing. Vanaf juni gaat het Nederlandse damesteam zich gezamenlijk voorbereiden en het kan best zijn dat ze pas in juli hoort of ze mee mag naar Tokio. 

Waren de Olympische Spelen vorig jaar doorgegaan, dan was ze waarschijnlijk niet geselecteerd. Het uitstel kwam voor haar op het juiste moment. ‘Ik heb mijn positie in het Nederlands team verstevigd. Het afgelopen jaar heb ik veel wedstrijden op internationaal niveau gespeeld, waaronder de Champions League.’ Haar goede optreden kan de bondscoach niet zijn ontgaan, denkt ze. 

Fanatiek

Al vanaf haar twaalfde werkt Inger toe naar deelname aan de Spelen. ‘Vanaf toen werd ik echt fanatiek. Voor 7 uur ’s ochtends trainen en dan naar school.’ Naast handbal deed ze ook nog aan atletiek. ‘Het maakte me niet uit met welke sport ik naar de Olympische Spelen zou gaan, áls ik maar zou gaan.’ 

Het maakte me niet uit met welke sport, als ik maar naar de Spelen kon

Hoe raakt een kind zo gefascineerd door de Olympische Spelen? ‘Ik kom uit een echt handbalnest’, vertelt ze. ‘Mijn hele familie speelt handbal. Ik ben opgegroeid in de handbaalzaal omringd door sporters. Van oud-olympiërs hoorde ik dat de Spelen écht anders zijn dan een gewone wedstrijd. Magisch bijna. Sindsdien ben ik benieuwd. Ik wil het gewoon meemaken.’

Toen de pandemie uitbrak was ze voor het eerst in jaren langer dan twee weken thuis. En dat was ook wel eens fijn. ‘Even geen druk van trainingen of wedstrijden. Normaal gesproken heb ik maximaal twee weken zomervakantie en moet ik tussendoor eigenlijk nog wel trainen. Als ik dan weer begin te handballen voel ik me niet altijd uitgerust. Nu ben ik helemaal opgeladen.’

Ultieme droom

In 2019 werd ze met het handbalteam wereldkampioen, maar dat is voor haar niet genoeg. ‘De Spelen zijn mijn ultieme droom. Ik denk dat je als topsporter altijd meer wilt, beter en groter.’ Dat de buitenwereld al even hoge verwachtingen heeft van de Nederlandse equipe, begrijpt ze wel, want het handbalteam presteert al jaren goed. ‘Toch is winnen niet vanzelfsprekend. Het niveau ligt zo hoog. Het afgelopen EK kampten we met een aantal blessures en dan word je gelijk zesde.’

Ik kan heel slecht tegen mijn verlies, zelfs als we thuis een spelletje spelen

Als alles klopt kunnen ze zeker goud winnen, denkt Inger. En zo niet? ‘Ik kan heel slecht tegen mijn verlies. Zelfs als we thuis een spelletje spelen is dat al zo. Ik ga voor het hoogst haalbare.’ Maar ook met zilver kan ze uiteindelijk tevreden zijn, zegt ze. ‘Met een medaille op de Spelen mag je supertrots zijn.’ 

Naast haar trainingen weet ze toch ook nog tijd te maken voor haar studie bewegingswetenschappen: ze is bijna klaar met haar bachelor. ‘Ik wil iets naast mijn sportcarrière hebben. Als ik stop met handballen kan ik niet rustig gaan rentenieren, zoals profvoetballers dat bijvoorbeeld wel kunnen’, vertelt ze. 

Maar eerst wil ze nog een aantal jaren blijven handballen. Misschien nog een keer naar de Spelen. En dan? ‘Ik wil graag binnen de sport werkzaam blijven. Het lijkt me geweldig om na het afronden van mijn master met topsporters te werken.’ 

English