Universiteit
Foto Zuzana Ľudviková

Leven tussen twee culturen

Nederlander noch international

Foto Zuzana Ľudviková
Er zijn Nederlanders in Groningen en er zijn internationals, en die twee groepen lijken weinig met elkaar om te gaan. Dus hoe is het als je niet duidelijk bij een van beide groepen behoort, of anders gezegd, bij allebei een beetje? Twee studenten en twee RUG-medewerkers vertellen over hun ervaringen.
14 juni om 11:37 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2023
om 15:19 uur.
juni 14 at 11:37 AM.
Last modified on juni 19, 2023
at 15:19 PM.
Avatar photo

Door Yuling Chang

14 juni om 11:37 uur.
Laatst gewijzigd op 19 juni 2023
om 15:19 uur.
Avatar photo

By Yuling Chang

juni 14 at 11:37 AM.
Last modified on juni 19, 2023
at 15:19 PM.
Avatar photo

Yuling Chang

Ruben Wagenvoort (20)

Derdejaars internationaal recht

Geboren in Denemarken uit Nederlandse ouders, opgegroeid in Denemarken en de VS

‘Ik heb veertien jaar in Denemarken gewoond, maar ik werd nooit als een echte Deen beschouwd’, zegt Ruben. Hij heeft Nederlandse ouders, maar had tot 2020, toen hij naar Groningen kwam om te studeren, niet in Nederland gewoond.

Vanwege het agrarische bedrijf van zijn ouders verhuisde het gezin regelmatig, tot Ruben naar de middelbare school ging. Ze woonden in verschillende plaatsen in Denemarken en ook in de VS. ‘Net als ik ergens nieuwe vrienden had gemaakt, kwamen mijn ouders vertellen dat we weer moesten verhuizen.’

In beide landen was hij altijd ‘de buitenlander’. ‘Ik vond dat vroeger echt verschrikkelijk, omdat ik nooit echt bij een bepaalde groep hoorde’, zegt hij.

Ik heb geleerd mijn achtergrond te omarmen

Toen hij naar Groningen verhuisde, gebeurde dat weer. ‘Voor de Nederlandse gemeenschap ben ik niet Nederlands, omdat ik de taal niet vloeiend spreek.’ Hij kan gesprekken voeren in het Nederlands, ‘maar je kunt zeker merken dat ik niet in een Nederlandstalige omgeving ben opgegroeid’, zegt hij. ‘En tegelijk ben ik, omdat ik dus wél Nederlands spreek, ook niet een echte international.’

Maar hij heeft zijn achtergrond inmiddels geaccepteerd en ziet er de positieve kant van in. Hij worstelt niet meer om ergens bij te horen. ‘Ik heb geleerd het te omarmen. Het is eigenlijk een zegen: ik kan beide kanten van het verhaal begrijpen en daartussen een brug slaan’, zegt Ruben, die als studentlid in de universiteitsraad zit. ‘Doordat ik beide gezichtspunten zie, kan ik oplossingen bedenken.’

Igor Monjane (21)

Derdejaars internationaal recht

Geboren in Mozambique, woont sinds zijn vijftiende in Nederland

‘Het was niet moeilijk voor mij om me aan te passen aan de Nederlandse cultuur, omdat het vermogen om me aan te passen al in mij gebakken zat’, zegt Igor. Hij werd geboren in Mozambique, verhuisde op twaalfjarige leeftijd naar Mali en toen hij vijftien was voerden de banen van zijn moeder en stiefvader hem naar Nederland.

Natuurlijk merkte hij wel dat er culturele verschillen waren: neem bijvoorbeeld die Nederlandse fietscultuur. ‘Ik fiets elke dag naar college, zelfs in de winter of wanneer het regent’, zegt Igor. ‘Ik ben gewend om te fietsen, maar de temperatuur hier is veel lager dan in Mozambique of Mali.’

Een ander verschil is dat mensen in zijn thuisland en in Mali elkaar begroeten met een kus of een knuffel bij de eerste ontmoeting. ‘Ik mis de hartelijkheid van de mensen daar. Zelfs mensen die ik net op straat had ontmoet, nodigden me uit om bij hen thuis thee te komen drinken.’

Ik heb het altijd een goede zaak gevonden om veel van andere culturen te weten

Igor – die een verblijfsvergunning heeft via zijn moeder – probeert om Nederlands te leren, ‘maar ik ben niet erg goed in het leren van talen.’ Hij ging naar een internationale school in Nederland en sprak daar voornamelijk Engels. ‘Ik heb twee keer een cursus Nederlands gevolgd, maar mijn kennis is nog steeds gebrekkig.’ Engels is de taal die hij het beste spreekt: nadat hij Mozambique verliet, sprak hij nauwelijks nog Portugees, de officiële taal van het land.

Het leven in drie verschillende culturen heeft hem niet in verwarring gebracht over zijn identiteit, zegt hij. ‘In tegendeel: ik waardeer die juist.’ Hij heeft geleerd om mensen uit verschillende culturele achtergronden te begrijpen en met hen te communiceren, waardoor hij als geen ander contact kan leggen. ‘Ik heb het altijd een goede zaak gevonden om veel van andere culturen te weten.’

Maar het kan wel ingewikkeld zijn om zichzelf voor te stellen aan nieuwe vrienden, want zijn leven is niet in een paar minuten uit te leggen. ‘Ik ga niet te diep in op details’, zegt hij. ‘Ik deel de waarheid zonder in te gaan op waar ik me thuis voel. Ik noem altijd Mozambique, Mali en Nederland en ik hoop dat mensen me niet vragen waar ik vandaan kom, omdat ik mezelf zie als een mix, een samensmelting van drie verschillende culturen.’

Diana te Braake (30)

Personal support advisor bij University College Groningen

Nederlandse nationaliteit, geboren en getogen in Zimbabwe

‘Als je me vraagt naar mijn nationaliteit en identiteit, ben ik Nederlands-Zimbabwaans’, zegt Diana. ‘Heel lang was ik gewoon Zimbabwaans. Maar op een gegeven moment voelde het gewoon onlogisch om dat Nederlandse deel weg te laten.’

Diana’s Nederlandse grootouders verhuisden in de jaren 50 van de vorige eeuw naar Rhodesië – zoals Zimbabwe heette toen het nog een Britse kolonie was – en begonnen daar een slagerijketen. Hoewel haar ouders in Zimbabwe geboren en getogen waren, besloten ze toen Diana veertien was om naar Nederland te verhuizen, naar IJsselstein, omdat het politieke klimaat in Zimbabwe onveilig was geworden.

Hoewel ze dus wel een band had met dit land, was het geen gemakkelijke overgang voor haar. ‘Ik werd gepest op de middelbare school omdat ik anders was’, vertelt ze.

Engels is haar moedertaal, maar behalve met haar beste vriendin uit Nieuw-Zeeland sprak ze altijd Nederlands met mensen. Desondanks kreeg ze vooral met afkeuring te maken: ‘Mensen om me heen voelden voortdurend de behoefte om hun mening te geven: ik zou weg moeten uit Nederland, terug naar Zimbabwe.’

In Groningen wordt diversiteit gevierd en daardoor voel ik me meer thuis

‘Ik voelde me niet welkom in Nederland, zelfs niet nadat ik de taal had geleerd’, zegt Diana. Maar door de internationale omgeving in Groningen heeft ze zich minder het idee dat ze een buitenstaander is. ‘Toen ik hier ging studeren was dat een warm bad, want hier wordt diversiteit gevierd en daardoor voel ik me meer thuis.’

Na zestien jaar in Nederland spreekt ze de taal vloeiend en begrijpt ze de cultuur, maar ze heeft nog steeds een niet-Nederlandse kijk op dingen en andere gewoonten, zegt ze. ‘Dus ik blijf grotendeels een international.’

Dat werd nog eens duidelijk toen ze een relatie kreeg met een Nederlandse man. ‘Ik was verrast door hoe direct Nederlanders kunnen zijn. Dat wist ik al wel, maar het is anders in een relatie’, zegt Diana. De cultuur in Zimbabwe is veel indirecter: ‘We lezen tussen de regels door. Dus vatte ik dingen snel persoonlijk op en was ik beledigd.’

Ze begon op een meer Nederlandse manier met hem te communiceren, maar toen die relatie eindigde en ze haar huidige vriend ontmoette, die uit Noord-Ierland komt, bleek dat ze een beetje al te Nederlands was geworden. ‘Nu pas ik me weer aan en communiceer ik wat omzichtiger, omdat ik soms te direct kan zijn voor hem. Ik ben nog steeds bezig om die balans te vinden.’

Joris de Tomasi (30)

Communicatieadviseur bij de Faculty of Science and Engineering

Half Nederlands, half Italiaans

Hoewel hij een heel erg Nederlandse voornaam heeft, sprak Joris de taal helemaal niet voor hij in 2012 aan zijn studie in Groningen begon. Zijn moeder is Nederlands, maar zij verhuisde met haar Italiaanse echtgenoot naar Italië, waar Joris is opgegroeid.

Doordat hij geen Nederlands sprak, was het moeilijk om vrienden te maken. ‘Ik had echt moeite met integreren.’ Maar dat is na meer dan tien jaar hier wel veranderd. ‘Ik heb nog steeds een accent, maar ik kan nu in elk geval gewoon gesprekken voeren in het Nederlands.’

Met Nederlanders heb ik het over andere dingen

Hij begrijpt ook de cultuur beter. ‘Met Nederlanders heb ik het over andere dingen. We bespreken bijvoorbeeld wat dingen kosten of wat we gaan eten. Italianen hebben het zelden met vrienden of collega’s over wat ze die avond gaan eten, maar hier is dat regelmatig het onderwerp van gesprek, dus nu praat ik daar ook over.’

Sommige Italiaanse gewoonten zijn desondanks blijven hangen: ‘Ik maak geen boodschappenlijstjes zoals Nederlanders. Ik ga naar de supermarkt om inspiratie op te doen voor het koken’, zegt Joris. ‘Ik geniet van het boodschappen doen.’

Hij is zijn biculturele achtergrond gaan waarderen, zegt hij, omdat hij daardoor mensen met diverse achtergronden beter begrijpt. ‘Ik kan met meer nuance naar de verschillen kijken.’

Engels