Wetenschap

Sociale media & herinnering

Facebook bepaalt wat jij vergeet

Sociale media zijn niet alleen alom aanwezig in het hier en nu. Ze bepalen mede wat we ons herinneren over het verleden. En dus ook wat we vergeten. ‘Onze herinnering wordt geautomatiseerd’, waarschuwt RUG-onderzoeker Rik Smit van media studies.
Door Christien Boomsma / Foto Jon Gurinsky

Weg waren ze ineens, zo’n half jaar geleden. Ongeveer tweeduizend filmpjes werden verwijderd van YouTube. Niet omdat ze pornografisch materiaal bevatten, of omdat er auteursrechten werden geschonden. Nee. De filmpjes waren ‘geflagd’ wegens geweld en haatzaaierij. Klein puntje: ze waren geüpload door Syrische oppositiegroepen en bevatten beelden van de gevolgen van luchtaanvallen, of van soldaten die gevangenen executeerden. Oorlogsmisdaden, in veel gevallen.

Tekenend, zegt onderzoeker Rik Smit van media studies. Een betrekkelijk kleine wijziging in het algoritme dat het bedrijf loslaat op de miljoenen video’s die dagelijks worden geüpload, kan er voor zorgen dat er van alles verdwijnt uit het grootste archief aan beeldmateriaal ter wereld.

En ja, dat is zorgwekkend. Want YouTube is immers niet ‘accountable’. Als commercieel bedrijf kan het doen wat het wil. Maar intussen beheert het dus wel een groot deel van ons collectieve geheugen.

In beweging

Smit is geïnteresseerd in dat geheugen. Beter gezegd: hij wil weten hoe we ons dingen herinneren en wat voor invloed sociale media daarop hebben. ‘Net als geschiedenis is herinnering altijd in beweging’, zegt hij. ‘Het is niet stabiel. Herinnering is een ervaring die in de tijd wordt getransporteerd en bewaard. Geschiedenis en emotie zijn daarin verstrengeld.’ Volgende week promoveert hij op zijn onderzoek.

Denk aan het fotoboek dat je oma tevoorschijn haalt op haar tachtigste verjaardag en waar tante Pien en oom Henk uitgebreid commentaar op leveren. Of dat je met vrienden naar het museum gaat voor een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog. De ervaring bepaalt het verhaal van het verleden.

Zodra er een nieuwe technologie komt, breekt er een moral panic uit

Tegenwoordig spelen ook sociale media een rol in zulk ‘herinneringswerk’. Door de talloze filmpjes van Syrische burgerrechtenbewegingen te tonen bijvoorbeeld. Of door je een foto voor te schotelen die je vier jaar geleden uploadde. This day four years ago. ‘Maar deze media maken ook selecties. Ze nemen actief deel aan het herinneringswerk’, zegt Smit.

Moral panic

Daarbij wil hij nadrukkelijk niet doemdenkerig doen. Facebook, YouTube of Wikipedia, ze zíjn er nu eenmaal. ‘En zodra er een nieuwe technologie komt, breekt er een moral panic uit. Dat was al zo toen de drukpers zijn intrede deed. Ik wil de nuance laten zien.’

Want net als het geschiedenisboek, het standbeeld voor de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog of het fotoalbum van je oma, bepalen ook sociale media hoe we ons dingen herinneren. Alleen wil Smit wel weten hoe dat in zijn werk gaat.

Daarvoor onderzocht hij drie duidelijke gevallen. Op YouTube concentreerde hij zich op ooggetuigenvideo’s van de gifgasaanvallen in het Syrische Ghouta in 2013 – die van Obama’s ‘red line’. Op Facebook bestudeerde hij de pagina Justice for Mike Brown – de ongewapende 18-jarige zwarte Amerikaan die werd neergeschoten door de politie in Ferguson. Tenslotte keek Smit naar de manier waarop de Wikipediapagina over de ramp met de MH17 tot stand kwam.

Rode draad

Eén observatie loopt als een rode draad door alle drie de platforms, constateert Smit. Steeds weer is het een kleine groep die de touwtjes in handen heeft, een handjevol mensen dat de regels van het spel kent en daardoor een onevenredig grote invloed heeft op het verhaal dat zich vastzet in het hoofd van miljoenen mensen.

In de praktijk bepaalt een heel klein clubje wat er op Wikipedia komt

Neem bijvoorbeeld die Wikipediapagina over de ramp met de MH17. ‘Ik was een fán van Wikipedia’, zegt Smit. ‘Het is een gaaf initiatief. Wikipedia is dé grote kennisverstrekker van het moment en anyone can edit. Maar in de praktijk bepaalt een heel klein clubje wat erop komt.’

Hij bestudeerde de ‘talkpage’ die achter ieder lemma op Wikipedia zit. In het geval van MH17 bevat die zo’n zeshonderd uitgeprinte A4-tjes. ‘Het begint heel simpel. Er wordt een pagina gestart en mensen gaan schrijven’, zegt Smit. ‘Maar dan gaan steeds meer Wikipedianen zich ermee bemoeien. Het is te weinig feitelijk, de tekst bevat te veel emotie, er wordt te veel verwezen naar Russische bronnen.’

Extreme achterdocht

De discussie concentreert zich op het feit dat er alleen verifieerbare, neutrale bronnen gebruikt mogen worden. Niks mis mee zou je zeggen. ‘Maar zodra er een alternatieve bron gebruikt wordt, iets anders dan CNN of de New York Times bijvoorbeeld, is er extreme achterdocht. En dat leidt tot een Westerse, Noord-Europese blik op de zaak, zonder aandacht voor een alternatieve kijk’, zegt Smit.

Bovendien schrok hij van de macht die sommige Wikipedianen hebben. Achter de schermen van het neutrale platform bevindt zich een sterk hiërarchische structuur. De toplaag wordt gevormd door de bureaucrats, die toegang hebben tot techniek die andere Wikipedianen kan weerhouden om te editen. En het is een commissie van – alweer – bureaucrats die bepaalt wie toegang krijgt tot hun gelederen. ‘Mensen zien Wikipedia als neutraal, maar het heeft zijn eigen interne politiek.’

Ook YouTube bleek veel minder open dan Smit aanvankelijk verwachtte. Want of het nu gaat om de bomaanslagen in Parijs of Britney Spears die van het podium valt, het wordt massaal gefilmd en iederéén kan zijn filmpje uploaden. Toch is slechts een fractie van die filmpjes goed vindbaar op YouTube.

Ooggetuigen

Hij onderzocht ooggetuigenfilmpjes van de gevolgen van de gifgasaanvallen in Ghouta. Slechts eenderde van deze filmpjes kwam gemakkelijk bovendrijven. En gek genoeg waren dat niet de video’s die waren geüpload door ooggetuigen, maar juist de filmpjes van grote, mainstream media. ‘En daarnaast zijn er de posts van de webnative media, dus groepen die hun eigen YouTubekanaal uitventen.’

Bij belangrijke gebeurtenissen grazen dergelijke media YouTube af op zoek naar beeldmateriaal. Dat editen ze en vormen ze om tot een verhaal, waar ze hun eigen draai aan kunnen geven. Maar ook hier geldt weer: het is een sterk gefilterd verhaal.

Daarnaast verdwijnt er dus ook veel materiaal. Soms doordat de gebruikers het offline halen, maar ook door veranderingen in het algoritme van YouTube. ‘Van de 35 meest bekeken filmpjes uit 2013 is inmiddels al weer een derde gedeletet’, zegt Smit. ‘Het zou interessant zijn om te zien wat uiteindelijk overblijft.’

Met elke click, met elke like en elke share, draag je bij aan de zichtbaarheid van een post

Facebook, ten slotte, levert de ultieme filterbubbel. De pagina Justice for Mike Brown die in 2014 werd aangemaakt, kreeg in no-time duizenden volgers. Vrijwel meteen kreeg de herinnering een centrale rol op de pagina, zegt Smit. ‘Wie was hij? Wat is er gebeurd? Hoe zorgen we dat dit nooit vergeten wordt? En hoe plaatsen we dit in de bredere geschiedenis van de zwarte Amerikanen? Dat waren de belangrijke vragen.’

Emotie

Maar hier draaide alles om emotie, zegt Smit. Het beeld van Mike Browns stiefvader met het bordje waarop hij om gerechtigheid vraagt, werd iconisch. Net als het verhaal van zijn oude juf die vertelde hoe lief hij was als jongetje. ‘Met elke click, met elke like en elke share, draag je bij aan de zichtbaarheid van een post’, zegt Smit. Daarmee bepaal je dus welk verhaal er uiteindelijk overblijft. ‘En dat is een heel selectief verhaal.’

Je kunt je natuurlijk afvragen hoe erg dat is. Ook uit het fotoboek van oma kunnen foto’s verdwijnen. Het hele fotoboek kan in vlammen opgaan als er brand uitbreekt. Toch is er een verschil, zegt Smit. ‘Het fotoboek ís er. Maar met YouTube of Facebook doet memotechnologie zijn intreden. Het zijn systemen die het representeren vóór ons doen. Onze herinnering wordt geautomatiseerd.’

Al wil Smit dus niet doemdenken, we moeten ons er op zijn minst rekenschap van geven, zegt hij. ‘Het gaat om ons publieke verleden. Met elke upload vertrouwen we onze herinneringen toe aan YouTube of Facebook. En zij hoeven geen verantwoording af te leggen.’

Precies daar zou Smit verandering willen zien. ‘Misschien door een publieke instantie in het leven te roepen die de regels bepaalt, die wel accountable is en nadenkt over wat we moeten bewaren.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in