Studenten

Maatje voor een kind
of eenzame oudere

Even die bubbel uit

In je studententijd ben je veel bezig met je eigen leven. Boven de boeken hangen, nieuwe vrienden maken, uitvogelen wat je na je studie wilt doen. Maar wat als je ook een kijkje buiten je bubbel wilt nemen? Deze vier studenten kozen voor vrijwilligerswerk.
14 juni om 11:06 uur.
Laatst gewijzigd op 14 juni 2022
om 11:06 uur.
juni 14 at 11:06 AM.
Last modified on juni 14, 2022
at 11:06 AM.

Door Bente Strijbosch

14 juni om 11:06 uur.
Laatst gewijzigd op 14 juni 2022
om 11:06 uur.

By Bente Strijbosch

juni 14 at 11:06 AM.
Last modified on juni 14, 2022
at 11:06 AM.

Bente Strijbosch

Wie vrijwilligerswerk wil doen, komt in Groningen al snel bij Humanitas terecht. Alleen al in de stad telt de vereniging voor maatschappelijke dienstverlening ruim 2600 vrijwilligers. Die organiseren bijvoorbeeld vakantieweken voor kinderen uit arme gezinnen, staan vluchtelingen bij, gaan op bezoek bij eenzame ouderen en helpen mensen met geldproblemen om hun financiële administratie bij te houden.

Zo’n 15 tot 20 procent van de Humanitas-vrijwilligers in Groningen is student, vertelt projectcoördinator Yvonne de Vries. Inmiddels is ze een van de beroepskrachten binnen de organisatie, maar ook zij begon als vrijwilliger in haar studententijd. ‘Ik heb toen geleerd om echt contact te maken, er te zijn voor iemand.’ 

Dat is nog steeds de kern van het werk, in verschillende vormen. Even een uurtje op de koffie komen, of een middag naar de speeltuin. ‘Met een heel klein gebaar kan je een groot verschil maken’, zegt De Vries. Maar dat vereist wel een bepaalde inzet. Als maatje bouw je immers een vertrouwensband op, en dat gaat niet vanzelf. ‘Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend.’ 

Waarom studenten zich zoal aanmelden? ‘Om hun wereld te vergroten’, volgens De Vries. Of ze komen voor een stage, maar alleen studiepunten scoren is niet de bedoeling. ‘Zolang er maar oprechte betrokkenheid is, zijn studenten zeer welkom.’ 

En dat het goed op je cv staat, is natuurlijk mooi meegenomen. ‘Dat is helemaal geen smerig woord’, lacht De Vries. Het is juist goed om te laten zien dat je interesses hebt buiten je eigen studentenbubbel, denkt ze. Zo bied je anderen een steuntje in de rug, terwijl je zelf op een zinvolle en leerzame manier je vrije tijd besteedt. ‘Een participatiemaatschappij in zijn mooiste vorm.’

Iason van der Meulen (24)

Als student Midden-Oostenstudies dacht Iason in de collegebanken wel studiegenoten uit andere culturen te ontmoeten. Maar dat bleek niet het geval. ‘Daarom besloot ik uit mijn ivoren torentje binnen de universiteit te klimmen,’ vertelt hij. 

Hij kwam uit bij het project ‘Voorleesvrijwilliger’ van Humanitas. Een keer per week gaat hij op bezoek bij een Syrische familie om voor te lezen aan een tienjarig kind. 

Het is geen Nederlandse les zoals op de basisschool, maar juist een moment om leesplezier op te wekken. ‘Het boek Sjakie en de chocoladefabriek viel de laatste keer goed in de smaak’, zegt Iason.  

Als ik hier eerder van had geweten, had ik het ook eerder gedaan

Voorlezen is erg laagdrempelig, vindt Iason. ‘Je kan het zo beperkt houden als je zelf wil.’ Hij is er ongeveer een uur per week. Soms duurt het voorlezen langer, of eet hij zelfs mee met de familie. 

In het begin was het niet zo makkelijk. ‘De eerste paar keer is een kind best schuchter.’ Daarbij komt dat de deelnemers amper of geen Nederlands spreken. Maar hoe vaker Iason over de vloer komt, hoe soepeler het gaat. Dat merkt hij ook aan de ouders. ‘Je wordt volgegooid met eten als blijk van waardering’, vertelt Iason lachend. 

Het is voor hem een kleine moeite, maar hij kan voor een kind echt iets betekenen, zegt hij. Daarom is hij van plan zo lang mogelijk voorleesmaatje te blijven. ‘Je probeert de achterstand die een kind heeft te dichten.’ 

En dat geeft een voldaan gevoel elke keer dat Iason de deur weer uitstapt. ‘Als ik hier eerder van had geweten, had ik het ook eerder gedaan.’ 

Maxime Evers (22) 

Toen haar moeder tweeëneenhalf jaar geleden op zoek was naar iemand die haar oom gezelschap kon houden, ging er bij student international business Maxime Evers een lichtje branden. 

‘Misschien dat er ook wel iemand zoals mijn oom in Groningen was die ik kon helpen’, dacht ze. Dat herinnerde haar aan een presentatie van Humanitas die ze ooit bijwoonde en zo vielen de puzzelstukjes in elkaar. 

Tegenwoordig komt Maxime ongeveer eens per twee weken op bezoek bij haar maatje. Die staat haar voor het raam op te wachten en zwaait haar weer uit wanneer het tijd is om te gaan. 

Studenten hebben echt wel twee uur per week de tijd 

In het begin voelde ze wel wat druk. ‘Dan zei ze altijd: ga je nu al weg, als ik er een middag was geweest.’ Maar door corona wende haar maatje eraan dat Maxime er niet altijd kon zijn. 

Nog steeds komt ze met liefde – en leuke plannen – over de vloer. Zo spelen ze vaak potjes rummikub en mens-erger-je-niet. Ook is het duo een keer naar Maxime’s studentenhuis gereden. ‘Daar heeft ze mijn huisgenoten ontmoet, dat vond ze enorm leuk.’

Nog een mooie herinnering: ‘Ik was nog maar een paar keer op bezoek geweest toen ze tegen mij zei: “Wij zijn vrienden voor het leven.” Dat vond ik zo ontzettend lief.’

Maxime wordt blij van de gedachte dat ze een eenzaam persoon kan helpen. ‘Ik weet dat ik haar een groot plezier doe door langs te komen’, vertelt ze. ‘Studenten hebben echt wel twee uur per week de tijd om van hun luie reet af te komen en een ander te helpen.’ 

Annemarieke Struik (20)

De meeste stages van de studie pedagogische wetenschappen zijn op de theorie gericht, maar Annemarieke Struik wilde liever in de praktijk bezig. ‘In mijn studie kom je eigenlijk geen kind tegen.’ 

Sinds eind oktober gaat Annemarieke daarom elke week langs bij een familie met drie kinderen, waarvan de jongste het downsyndroom heeft. Daar gaat logischerwijs veel zorg naartoe. ‘Voor de twee andere kinderen is dit een moment om de aandacht te krijgen die ze verdienen’, vertelt ze. 

Met het broertje van 4 en zusje van 8 bezoekt ze de speeltuin of de kinderboerderij, of ze gaan ze knutselen. Dat vinden ze leuk, maar het heeft ook een langetermijneffect. ‘Als ik weg ben, weten ze ook zelf dingen om te doen’, legt Annemarieke uit. 

Je gaat echt deel uitmaken van hun leven

Ze probeert de kinderen wegwijs te maken in een hectische thuissituatie. Dat vereist een vertrouwensband die langzaam opgebouwd moet worden. ‘Je komt thuis bij een gezin dat jij niet kent, en zij kennen jou niet’, zegt Annemarieke. ‘Maar je gaat echt deel uitmaken van hun leven.’ 

Ze is dan ook nog lang niet van plan het gezin te verlaten. ‘Je committeert je aan het gezin, zij rekenen ook op mij’, zegt Annemarieke. Ook na haar stageperiode zal ze nog op bezoek komen. 

En dat vindt ze alleen maar leuk. ‘Ik vind het gewoon heel erg mooi dat ik kan helpen die kinderen even in het zonnetje te zetten. Daar heb ik alleen maar plezier van.’ 

Jan-Henri van den Berg (19)

Tijdens een gesprek met zijn student-mentor van de studie international business kaartte Jan-Henri van den Berg aan dat hij graag vrijwilligerswerk zou willen doen. ‘Ik vind de gedachte dat er ouderen zijn die niemand om zich heen hebben best pijnlijk’, vertelt hij. 

Een vak van het honours college over dementie interesseerde hem enorm. Daarom sloot het Humanitas-project ‘Vrijwilligers & Dementie’ goed aan. Nu komt hij sinds november bij zijn maatje op bezoek, een alleenstaande vrouw van 89 met beginnende dementie. 

Elke woensdag kletst het duo met elkaar. ‘Het doel is haar gezelschap te houden en ervoor te zorgen dat ze nog voldoende sociaal contact heeft’, legt Jan-Henri uit. Ondanks het leeftijdsverschil hebben ze meer dan genoeg gespreksstof.

Ik leer nu beter omgaan met mijn ongeduld

Vaak is het gezellig, maar dat is niet altijd zo. Soms komen er wel eens minder fijne herinneringen ter sprake. Daar wen je aan, zegt Jan-Henri. Het is belangrijk niet andermans problemen mee naar huis te nemen, weet hij. ‘Je kan niet alles oplossen voor een ander.’ 

Daarnaast hoor je ook vaak dezelfde verhalen. ‘Je hebt uiteindelijk wel te maken met iemand met dementie’, benadrukt hij. Dat was juist ook een leerzame les voor Jan-Henri. ‘Van mezelf ben ik een ongeduldig persoon, maar daar leer ik nu beter mee om te gaan.’ 

Maar de voornaamste reden dat hij vrijwilligerswerk is gaan doen is dat hij een steentje wil bijdragen aan de maatschappij. ‘Wanneer je langskomt en het even wat slechter gaat met haar, is het mooi dat je later allebei met een goed gevoel weer afscheid neemt.’