Wetenschap

Wonderlijke fenomenen

De geeuw van de leeuw

Waarom hebben vrouwelijke hyena’s een penis? En waarom kiezen we voor vet voedsel als we gestrest zijn? Deze en zeventien andere evolutiekwesties komen aan bod in het boek ‘Waarom spreeuwen bloemen plukken en trillende muizen slimmer zijn’. Journaliste Monica Wesseling schreef het boek in samenwerking met onderzoekers van RUG-instituut GELIFES.
Door Tim Bakker

Het begon met een vraag van auteur Monica Wesseling: waarom gapen leeuwen? Dat wisten ze bij GELIFES niet, maar wel dat muizen rechts- of linkspotig zijn.

Al pratende kwam daarna het ene na het andere bijzondere verhaal aan de orde.

Bijvoorbeeld: als we gestrest zijn, hebben we meer behoefte aan vet voedsel. Na de aanslagen van 11 september schoot de verkoop van pizza’s en hamburgers in de VS omhoog.

Of: kinderen die net na de hongerwinter van 1944 zijn geboren, hebben een grotere kans op overgewicht. Waarom? Omdat hun moeders tijdens de zwangerschap te weinig te eten hadden.

Sommige onderzoekers hadden er wel wat moeite mee dat hun verhaal ten behoeve van het boek werd gepopulariseerd.

Auteur Wesseling zegt daarover: ‘Het blijven natuurlijk echte wetenschappers, die bouwen altijd mitsen en maren in.’

Fundamenteel onderzoek verdwijnt langzaam van de agenda, stelt Ton Groothuis van GELIFES, en dat is zonde. ‘We kunnen immers later pas zeggen wat we eraan gehad hebben.’

Leestijd: 6 minuten (1008 woorden)

Het begon allemaal met een andere vraag: waarom moeten leeuwen gapen? Wesseling, die werkte aan een natuurserie in Trouw, belde hiervoor naar Ton Groothuis, gedragsbioloog en directeur van het Groningen Institute for Evolutionary Life Sciences (GELIFES). ‘Het antwoord daarop wist hij niet’, vertelt Wesseling. ‘Wat weet je dan wel?, vroeg ik. En toen begon hij te vertellen over zijn onderzoek naar links- en rechtspotigheid bij muizen.’

Een erg leuk gesprek, herinnert Groothuis zich. ‘We konden elkaar veel mooie verhalen vertellen. Ik legde haar uit dat we hier bij GELIFES veel meer van dit soort onderzoeken doen. Wie er toen precies mee kwam, weet ik niet meer. Maar we dachten al gauw: waarom maken we hier geen boekje van?’

Passie

Wesseling schreef al eerder twee boeken vol wetenswaardigheden over dieren. ‘Ik ben nieuwsgierig’, zegt ze. ‘En ik heb een passie voor natuur, het ecologisch samenspel tussen levende wezens. Dit was de eerste keer dat ik ook onderzoek naar mensen beschreef, maar dat werkt volgens hetzelfde principe. Je blijft vragen stellen.’

Er is nog een verschil met haar vorige boeken. ‘Daarin stonden steeds korte stukjes van 150 woorden. Dit zijn veel uitgebreidere beschrijvingen van wetenschappelijk onderzoek, de opzet is dus anders.’

Wesseling begon in mei met schrijven en stapte daarvoor negen weken op rij in de trein naar Groningen. ‘Dan had ik op een dag twee interviews van twee uur gepland met de onderzoekers van het instituut. Het was leuk om te zien hoe enthousiast zij over hun vakgebied konden vertellen. Sommigen hadden er wel moeite mee dat hun verhaal gepopulariseerd moest worden. Het blijven natuurlijk echte wetenschappers, die bouwen altijd mitsen en maren in.’

Onder grote druk

Het is de juiste houding voor een onderzoeker, maar ook één die soms moeilijk vol te houden is in het huidige academische klimaat, constateert Groothuis. ‘Er wordt al gauw gevraagd: wat kunnen we ermee? Er staat grote druk op onderzoekers, die dan geneigd zijn te vergaande conclusies te trekken. Maar we moeten niet elk onderzoek met laboratoriummuizen direct willen vertalen naar mensen, terwijl we weten dat de uitkomsten al kunnen verschillen als we wilde muizen gebruiken. Uiteindelijk wil je het onderzoek wel doortrekken, maar dan op een gefundeerde manier.’

Fundamenteel onderzoek verdwijnt langzaam van de agenda, stelt Groothuis, en dat is zonde. ‘We kunnen immers later pas zeggen wat we eraan gehad hebben. Bovendien is er voor fundamenteel onderzoek veel meer belangstelling bij het publiek dan vaak gedacht wordt. We willen immers de wereld om ons heen begrijpen, ook los van toepassingen.’

Ook daarom wilde hij graag meewerken aan dit boek. ‘Het is een mooie manier om aan de buitenwereld en de belastingbetaler te laten zien wat we doen.’ Wesseling sluit zich daarbij aan. ‘We wilden mensen zich laten verwonderen. Ze laten denken: goh, daar had ik nog nooit over nagedacht.’

 

Foutje, bedankt?

Zo lezen we dat na de aanslagen van 11 september de verkoop van pizza’s, hamburgers en chocoladepudding omhoog schoot. Logisch! Als we het hebben over comfort food, denken we niet aan wortels of appels. Toch is het vreemd, stelden Groningse neurobiologen, dat we in stressvolle situaties naar vet voedsel grijpen. Een keer slecht eten is niet erg, maar bij chronische stress liggen overgewicht en talloze andere kwalen op de loer. Waar komt die vetzucht dan vandaan?

En hoe komt het dat hyenavrouwtjes, maar bijvoorbeeld ook moerascavia’s en sommige halfprimaten, een penis hebben? Nou ja, een pseudopenis. De vrouwtjes kunnen zich er namelijk niet mee voortplanten. Bovendien barst bij de hyena de penis nog wel eens open tijdens de eerste bevalling, wat naast infecties ook nog een doodgeboren kind kan opleveren. Maakt de natuur wel eens een foutje?

Natuurlijk , zegt Groothuis. Maar evolutie is geen ongeluk.

Aanpassen

Groothuis: ‘De onderzoeken die wij hier doen, vallen onder het onderzoeksprogramma Adaptive Life. Organismen passen zich aan de steeds veranderende omstandigheden aan. Dat is geen cognitief proces, maar zit in ons DNA. Wanneer zich mutaties voordoen die voordelig blijken voor overleving of voortplanting, zal deze zich gaan verspreiden in de populatie ten koste van dieren zonder deze mutatie.’

Dat proces gaat niet over één of twee generaties, maar kan, afhankelijk van de diersoort, duizenden jaren duren. ‘Wel is het zo dat we tegenwoordig zien dat het sneller gaat dan wel dachten.’

Epigenetica

Dat proces wordt nog versneld door wat we epigenetica noemen. Onze DNA-code verandert niet zo snel, maar hoe het zich vervolgens uit wél. ‘Hoe we die code aflezen kan verschillen’, legt Groothuis uit.

‘Een beroemd voorbeeld is de groep kinderen die net na de hongerwinter geboren werd. Hun moeders hadden tijdens de zwangerschap weinig te eten, en hebben hun kinderen fysiek voorbereid op een leven in voedselschaarste. Echter, na de oorlog kwam er weer veel voedsel beschikbaar waardoor er een verschil ontstond tussen de werkelijke situatie en de situatie waarvoor de moeder de kinderen had voorbereid. Deze mismatch leidde tot allerlei problemen bij de kinderen zoals overgewicht. Uiteindelijk viel in onderzoek zelfs te herleiden in welk trimester de moeder zat toen de hongerwinter begon.’

Veel vragen

Dat het gebeurt, ook bij dieren, weten we. Hoe dit precies werkt, is nu de vraag. Er moet nog veel onderzoek gedaan worden, en dat is niet altijd eenvoudig.

Hyena’s zijn bijvoorbeeld lastig in een lab te houden, dus werd het onderzoek naar vrouwtjes met penissen op moerascavia’s uitgevoerd. Het antwoord op de vraag waarom, kwam uiteindelijk na een klacht van de schoonmakers over de plakkerige kooien. Moerascavia’s blijken met hun penis geurtjes af te geven waarmee zij met soortgenoten communiceren. Of dat ook voor hyena’s geldt en welke rol testosteron speelt in deze kwestie, blijft nog even de vraag.

Onze drang naar comfort food is wel te verklaren. Vet en zoet voedsel verhoogt de gevoeligheid voor serotonine, een neurotransmitter die de prikkeloverdracht in de hersenen reguleert. Bij depressieve mensen is die gevoeligheid lager. Altijd vet eten lijkt echter niet de oplossing, dat brengt weer andere gezondheidsproblemen met zich mee.

Waarom leeuwen gapen, konden ze in Groningen niet verklaren. Dat wordt dus ook niet in het boek uitgelegd. Het antwoord vond Wesseling gelukkig wel, maar ergens anders. ‘Dat doen ze op het moment dat stress wegvalt.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in