Studenten

De ober, de boswachter & de wethouder

Blij met Vindicat

Het imago van Vindicat is er de laatste tijd niet beter op geworden. Maar er zijn genoeg mensen die de vereniging van een andere kant kennen. Zij zijn wel blij met Vindicat.
Door Lucia Grijpink

Abe Bolling

Serveert de maaltijden voor de vereniging

Abe Bolling werkt al twaalf jaar voor Vindicat. In 2006 was hij uitzendkracht voor verschillende bedrijven zoals Euroborg en Essent, maar hij wilde graag iets voor de langere termijn. Bij Vindicat zochten ze iemand in de bediening die de dag erna al kon beginnen. Had hij misschien interesse?

Bolling heeft zelf niet gestudeerd en komt uit het Friese Buitenpost. De wereld van Vindicat was tot dan toe nog volledig onbekend terrein voor hem. Het moment dat hij voor het eerst voet zette in het oude pand aan de Grote Markt zal hij nooit vergeten.

Bier, urine en braaksel. Ik ruik het allang niet meer

‘Die stank, het was ongelofelijk. Het was bier, urine en braaksel ineen. Ik dacht: Wat heeft het uitzendbureau me nou weer geflikt?’ Maar al snel was hij eraan gewend. ‘Na twee tellen zit het in je neus. Ik ruik het allang niet meer.’

Twaalf jaar later loopt Bolling door Vindicat alsof het zijn tweede huis is. Inmiddels heeft hij een vast contract in de bediening. Elke dag kunnen de leden van Vindicat een hapje eten in de verschillende restaurants. Vier tot vijf dagen per week worden ze geserveerd door Bolling. De zondag heeft hij altijd vrij.

In die twaalf jaar heeft hij van binnenuit kennis gemaakt met de vereniging. Toen hij eenmaal over de stank heen was, zag hij ook andere kanten van Vindicat. ‘Veel mensen noemen het een sekte, maar zo zie ik dat absoluut niet. Voor mij is het meer een hechte gemeenschap,’ zegt hij.

Glimmend van trots vertelt hij over de vele goede doelen die Vindicat steunt, of zoals hij zegt: ‘die wij steunen’. Stichting Heart to Handle, Stichting Mara, Stichting VIA; hij raakt er niet over uitgepraat.

Hij kan dan ook erg boos worden als hij leest wat de kranten schrijven of hoe de mensen op Vindicat reageren. ‘Een aantal jaar geleden, toen Wytze Pennink vermist was, ging iedereen van de vereniging op zoek. Toen zag ik op Facebook dat een vrouw had gereageerd met “Hebben ze al tussen die hopen kleding in de catacomben van hun gebouw gezocht? Dat vond ik een smakeloze opmerking. Het raakte me echt. Het is zo jammer dat niemand die andere kant van de vereniging ziet.’

Mooitriest

Zelf beleefde hij juist heel mooie momenten op Vindicat. Het hoogtepunt was wat hem betreft de laatste avond in het oude pand in 2014. ‘Er was een groot diner waar alle sociëteitscommissiebesturen (nachtbesturen, red.) die in dat pand hadden gezeten, waren uitgenodigd. Daarnaast was ik met een collega uitgenodigd.’

Ditmaal mocht hij zelf aan tafel zitten. Bolling genoot van de gesprekken die hij voerde met inmiddels grijze bestuursleden. ‘Het was een mooitriest moment. Het nieuwe pand is gewoon niet hetzelfde als het oude pand.’

Bolling is niet meer weg te denken van de vereniging. ‘Ik ben ermee vergroeid’, glimlacht hij. Als het aan hem ligt, blijft hij nog tot zijn pensioen in dienst van de vereniging.

Maar wanneer hij gasten ontvangt in het gebouw, zal hij ze altijd blijven waarschuwen voor de lucht.

Tjeerd Langhout

Boswachter bij Hart van Drenthe (Staatsbosbeheer)

Tjeerd Langhout is verantwoordelijk voor het onderhoud en de inrichting van terreinen in Drenthe. ‘Je ziet een grote groene pukkel op de kaart. Dat zijn wij.’

Tijdens de introductietijd (IT) komen de nieuwe leden van Vindicat naar Westerbork waar ze vijf dagen in een boerenschuur verblijven. Gedurende die periode komen ze ook twee dagen naar het veld van Langhout waar ze ongewenste planten en boompjes uit het veld verwijderen.

‘Eigenlijk ontgroenen ze het veld’, grinnikt Langhout. ‘Als we dat niet doen, groeit het hele veld dicht. Ze verrichten dus nuttig werk voor ons.’

Veld ontgroenen

Al vijftien jaar ‘ontgroenen’ de studenten de velden van Staatsbosbeheer. Voorheen deden ze al werk voor de gemeente Westerbork, maar doordat de groep studenten zo groot was, waren ze binnen een dag door het werk heen.

‘Zo kwamen ze bij ons’, legt Langhout uit. ‘Wij bij Staatsbosbeheer konden ze wel langer bezighouden.’ De introductietijd valt namelijk samen met de vakantieperiode waarin er minder vrijwilligers beschikbaar zijn. De studenten vullen dat gat precies op.

Langhout is erbij aanwezig om het geheel in goede banen te leiden. Daarbij raakt hij soms aan de praat met de studenten. Dit jaar sprak hij twee nieuwe leden, die hem vroegen wat hij van ze vond in het licht van alle berichten die over Vindicat verschenen zijn.

Ze doen hun werk goed dus als ze volgend jaar terug willen komen, zijn ze meer dan welkom

‘Voor ons zijn jullie gewoon medewerkers’, zei hij. Langhout is soms wel verbaasd over hoe weinig de studenten van de Nederlandse natuur gezien hebben. ‘Sommigen komen uit Gouda en hebben nog nooit van de bossen gehoord. Voor hen gaat een wereld open.’

Zelf heeft hij weinig met de tradities van Vindicat. ‘Dit jaar liep er een rond met een wc-borstel. Ook hebben ze soms van die pap in hun haar gesmeerd. Dat moeten ze lekker zelf weten. Het is niet mijn pakkie-an.’

Maar hij ziet hij ook de voordelen van een ontgroening. ‘Het is voor de eerstejaars een vorm van elkaar leren kennen. Dat is wel belangrijk. Ze moeten bepaalde liedjes instuderen en dat doen ze dan ook met elkaar terwijl ze boompjes aan het trekken zijn. Ik zie wel dat ze daarmee een band creëren.’

Wat Langhout betreft mag Vindicat terug komen. ‘Ze doen hun werk goed dus ze zijn meer dan welkom.’

Paul de Rook

Wethouder D66 Gemeente Groningen

Het kantoor van Paul de Rook bevindt zich in het stadhuis aan de Grote Markt. Vanuit het raam heeft hij uitzicht op het statige gebouw van Vindicat. ‘Het zijn prima buren hoor’, zegt hij. ‘Af en toe zwaaien we naar elkaar. Ik heb nog nooit overlast van ze ervaren, maar zij hebben ook wel andere openingstijden dan wij.’

Een aantal weken geleden heeft De Rook nog gesproken bij de introductietijd (IT) van de nieuwe eerstejaars van Vindicat. Zelf studeerde hij ook in Groningen, maar was lid bij het kleinere Unitas. Daarna was hij voorzitter van de koepel van studentenverenigingen. ‘Ik ken de studentenwereld dus vrij goed’, vertelt hij.

Tijdens de IT hield hij een inleiding over armoede in de stad. ‘Groningen is een geweldige stad met jonge mensen die de volgende stap zetten in hun leven, maar het heeft ook een andere kant.’

De Rook doelt op het feit dat een op de vijf kinderen in Groningen in armoede leeft en dat Groningen daarmee tot de armste steden van Nederland behoort. Zijn doel van het praatje was dan ook om de nieuwe leden van de vereniging hiervan bewust te maken en te activeren om hun steentje bij te dragen.

Cadeaus

‘Onze stad werkt alleen maar als mensen die capaciteiten over hebben, zich inzetten voor mensen die het nodig hebben.’

Dit was de eerste keer dat de gemeente onderdeel was van de introductietijd, maar de samenwerking ontstond al bij het lustrum van Vindicat in 2015. Onderdeel van dit lustrum was de Stadjersweek, waarin Vindicat onder andere een diner voor daklozen organiseerde en de kroeg opengooide voor Stadjers.

Het beeld dat nu ontstaan is, toont niet het hele plaatje. Dat moet worden rechtgezet

Ook boden de senaat en de commissie Vindicat in Actie verschillende cadeaus en diensten aan de gemeente aan. Ze schonken stadsbankjes, organiseerden een kinderkamp voor minderbedeelde kinderen uit de stad en richtten een adviesbank op. Ook werd de Feith-commissie in het leven geroepen die vier keer per jaar overlegt met de gemeente om te kijken waar Vindicat zich kan inzetten voor de stad.

De Rook is vooral betrokken bij dat laatste. ‘De gemeente heeft hierbij een bemiddelende functie. Als een voetbalclub bijvoorbeeld de kantine wil verbouwen maar geen kennis en geld heeft om dat te doen, zouden bedrijfskundestudenten van Vindicat kunnen helpen.’

De Rook is erg te spreken over de vereniging. ‘Ik ervaar Vindicat als een vereniging die heel erg open staat voor haar omgeving. Zij willen graag een bijdrage leveren aan de stad waarin zij actief zijn.’ Hij kan zich gedeeltelijk vinden in het beeld dat de media schetsen, maar mist de nuance.

‘Vindicat heeft natuurlijk wel een probleem. Werken aan een culturele verandering is nodig. Maar het beeld dat nu ontstaan is, toont niet het hele plaatje. Dat moet worden rechtgezet.’

Na zijn verhaal bij de IT zijn er al verschillende aanmeldingen binnen gekomen voor projecten van de gemeente. ‘Het was de laatste dag van de IT, dus ze hadden een taaie periode achter de rug met veel doen en weinig slaap. Maar aan de vele vragen na afloop en de aanmeldingen is te merken dat de boodschap wel is aangekomen.’

Volgend jaar weer? ‘Volgend jaar weer.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in