Letterenstudies in een groep

Letteren wil haar opleidingen onderbrengen in vijf grote clusters. Dat moet voor meer samenwerking, minder bureaucratie en minder uitgaven gaan zorgen.
Door Anne Floor Lanting en Peter Keizer

De clusterindeling is onderdeel van een nieuw pakket aan bezuinigingsmaatregelen dat afgelopen zomer door het faculteitsbestuur werd aangekondigd. De opleidingen moeten het voortaan met minder geld doen en de organisatie van het onderwijs gaat op de schop.

Opleidingen zijn straks geen eilandjes meer, maar gaan samen in een groep en krijgen samen een eigen budget. De clusters krijgen hun eigen bestuur, dat verantwoordelijk wordt voor budget, formatietoewijzing en benoemingen. ‘Op die manier kan de faculteit beter en sneller inspringen op de steeds veranderende onderwijsvraag’, schrijft het faculteitsbestuur in een nieuwsbrief voor alle medewerkers.

Het bestuur stelt vijf clusters voor, die vanaf september volgend jaar moeten worden ingevoerd. Elke groep bestaat uit bacheloropleidingen, masteropleidingen, een educatieve master en een researchmaster (zie kader).

Gemengde gevoelens

Voorgestelde clusters

Het eerste cluster bestaat uit de opleidingen internationale betrekkingen & internationale organisatie, network on humanitarian assistance en de researchmaster modern history & international relations.

Cluster twee wordt gevormd door Europese talen & culturen, English language & culture, en de masteropleidingen letterkunde en Europese studies. Samen met de educatieve masters Frans, Duits, Engels en Spaans.

Het derde cluster wordt gevormd door de bacheloropleidingen communicatie- & informatiewetenschappen, informatiekunde, Nederlandse taal & cultuur, minorities & multilingualism en taalwetenschap. Samen met de masters communicatie- & informatiewetenschappen, Neerlandistiek en taalwetenschappen. Ook de educatieve masters Nederlands en Fries, en de researchmaster taalwetenschappen behoren tot het cluster.

In cluster vier zitten: geschiedenis, American studies, Midden-Oostenstudies, Griekse & Latijnse taal & cultuur (GLTC) en archeologie. Samen met de masteropleidingen geschiedenis, Noord-Amerikastudies, Midden-Oostenstudies, oudheidstudies en archeologie. Ook de educatieve masters geschiedenis, GLTC en de researchmasters classical, medieval, early modern studies en archaeology (vanaf 2017) behoren tot de groep.

In cluster vijf tenslotte zitten de bachelors kunstgeschiedenis, mediastudies en kunsten, cultuur & media. Samen met de masters kunst- & cultuurwetenschappen en mediastudies. Verder hoort ook de researchmaster literary & cultural studies (inclusief cultural leadership vanaf 2017) bij dit cluster.

Hans Jansen, voorzitter van de faculteitsraad, wil nog niet zeggen hoe de medewerkers en studenten van de raad denken over de voorgestelde clusters. ‘De voorstellen staan nog ter discussie en na bespreking van de reacties zal de raad nog moeten adviseren of instemmen met een definitief voorstel’, geeft hij aan.

De afdelingsbesturen – die in de plannen worden vervangen door de overkoepelende clusterbesturen – denken verschillend over de groepsindeling. ‘Inhoudelijk lijken de voorgestelde clusters goed bij elkaar te passen, maar er zullen veel verschillende opleidingen ondergebracht worden in een cluster. Ik verwacht daarom dat individuele opleidingen nog steeds hun eigen bestuurtje nodig zullen hebben, er zal dus een tussenbestuurslaag ontstaan’, reageert hoogleraar communicatiewetenschappen Tom Koole.

Ook hoogleraar geschiedenis Maarten Duijvendak denkt dat de opleidingsbesturen nodig zullen blijven. ‘Veel organisatorische besluiten zullen toch op opleidingsniveau besloten blijven worden’, geeft hij aan.

Samenwerking

Ondanks de verwachte extra bestuurslaag ziet Koole mogelijkheden in de nieuwe clusterindeling. ‘Communicatie- & informatiewetenschappen heeft bijvoorbeeld veel raakvlakken met verschillende talenstudies, dus op termijn is er zeker meer samenwerking mogelijk met deze studies. Wel moeten de opleidingen dan echt inhoudelijke veranderingen doorvoeren. Als dit niet gebeurt, hebben de nieuwe clusterbesturen geen zin.’

Duijvendak is minder enthousiast over de plannen. ‘Ik
vrees dat de voorgestelde indeling zal zorgen voor minder staf op dezelfde hoeveelheid studenten. Het is ook de vraag of alle kleine opleidingen binnen dit plan kunnen blijven bestaan.’

Kleine opleidingen

Hoogleraar neurolinguïstiek Roelien Bastiaanse denkt juist dat de plannen een positief effect zullen hebben op de kleinere opleidingen. ‘Bij de afdeling taalwetenschap zijn we nu met vier stafleden verantwoordelijk voor het besturen van één bachelor en twee masters. We zijn veel tijd kwijt aan vergaderen en managen, terwijl wij ook nog onderwijs moeten verzorgen, waar het natuurlijk eigenlijk om gaat’, legt ze uit.

Bastiaanse verwacht dat met het verdwijnen van afdelingsbesturen de werkdruk op stafleden zal verminderen. ‘Ik denk dat werknemers hier op de lange termijn dankbaar voor zullen zijn.’

Studenten

Het faculteitsbestuur heeft drie adviesgroepen ingesteld die moeten gaan uitzoeken hoe studenten kunnen worden aangetrokken met aantrekkelijk onderwijs, hoe de clusterbesturen moeten worden samengesteld en hoeveel geld de groepen tot hun beschikking moeten hebben.

Eind januari adviseren zij het faculteitsbestuur, dat vervolgens met een definitieve clusterindeling zal komen. De opleidingen moeten vanaf september gaan samenwerken. Na januari worden de clustervoorzitters- en coördinatoren al benoemd.

Volgens het faculteitsbestuur blijven de docenten en leerstoelhouders verantwoordelijk voor de inhoud van de opleidingen. ‘Voor studenten verandert er in feite niets’, aldus het bestuur.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

English