Letterendocenten geven les in het ‘dekoloniseren’ van het onderwijs

Het Young Arts Network (YARN) is een reeks workshops begonnen over dekoloniseren. RUG-docenten kunnen daar leren hun colleges evenwichtiger te maken. ‘Dit raakt de kern van kolonialisme in academia: het aanpakken van het epistemische geweld.’

Cultuurwetenschapper en universitair docent mediastudies Rachel van der Merwe uit Zuid-Afrika geeft bij mediastudies bachelorstudenten al les in dekoloniseren en intersectionaliteit en ze doet er onderzoek naar. Maar ze wil meer. ‘Dekoloniseren is geen theorie, het is een politieke beweging, dus het moet gepraktiseerd worden.’

Dat betekent ook dat ze kritisch wil kijken naar haar eigen plaats in de academische wereld. En naar het kolonialisme in de sociale wetenschappen. ‘Die zijn namelijk ontwikkeld vanwege de koloniën en de slavernij,’ zegt ze.

Gelijkgestemden

Via YARN, een netwerk van jonge academici aan de letterenfaculteit, kwam Van de Merwe collega’s tegen die hier ook in geïnteresseerd waren. Samen met universitair docenten Léonie de Jonge, Flávio Eiró en Iva Pesa organiseert ze nu een workshopreeks: Decolonising the Classroom. 

De docenten willen een netwerk van gelijkgestemden opbouwen. Want het is niet alleen een workshopreeks, maar ook een fundamentele beweging, volgens Van der Merwe. ‘Het raakt de kern van kolonialisering in academia: het aanpakken van “epistemisch geweld”.’ Oftewel: niet luisteren naar iemand, die daardoor gediscrimineerd wordt.

In de eerste workshop werden de dertig deelnemers al geïntroduceerd in de terminologie en in het werk van schrijvers als Gloria Wekker, Eve Tuck en K. Wayne Yang. En ze konden aangeven wat ze zelf wilden leren. Uit die antwoorden zijn de volgende workshops samengesteld. De eerstvolgende, door Margriet van der Waal, universitair docent Europese cultuur, is op 13 december.

English

3 REACTIES

  1. Als een bepaalde politieke minderheid haar positie dusdanig verheven acht dat haar huidige (hopelijk is het immers maar tijdelijk) gedachtegoed buiten de normale democratische orde om de overhand moet krijgen, dan past dat toch eerder onder het label kolonisatie dan onder dekolonisatie? Vinden de dames soms dat bepaalde politieke stromingen inferieur zijn binnen de academische wereld of dat die daaruit zelfs verbannen moeten worden? Moet er soms een universiteit zijn voor iedereen, behalve voor degenen waarmee zij het niet eens zijn of voor hen van de verkeerde politieke kleur? Moet er daadwerkelijk een universiteit ontstaan waarbinnen de onderlinge omgang volledig wordt ingericht op basis van de mogelijke gevoeligheid van iemand die zichzelf wellicht als slachtoffer ziet? Waarbinnen zaken die schuren of heftige discussie opleveren worden beslecht op basis van de afkomst van de betrokkenen. Waarbij aan de mening van mensen van ‘diverse’ afkomst of gender bij voorbaat een hogere waarde moet hebben? Waarbij men zich niet puur op wetenschappelijke principes mag beroepen, omdat dat kan worden gezien als een middel van de ‘kolonisator’, waarbij de ‘gekoloniseerde’ zich onveilig kan voelen en aldus slachtoffer is van agressie, waarvoor het voor de blanke man alleen maar past diep door het stof te gaan om de blijvende smet op de academische carrière te beperken?

    Het gaat hier om vrouwen die het interessant lijken te vinden dat de natuurwetenschappen een middel zijn van de blanke kolonisator (het gedachtegoed van Gloria Wekker). Met de nuchtere constatering dat binnen de biologie slechts twee genders interessant zijn voor de evolutie en voortplanting kom je tegenwoordig niet meer weg, zonder dat iemand zich gekwetst voelt. Het is prima dat docenten geforceerd pogen andere invalshoeken te vinden, maar we komen echt niet verder als zij zich gedwongen voelen om toneelstukjes op te voeren waarin gedaan wordt alsof een drieduizend kilometer brede strook tussen Dakar en Mogadishu op academisch niveau enorm interessant is. Het valt te hopen dat dit soort modegrillen vooral beperkt blijven tot de alfawetenschappen.

  2. Ik begrijp dat het belangrijk en waardevol is om te reflecteren op onze curricula, en dat een bredere blik op ons vakgebied enorm waardevol en belangrijk kan zijn. Voor mijn eigen mastervak ben ik om die reden ook van plan om daar in tenminste één van de colleges expliciet aandacht aan te besteden. Toch merk ik dat ik geïrriteerd en zelfs opstandig word van termen als ‘dekolonisatie’ en (vooral) ‘epistemisch geweld’. Dekolonisatie impliceert voor mij bijvoorbeeld dat ik bepaalde dingen zou moeten láten, terwijl het er volgens mij juist om gaat dat we nieuwe dingen zouden moeten/kunnen dóen, namelijk aandacht besteden aan meer (nieuwe, bredere, diversere) invalshoeken en ideeën over een onderwerp of vakgebied. Bovendien duwt de term ‘dekolonisatie’ mij ongewild (en naar mijn mening onverdiend) in de rol van een kolonisator en plaatst me daarmee moreel gezien in een uiterst onaangename positie. Dat lijkt me niet echt de manier om mensen te motiveren een bredere blik te hanteren.

    Hetzelfde, maar dan in nog sterkere mate, zie ik gebeuren bij een term als ‘epistemisch geweld’. De notie dat ik me, door geen aandacht te besteden aan bepaalde perspectieven of invalshoeken, schuldig maak aan ‘geweld’ staat niet alleen bijzonder ver af van alles dat ik als docent en onderzoeker probeer te doen, maar zorgt er ook voor dat ik juist uit irritatie en verontwaardiging hierover mìnder zin krijg om daarmee bezig te zijn. Boosheid zorgt nu eenmaal voor een nauwere blik, niet voor een bredere. Natuurlijk is het niet nodig om mensen altijd maar met fluwelen handschoenen aan te pakken, maar het lijkt me wel belangrijk dat we ons met zijn allen realiseren hoe de keuze voor een specifieke terminologie invloed kan hebben op de bereidheid van (overigens goedwillende) collega’s om deel uit te maken van een beoogde verandering.

    Ik beschouw het streven naar een breder, diverser, en meer inclusief curriculum nog steeds als waardevol en belangrijk, en zal op mijn eigen manier ook proberen daar een positieve bijdrage aan te leveren. Maar voor mij horen woorden als ‘dekolonisatie’ en ‘epistemisch geweld’ daar niet bij. Wie een verandering wil bewerkstelligen, moet zich ook afvragen op welke manier mensen daar effectief bij betrokken kunnen worden. Woordkeuze is daarin een belangrijk wapen, of juist een belangrijke handicap.

  3. “Dekoloniseren is geen theorie, het is een politieke beweging, dus het moet gepraktiseerd worden”

    Kunnen we politiek activisme alsjeblieft buiten het onderwijs houden? Wetenschap draait op empirische waarheidsvinding. Het maakt daarom niet uit wie of wat de oorsprong van kennis is; Wetenschap is universeel. Politiek activisme vormt een bedreiging voor de belangeloosheid en objectiviteit van de wetenschap.

    Als er methodologische problemen zijn met hoe wetenschap op de universiteit Groningen wordt bedreven, is het natuurlijk goed om dat aan te kaarten. Iets zegt mij echter dat dat niet het doel is van dit programma.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in