Het mag wel, maar het moet niet

In plaats van wat je tegenwoordig allemaal niet meer mag zeggen, is het zorgelijker wat je tegenwoordig juist moet zeggen, schrijft columnist Gerrit Breeuwsma.

Mannen van mijn leeftijd (witte boomers die moeilijk kunnen verkroppen dat de wereld verandert) willen weleens klagen over het feit dat je ‘tegenwoordig ook niets meer mag zeggen’.

Niet zelden uit eigenbelang trouwens, om er hun misstappen mee te vergoelijken, zoals onlangs de vallende sterrenkundehoogleraar uit Leiden, die zijn intimiderende gedrag ten aanzien van vrouwelijke medewerkers omschreef als ‘op een ouderwetse manier onplezierig en ongeduldig’.

Dat was, onbedoeld mogen we hopen, komisch gezegd. Alsof een verkrachter tegen de rechter opmerkt dat hij wel weet dat er andere manieren zijn om aan seks te komen: ‘Maar ja, weet u edelachtbare, ik ben op een ouderwetse manier onplezierig en ongeduldig en dan doe je dus dit soort dingen.’

‘Ja, dat mag vroeger heel gewoon zijn geweest, maar in het vervolg een beetje rustig aan, hè?’

Ik heb de afgelopen jaren naar aanleiding van wat ik publiekelijk heb gezegd of geschreven ook weleens gedoe gehad. Een enkele keer kreeg ik zelfs onaangename reacties, maar toch heb ik niet het idee dat me daarmee de mond werd gesnoerd. Misschien wel omdat ik niet de illusie heb dat ik altijd moet kunnen zeggen wat ik werkelijk denk en vind (gelukkig maar, want de schade zou niet te overzien zijn).

Alsof een verkrachter tegen de rechter opmerkt dat hij wel weet dat er andere manieren zijn om aan seks te komen

Nee, in plaats van wat je allemaal niet meer mag zeggen, vind ik het zorgelijker wat je tegenwoordig juist moet zeggen. Ik bedoel natuurlijk de druk die er uitgeoefend wordt om publiekelijk getuigenis te doen van je deugdzaamheid. Niet alleen hangt het publieke domein vol met overtuigingen, ook vinden we dat mensen zich openlijk aan de goede kant moeten scharen.

Zoiets kan gemakkelijk fout gaan, zoals we zagen bij Feyenoordaanvoerder Orkun Kökçü’s weigering om de OneLove-band te dragen. Als aanvoerder had hij dat niet mogen doen, meenden verschillende commentatoren, maar dat is wat mij betreft de wereld op zijn kop.

Je mag iemand niet dwingen een overtuiging uit te dragen die hij niet heeft (of voor zichzelf wil houden). Zijn zelfinzicht dat hij niet de meest aangewezen persoon is om de band te dragen, is misschien zelfs wel prijzenswaardig.

Burgemeester Femke Halsema ging mijns inziens ook in de fout toen ze van de Amsterdamse moskeeën de ondertekening van een steunverklaring ‘afdwong’, waarin geweld tegen LHBTI+ personen werd afgekeurd. Verontwaardiging bij de moskeebesturen, die het ‘absurd, discriminerend en beschuldigend’ noemden.

Ik begrijp dat wel. Het feit dat sommige daders van dat geweld zich op hun geloof beroepen doet daar niets aan af. We mogen ervanuit gaan dat een rechter dat net zo’n slecht argument vindt als het ongeduld van een verkrachter.

Je mag iemand niet dwingen een overtuiging uit te dragen die hij niet heeft (of voor zichzelf wil houden)

De intenties van burgemeester Halsema zullen ongetwijfeld dik in orde zijn, maar haar aanpak schiet het doel voorbij.

Volgens de Amerikaanse moraalfilosofe Susan Neiman, die deze week de veertigste Van der Leeuwlezing in Groningen komt uitspreken, is dit misschien wel een van de grote problemen waar politiek links momenteel mee kampt, waarbij volgens haar ‘woke mensen […] bewonderenswaardige emoties [hebben], maar de verkeerde theorieën’.

Door in te zetten op het identiteitsdenken, met de nadruk op etniciteit en gender, offert links het universalisme op, dat volgens haar de basis vormt voor de kritiek op seksisme, racisme en kolonialisme. Politiek links valt zo ten prooi aan wat zij typeert als tribalisme: de neiging om alleen een verbinding of verplichting aan te gaan met mensen die tot je eigen groep behoren.

Why left is not woke luidt de provocerende titel van haar lezing. Hopelijk kan haar gehoor het opbrengen er eerst eens geduldig kennis van te nemen.

Daarna mag je er van alles van zeggen, maar het moet niet natuurlijk.

GERRIT BREEUWSMA

2 REACTIES

  1. Ik loop erg achter, dat merk ik voortdurend , want ik heb nog geen identiteit.
    Ik denk, dat ik te oud ben, om die identiteit nog te krijgen.
    Het verhaal van Breeuwsma geeft mij hoop: ik mag het stellen zonder identiteit .
    Dank.

  2. Dat tribalisme is helaas al zo ver doorgedrongen, dat ik vrees dat we erg vervelende tijden tegemoet gaan zien. Onze universiteit doet daar helaas in negatieve zin aan mee: de meest drammerige en onredelijke mensen bekleden bij ons D&I posities, met uiteraard enkel en alleen een focus op gender en etniciteit. Alsof dat het enige is wat een mens karakteriseert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in