Goed jaar voor de grutto, maar de populatie blijft kelderen

Het natte, koude voorjaar zinde niet iedereen, maar voor de grutto was het een zegen. ‘Zoveel kuikens die overleven, dat hebben we in jaren niet meegemaakt’, zegt weidevogelonderzoeker Jos Hooijmeijer.

Het gras groeide door de kou trager, waardoor boeren pas later konden maaien. Gevolg: de grutto kon haar eieren beter verstoppen en dus vielen ze minder ten prooi aan rovers. En precies tijdens de puberteit van de jonge grutto’s zorgde de lage grashoogte ervoor dat insecten als een vliegend buffet rondzwermden. Een ‘perfect storm-scenario’, aldus Hooijmeijer.

Na een aantal rampjaren lijkt 2021 een opsteker. Naar schatting leeft de helft van de kuikens nog: uitzonderlijk goed. ‘Maar ze zijn nog niet helemaal uit de leerschool. Ze moeten nog een paar weken overleven. In een goed jaar blijft er dan nog zo’n 15 procent over.’ Genoeg om de afnemende populatie niet verder te laten kelderen.

Relatief

Toch is het maar relatief goed nieuws. Een shifting baseline, noemt Hooijmeijer het. ‘In de jaren zestig zou het een gemiddeld jaar zijn; vandaag de dag noemen we het een bijzonder goed jaar. Gelukkig kan de grutto tegen een stootje, anders was ie allang uitgestorven.’

Er moet dus nog een hoop gebeuren om de grutto te redden. Er zijn percelen die vanwege de vogels bewust niet gemaaid worden. ‘Daarmee winnen we tijd. Maar elk jaar sterven er meer grutto’s dan er geboren worden.’ 

Uithangborden

Zulke schuilplekken in landbouwgebied hebben bovendien een nadeel, zegt Hooijmeijer: ‘Het zijn als het ware uithangborden voor predatoren.’ En die hebben de afgelopen jaren juist geprofiteerd van verstedelijking en beschermingswetten. Er moeten dus grotere stappen gezet worden.

Het veranderende landschap is de belangrijkste factor die de weidevogel de das om doet. ‘Op korte termijn zijn deze gelukstreffers goed nieuws’, zegt Hooijmeijer. ‘Maar we hebben een deltaplan landbouwhervorming nodig om de grutto te redden.’

English

English