Een boek voor iemand die niet leest

Columnist Gerrit Breeuwsma was in de boekhandel en observeerde hoe een moeder haar zoon aan het lezen probeert te krijgen.

‘Hebt u ook een boek voor iemand die niet leest?’ hoorde ik een dame net iets te luid vragen aan een medewerker in de plaatselijke boekhandel. In haar kielzog bevond zich een jongeman die wel haar zoon moest zijn.

Ik schatte hem op een jaar of zestien en hij straalde de herkenbare mix van ongemakkelijkheid, gêne en ingehouden ergernis uit die zo kenmerkend is voor zijn leeftijd. Aan alles kon je zien dat hij overal liever was geweest dan met zijn moeder in een boekhandel.

Keurige jongen trouwens, die het waarschijnlijk niet slecht doet op het Stadslyceum of het Praedinius, maar ja, die verdomde leeslijst. Dat varkentje zullen wij wel eens even wassen, zal zijn vlotte moeder – type Groningen-Zuid – gedacht hebben. Maar eenmaal in de boekhandel realiseerde ze zich geen idee te hebben wat zo’n jongen het beste zou kunnen lezen – vast geen Lucinda Riley – en besloot ze een medewerker aan te schieten.

Ik had wel een beetje te doen met de knaap, maar niet te veel, want ik ben graag in boekhandels. Ik beloon mezelf met een bezoekje als ik iets afgerond heb. Of ik troost me ermee als het even niet meezit; snel wat boeken kopen en dan gaat het al gauw beter. Misschien wel wat vrouwen met het kopen van schoenen hebben (ik heb mijn boeken tenminste één keer gedragen!).

Maar wat weet ik van vrouwen?

Een boek voor iemand die nooit leest, is trouwens een geweldig concept. Geeft toegang tot een miljoenenpubliek en waarschijnlijk zou zo’n boek decennialang alle bestsellerslijsten aanvoeren.

Dat is nog eens wat anders dan de doorzichtige pogingen van de CPNB om mensen aan het lezen te krijgen door ze bij aankoop van een boek een ander boek cadeau te doen. Twee boeken, dat kun je iemand die nooit een boek leest niet aandoen.

Ondertussen haalde de medewerker alles uit de kast om voor moeder en zoon  een geschikt boek te vinden. Hij deed erg zijn best hoor – de medewerker, bedoel ik – maar het wilde niet vlotten.

Het probleem van de nooitlezer moet je niet kwantitatief, maar kwalitatief benaderen.

Ik begreep ook wel dat je niet meteen met Tolstoj’s Oorlog en vrede (of Militaire operatie en stabiliteit, zoals Poetin zou zeggen) moet  komen aanzetten. Maar om ‘dun’ als het leidende principe te nemen bij deze moeilijke opdracht, leek me ook een misvatting. Het probleem van de nooitlezer moet je niet kwantitatief, maar kwalitatief benaderen.

Toen ik de medewerker bij De helaasheid der dingen (een toepasselijke titel in dit verband) hoorde zeggen dat het boek ook verfilmd was, wist ik dat hier voor een verloren zaak werd gestreden.

Hij moet dat ook hebben ingezien, want hij verplaatste het kleine gezelschap, soepel als een zwerm spreeuwen, naar een ander, in mijn ogen dubieus hoekje van de boekhandel, met ‘grappige boekjes’ (type Youp van het Hek) die in feite het genre van ‘boeken voor iemand die niet leest’ nog het dichtste weten te benaderen.

Bij een bundeling stukjes van De Speld reageerde moeder opgetogen. ‘We hebben een winnaar’, riep ze weer net iets te luid, alsof ze bekendmaakte dat het hele bedrag van 17,4 miljoen op postcode 9712 HV was gevallen. Toen ze met het boek naar de kassa liep, zei ze tegen zoonlief: ‘Als jij het niets vindt, kan ik het altijd nog lezen.’

Elk jaar verschijnen er rond de Boekenweek zorgelijke verhalen over de toenemende ontlezing en de noodzaak van leesbevordering. Ik deel de zorg. Hoe je jongeren weer aan het lezen krijgt, is een lastige kwestie. Maar één ding is duidelijk: niet zo.

En jongens, nog een ding: ga echt nooit met je moeder naar de boekhandel.

GERRIT BREEUWSMA

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een of meerdere links worden niet gepubliceerd.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in