Deugen

Deugen

Hij ging er tot voor kort vanuit dat mensen niet deugen, want kijk maar om je heen met al die ellende op de wereld. Maar toen las hij het boek ‘De meeste mensen deugen’, en begon de immer onwrikbare Gerrit Breeuwsma toch te twijfelen.
Door Gerrit Breeuwsma
17 september om 12:23 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:17 uur.
september 17 at 12:23 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:17 PM.

Soms verschijnen er van die boeken waar je het hartgrondig mee oneens zou willen zijn. De meeste mensen deugen van Rutger Bregman leek mij bij uitstek zo’n boek.

Misschien dat het kwam door de pompeuze ondertitel van het boek (Een nieuwe geschiedenis van de mens), misschien door de triomfantelijke poeha waarmee boek en auteur werden opgehemeld en ook sluit ik een licht gevoel van afgunst over zoveel media-aandacht niet uit, maar wellicht ook omdat ik er regelmatig aan twijfel of ik zelf eigenlijk wel deug.

Nu had ik het boek kunnen negeren, zoals je dat noodgedwongen vaak doet. Je kunt nu eenmaal niet alles lezen. Dit is ook nog eens een dikke pil van 500 bladzijden, dus onwillekeurig dacht ik aan alles wat ik zou kunnen doen als ik het niet las.

Maar toen moest ik denken aan Charles Darwins ‘gouden regel’, waarover hij in zijn autobiografie schrijft: ‘Zodra mij een gepubliceerd feit, een nieuwe waarneming of gedachte te binnen schoot die mijn algemene resultaten tegensprak, dan maakte ik daar altijd direct een aantekening van. Ik wist namelijk uit ervaring dat dergelijke feiten en gedachten veel makkelijker uit het geheugen verdwijnen dan positieve.’

Zonder me ook maar in de verste verte te willen meten met Darwin (deze opmerking alleen al heeft iets potsierlijks), heb ik geprobeerd me zijn gouden regel eigen te maken, door me juist te verdiepen in zaken waar ik het niet mee eens ben of meen te zijn.

Dus, nadat ik er vrijdagmiddag in de boekhandel al een klein half uurtje in had staan lezen, Bregmans boek gekocht. Zondagmiddag had ik het uit.

De onderzoekers waren vooringenomen en manipuleerden hun proefpersonen op zo’n manier dat die vooral hun slechte kant lieten zien

Tja, toen zat ik wel met een probleem. Ik was tot de tanden toe gewapend aan het boek begonnen en vulde het al lezend met briefjes vol tegenwerpingen, kritische kanttekeningen en terzijdes die, zo vond ik zelf, best wel hout sneden. Maar gaandeweg was de auteur er toch in geslaagd om me steeds meer aan het twijfelen te brengen.

Niet zozeer trouwens vanwege de stelling dat de meeste mensen deugen. De vraag of de mens in essentie goed dan wel slecht is, is volgens mij niet zo vruchtbaar en leidt er vooral toe dat je, afhankelijk van je positie, op zoek gaat naar ondersteunende voorbeelden dan wel tegenvoorbeelden.

Zo zou je Bregman voor de voeten kunnen werpen dat er toch heus veel slechte mensen zijn (moordenaars, psychopaten, nazi’s), maar hij ontkent dat ook nergens. Immers, de meeste, niet alle mensen deugen.

Wat hij echter overtuigend laat zien, is dat de veronderstelling dat mensen niet deugen bij veel filosofen en wetenschappers zo dominant is dat ze ook alleen maar op zoek zijn gegaan naar de bewijzen voor die aanname. Sterker nog, waar ze die bewijzen niet vonden, werden ze soms doelbewust gecreëerd.

Vooral beroemde onderzoeken als die van Stanley Milgrams gehoorzaamheidsonderzoek (met het toedienen van elektrische schokken aan zogenaamde proefpersonen), Philip Zimbardo’s Stanford Prison experiment en die naar het omstanderseffect (mensen helpen minder in aanwezigheid van anderen) moeten het bij Bregman ontgelden.

De onderzoekers waren vooringenomen en manipuleerden hun proefpersonen op zo’n manier dat die vooral hun slechte kant lieten zien. Bovendien bleken veel proefpersonen het onderzoek niet als echt te zien, zodat de uitkomsten waardeloos werden.

Deze onderzoeken zijn de paradepaardjes van de psychologie en spelen een prominente rol in de opleiding. Nu aan onze faculteit de inleiding in de psychologie weer is begonnen, vraag ik me dan ook af of je het nog met goed fatsoen kunt onderwijzen.

Misschien zit er niets anders op en moeten we onze studenten voorzichtig laten weten dat de meeste mensen deugen.

Maar de meeste psychologen niet.

1 REACTIE

  1. Gerrit Breeuwsma leert iets nieuws over psychologie van journalist Rutger Bregman. Breeuwsma is, net als veel mensen, overtuigd dat onze soort niet deugt. Hij leest het boek “de meeste mensen deugen” en leert er veel van: mensen zijn in staat tot grote goedheid en menselijkheid. Ook in de meest extreme omstandigheden, waarin je zou verwachten dat het ieder voor zich is, zijn mensen vaak verbluffend sociaal. Zo’n leerervaring kan verheffend zijn, maar de column van Breeuwsma laat zien dat het bij hem gemengde gevoelens opriep.

    Breeuwsma maakt namelijk een lelijke draai aan het eind van de column door te suggereren dat het allemaal de schuld is van zijn eigen groep dat hij dit niet wist. “De meeste psychologen deugen niet” concludeert hij. Dat is een vreemde gedachte, want het boek van Bregman is gebaseerd op honderden bronnen (met ook veel onderzoek door psychologen) die samen de bouwstenen vormen van zijn betoog. Op zijn minst had Breeuwsma kunnen concluderen dat psychologen betrokken zijn bij zowel het probleem als de oplossing, dat hij misschien al die jaren de verkeerde dingen heeft gelezen.

    De werkelijkheid is dat er al decennia vraagtekens worden gezet bij onderzoeken als die van Zimbardo en Milgram. Zowel in het eerstejaars onderwijs (de cursus sociale en cross-culturele psychologie) als in het derde jaar (de cursus massapsychologie) krijgen onze studenten een genuanceerd beeld van deze onderzoeken en van de conclusies die eruit worden getrokken. We leggen bijvoorbeeld uit dat omstanders wel degelijk te hulp schieten als de nood aan de man is–het verhaal van Kitty Genovese die werd afgeslacht terwijl 37 ooggetuigen passief toekeken is een fabeltje. Etcetera. Onze eerstejaars zouden dus niet verrast moeten zijn door het boek van Bregman, wil ik maar zeggen.

    De mythes die Bregman ontkracht en waar Breeuwsma van schrikt zijn onderdeel van een hardnekkige populaire cultuur. Er zijn veel mensen die erin (blijven) geloven. Het is fijn dat Breeuwsma het licht heeft gezien. Het is misplaatst als hij denkt de enige te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in