De UK van 17 oktober 1996: De tempobeurs en RUG moet vrouwen voortrekken

Waarover schreven wij 10, 20 of 45 jaar geleden? Vanwege ons 50-jarig bestaan duiken we elke week in de archieven. Vandaag gaan we een kwart eeuw terug in de tijd, naar de week van 17 oktober 1996.

Het universitaire nieuws is soms een feest van herkenning en dat is niet altijd goed. Neem het gebrek aan doorstroming op de uni, die vooral vrouwen, jongeren en allochtonen raakt. De UK schreef erover in oktober 1996 en als de redactie het stuk vandaag zou herplaatsen, heeft niemand in de gaten dat het al een kwart eeuw oud is.

In dit geval ging het om een interview met Petra Oden, promovendus aan de rechtenfaculteit met haar proefschrift over voorkeursbeleid voor vrouwen, die opmerkt: ‘Gekwalificeerde mensen voor hogere functies zijn meestal mannen.’

Bij de aanstelling van hoogleraren wordt uitgegaan van de beste kandidaat met de meeste ervaring en de indrukwekkendste cv. Dat was in de praktijk altijd een man, want die had al meer kansen gekregen. Tijd dus dat vrouwen meer voorgetrokken moeten worden, aldus de promovendus.

Ze sprak uit eigen ervaring. Bij de rechtenfaculteit kwam ze niet in aanmerking voor een vaste baan. Daarom keek ze om zich heen, solliciteerde met succes op de functie van ombudsfunctionaris emancipatie. Een leuke baan, zegt ze in het interview, ‘maar ik ben toch wetenschappelijk opgeleid en aan de rechtenfaculteit heb ik geen mogelijkheid om met die promotie iets te doen’.

Tempobeurs

Wat was het ook al weer, de tempobeurs? Deze vorm van studiefinanciering werd ingevoerd in 1993 en bracht een koppeling aan tussen de studiefinanciering en de studievoortgang, met als doel een einde te maken aan de ‘spookstudent’.

Studenten moesten minstens een kwart van de totale studielast behalen, anders werd de de beurs (in aanvang een gift) omgezet in een lening die terugbetaald moest worden. Maar de tempobeurs leverde twee jaar na de introductie niet het resultaat op dat was beoogd. Dus ging de norm omhoog naar 50 procent van de studielast.

Dat bleef niet zonder gevolgen, schreef de UK op de voorpagina van 17 oktober 1996: Het aantal RUG-studenten dat de norm niet dreigde te halen, steeg flink, zo bleek uit een rondgang langs de faculteiten. Bij grotere opleidingen (bedrijfskunde en een aantal opleidingen bij letteren) was zelfs sprake van een verdubbeling.

Een studieadviseur merkte in de krant op: ‘Studenten die zich niet het vuur uit de sloffen liepen om de oude norm van studiepunten te halen, kwamen daar altijd wel net overheen. Die groep heeft nu grote moeite met de nieuwe norm.’ Overigens werd in 1996 de tempobeurs vervangen door de prestatiebeurs: de studiefinanciering werd daarmee een lening, tenzij voldoende punten werden behaald

Een jaartje besturen

Een paginagroot verhaal in dezelfde UK over studenten die klagen over de schamele bestuursvergoeding die zij kregen. Organisaties als de ACLO, de studentenpartij Sorug of de Groninger Studentenbond draaiden op studenten die bereid waren een jaar te besteden aan iets anders dan hun studie. Maar met de komst van de tempo- en de prestatiebeurs (zie hierboven) werd dat er niet gemakkelijker op.

De regeling die de RUG had voor student-bestuurders, was erg mager, vond men. Zo tekende de UK op uit de mond van de nieuwe voorzitter van de roeivereniging Aegir dat praeses zijn en studeren een onmogelijke combinatie is. Resultaat: Hij had zich niet ingeschreven bij de RUG en om rond te komen, vroeg hij een uitkering aan. ‘Ik zag geen andere oplossing.’

De studenten hadden de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) aan hun zijde, vanzelfsprekend. Die was inmiddels met een nationaal onderzoek begonnen naar de bestuursbeurzen op alle universiteiten. Om daarmee de universiteitsraad munitie te geven om te pleiten voor een ruimere regeling, aldus de vakbond.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.