Applaus

Nog één keer, dan zit voor dit jaar mijn hoorcollege ontwikkelingspsychologie er weer op. Ik heb in de loop der jaren heel wat onderwijs gegeven, maar dit is mijn ‘oudste’ cursus en daarmee onwillekeurig toch een beetje de maat der dingen.
Door Gerrit Breeuwsma

Alles wat er in de studie is veranderd, kan ik aan die cursus aflezen en als ik me bedenk hoe lang ik de cursus al geef, kan het haast niet anders of ik zal de jongste niet meer zijn.

In 1984 was ik voor het eerst bij de cursus betrokken en gaf ik als student-assistent de werkcolleges. Later, met de grote aanwas van studenten, zijn die vervallen, maar toen was ik inmiddels zelf verantwoordelijk voor de hoorcolleges.

In de eerste periode verrichtte ik naast de werkcolleges nog wat hand- en spandiensten voor de toenmalige hoogleraar, waaronder de redactie van een handboek dat daarna voor de cursus zou worden gebruikt. Over dat boek werd hartgrondig geklaagd: veel te moeilijk. Als ik het nu doorblader snap ik dat wel. Het abstractieniveau van de teksten ligt flink hoger dan wat we onze eerstejaars nu aanbieden. In de evaluaties werd dan ook steevast gevraagd om zo’n voorgekookt tekstboek van Amerikaanse snit. Hoewel ik me daar lang tegen heb verzet, ben ik op den duur gezwicht.

Ten minste één student was daar niet gelukkig mee, want bij een tentamen over het nieuwe boek kwam hij in paniek aan mijn tafeltje in de examenhal: hij herkende de bestudeerde stof totaal niet in de vragen. Klopte het tentamen wel? Ik controleerde het, maar er was niks mis mee. Hij bleef echter bij zijn punt, haalde een studiegids uit zijn tas en liet me de cursusomschrijving zien. De studiegids kreeg destijds ieder jaar een ander kleurtje en ik zag direct dat het hier om een oudere jaargang ging, waarin dus ook het oude handboek nog als literatuur stond opgegeven. Ik wees de student erop en vroeg of hij dan niet las wat hij bestudeerde: de titel van het nieuwe boek stond immers prominent boven het tentamen. Na de wanhoop kwam nu de boosheid: nergens stond dat je de titel van het boek moest kennen voor het tentamen! Daarna droop hij af.

Wanhoop, boosheid en verdriet, horen allemaal bij zo’n cursus, bijvoorbeeld als studenten al voor de vierde keer zijn gezakt en ze hun propedeuse in het water zien vallen. Ze komen dan langs om te vertellen dat de studie voortreffelijk gaat, maar uitgerekend die cursus van mij niet. Het moet dus wel aan mij liggen, lijken ze te suggereren en als docent moet je die mogelijkheid nooit uitsluiten.

Een jaar of tien à vijftien geleden begonnen eerstejaars na afloop van een college ineens te applaudisseren. Dat was nieuw en best wel vleiend. Misschien dat ze vooral blij waren dat het voorbij was, maar het kon natuurlijk ook betekenen dat ze je inspanningen op prijs hadden gesteld. Ik nam het applaus dankbaar in ontvangst en maakte een lichte buiging.

Aan de Universiteit Utrecht werd een tijdje geleden aan docenten gevraagd wat zij van het verschijnsel vonden. De meesten bleken het te waarderen. Slechts één docent was minder enthousiast en meende dat het hem te veel in de rol van artiest plaatste: je doet je kunstje en wordt daar met applaus voor beloond. Alleen de bloemen ontbreken nog. Hij drukt het dan ook zo snel mogelijk de kop in en zegt erover: ‘In mijn onderwijsvisie moet je proberen contact te hebben met studenten en zo’n applaus geeft eigenlijk aan dat je dat niet hebt. Je klapt toch ook niet voor je vader of moeder wanneer die het eten heeft gekookt?’ Daar had hij wel een punt, vond ik.

Dit jaar zetten enkele studenten na het eerste college een aarzelend applaus in, maar het stierf een vroege dood. Bij de volgende colleges werd er niet eens meer een poging ondernomen. Moet ik daar nu uit afleiden dat de colleges niet zo goed bevallen? Of betekent het dat applaus alweer uit de mode is? Of is er sprake van echt contact? Laten we hopen het laatste.

Maar toch, ik miste het wel een beetje.

5 REACTIES

  1. Een jaar of tien geleden klapte ik ook, als teken dat ik het college waardeerde. En de eerste paar keer dat ik meeklapte vroeg ik me inderdaad af of dit wel gepast was; we hadden immers niet naar een theatervoorstelling gekeken, maar gewoon naar een docent die ons onderwijs gaf. Maar ik bedacht me ook: juist omdat het persoonlijk contact tussen een docent en 400 studenten in de zaal zo moeilijk is, is een applaus dé manier om dat contact toch te maken. Om te laten zien dat we geen vierde wand in het theater zijn, maar werkelijke mensen, die echt geluisterd hadden. En ik wil best nog eens voor u klappen hoor: *klap, klap, klap*.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in